Jarenlang heb ik me afgevraagd hoe nieuwe etenswaar ooit de markt bereikt. Grote fabrikanten, hoorde ik, hebben proefpanels die nieuwe zaken keuren voordat ze op de markt kunnen. Graag zou ik een keertje deelnemen aan zo’n panel, maar ja, zie daar maar eens tussen te komen. Geen fabrikant laat een journalist zijn geheimen proeven, voor je het weet staat het immers in de krant. Undercover dan maar, met een Willibrord Frequin-regenjas en micro-opschrijfboekje?
Zover hoeft het gelukkig niet te komen. Op een vakbeurs tref ik een foldertje van Smaakpanel.nl, die huis-, tuin- en keukenproevers tot een smaakteam smeedt. Op internet tref ik een formulier dat wil weten met hoeveel gezinsleden ik ben en hoe ik ben opgeleid en zo. Nergens hoef ik te liegen dat ik geen journalist ben.
Nu moet ik wachten, zegt het formulier. Ik hoor vanzelf wat. Inderdaad komt er weken later, ik ben de zaak al haast vergeten, een mailtje binnen van Smaakpanel. Het invulformulier staat voor me klaar op internet, of ik binnen drie weken wil proeven. Proeven? Wat dan? Paniekerig bel ik de afzenders dat ik nog niets heb gehad, maar dat blijkt geen probleem: het mailtje ging voor de zending uit. Een dag later brengt de post een kartonnen doos met zeven plastic bakjes en vulmateriaal. Geheimzinnige dingen schemeren door het plastic: rode gummie, lijkt het wel, en gevlekte stukjes hout, en vreemde stukjes verfrommeld papier. En is dat een bruin kwartelei? Nu is het natuurlijk de bedoeling dat ik met mijn gezin ga proeven, maar niks ervan: pappa Thijssen sluit zich hiermee op in zijn werkkamer. Eigen tong eerst.
Uit het eerste bakje rollen gerimpelde knikkers, als oude gezichtjes, ook met die kleur. Mijn tanden zinken weg in wat nog het meest van een gedroogde pruim weg heeft: zacht en zoet en heel apart. Japans, durf ik te wedden en het Smaakpanel-formulier bevestigt dat. Nog een abrikoos komt uit een ander doosje, deze keer knapperig en zurig, met wijnsmaak, volgens het formulier. De twee soorten verfrommeld papier blijken heel knapperig, het zijn gebakken tahoevellen, de een met wasabi, de Japanse mierikswortel, de ander met knoflook bereid. Beide zijn een aanwinst voor ons chipsassortiment. Meteen mee beginnen dus alstublieft.
Het bruine eitje wijkt voor mijn kiezen als halfharde lijm, de smaak van oude rijst en chocolade vult mijn mond, mijn neus, mijn maag – dit is goor, dit mogen ze niemand aandoen. Het is bijna genoeg om me af te doen zien van dit experiment, maar net niet helemaal. Er wachten nog twee proefjes. Het een, de gevlekte stukjes hout, blijken bebloemde stukjes aardappel te zijn, mooi maar niet bijzonder van smaak. Het laatste object zijn slasteeltjes.
Slasteeltjes! Je moet toch wel goed gek zijn om van afval nog iets te maken, maar gelukkig zijn ze gek in Japan. De steeltjes zijn zuur, hartig, knapperig, raar, vooral het idee. Dat is nog eens een verrassing. Die ga ik zelf ook eens proberen te maken.
Geestdriftig vul ik het formulier in en druk op de verzendknop. Ze zullen wel blij zijn met mijn bijdrage.
Dat is nu drie maanden geleden. Niets meer heb ik gehoord van Smaakpanel.nl. Zou mijn cover gebroken zijn? In elk geval, als u sojavellen tussen de chips ziet liggen, of gedroogde abrikoosjes: ze hebben het keurmerk van Thijssen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.