De boodschap van het IPCC is stelliger, maar is de waarschuwing milder of krachtiger dan in 2001?
De klimaatcommissie van de VN straalde gisteren vooral zekerheid uit. Er is geen ontkomen meer aan: het is zeer waarschijnlijk – meer dan 90 procent zeker – dat de mens schuldig is aan de opwarming van de aarde.
Toch blijkt die zekerheid niet meteen uit de voorspellingen. Het IPCC verwacht dat het in 2100 gemiddeld 1,1 tot 6,4 graden warmer is dan in 1990. In het vorige rapport uit 2001 was de bandbreedte smaller: plus 1,4 tot 5,8 graden in 2100. De gemiddelde verwachting is ongeveer gelijk gebleven: in 2001 dachten we nog dat het over honderd jaar 3,6 graden warmer zou zijn, nu is dat plus 3,8. Waar haalt het IPCC dan zijn zekerheid vandaan?
Ten eerste wordt in dit rapport afgerekend met onzekerheden uit de vorige versie. De belangrijkste is dat men in 2001 nog worstelde met het probleem dat het aardoppervlak opwarmde maar dat satellieten en luchtballonnen geen verhoging in de troposfeer registreerden. Nieuwe analyses van de luchtmetingen hebben deze discrepantie uit de wereld geholpen.
Daarnaast krijgt de temperatuurstijging haar onzekerheid van drie kanten. Allereerst is het de vraag hoe de wereld zich ontwikkelt: gaan we op de oude voet door met CO2 uitstoten of stappen we over op alternatieven? Die onzekerheid is niet veranderd, het IPCC werkt met dezelfde scenario’s als in 2001. Vervolgens gaat het erom hoeveel CO2 zich ophoopt. Tot nu toe nam de oceaan de helft van de CO2 op, maar door verzuring van het water neemt de opnamecapaciteit af. De onzekerheid hierover is voor het eerst meegenomen. Dat effect overtreft de derde factor: de toegenomen zekerheid over de relatie tussen CO2-concentraties en temperatuur.
Voor de zeespiegelstijging geldt iets vergelijkbaars. In 2001 was de voorspelling: plus 9 à 88 centimeter. Nu verwachten de klimatologen een stijging van 18 tot 59 centimeter. Dat lijkt minder met een smallere marge, maar het IPCC heeft een mogelijke stijging van 10 tot 20 centimeter niet meegenomen. Uit studies van begin 2006 bleek dat de ijskappen van Groenland en West-Antarctica niet alleen smelten maar ook versneld afkalven. Het IPCC betwijfelt of die afkalving structureel is.
De stelligheid van het rapport is terecht. De boodschap dat de mens het klimaat verandert en dat dit verstrekkende gevolgen heeft, is onontkoombaar geworden. Het maakt dan niet veel uit of de voorspelling plus twee of plus drie graden is.
Hoewel? Ergens bij plus twee graden ligt de grens waarboven de natuur de opwarming gaat versterken. De onzekerheid daarover is wellicht het meest verontrustend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.