Om de vogelgriep te bestrijden, heeft de gouverneur van Jakarta twee weken geleden bevolen om voor vandaag alle vogels in de stad te doden.
Het is een moeilijke opdracht voor de mensen. Vogels horen nu eenmaal bij het Indonesische leven. Het is de gewoonste zaak van de wereld om vlakbij huis kippen te houden. Javanen zijn gek op zangvogels en hangen bij hun huizen kleine vogelkooitjes.
Maar de grote vogelkooi midden in het centrum van de hectische miljoenenstad Jakarta is verdwenen. Het zingen van de vogels bracht veel mensen iedere dag even terug naar hun geboortedorpen op het platteland van Indonesië, maar de zangvogels zijn slachtoffer geworden van de strijd tegen de oprukkende vogelgriep.
In geen enkel land ter wereld zijn zoveel mensen gestorven aan de vogelgriep als in Indonesië. Het virus heeft inmiddels aan 63 Indonesiërs het leven gekost. De grote hoeveelheid vogels die de mensen houden, maakt het moeilijk het virus onder controle te krijgen in het land met zijn 220 miljoen inwoners.
Daarnaast bereiken de door de overheid gestarte campagnes niet iedereen en speelt onwetendheid over de ziekte een grote rol. „Vogelgriep bestaat niet,” stelt de 30-jarige brommertaxichauffeur Darnawi. Hij woont samen met zijn vrouw en hun anderhalf jaar oude dochtertje in de Indonesische hoofdstad.
Aan het dak van zijn golfplatenhuis hangt een kooi met daarin een duif. Die heeft Darnawi drie dagen geleden gevonden op straat. „Waarom zou ik bang zijn,” vraagt hij zich af. „Ik houd al jarenlang vogels en ben nog nooit ziek geworden.” Zijn dochtertje heeft leren lopen door achter de vogels aan te gaan. Ook nu ziet hij geen reden om haar te verbieden met vogels te spelen. Hij is niet van plan een bewijs van gezondheid te halen voor zijn duif. „Als de autoriteiten komen, laat ik haar los.”
Tot nu toe is de ziekte overgedragen van vogel op vogel of van vogel op mens. Wetenschappers zijn bang dat het virus verandert in een vorm waarbij mensen de ziekte makkelijk op andere mensen kunnen overdragen. Wanneer dat gebeurt vrezen zij voor een wereldwijde epidemie waardoor miljoenen slachtoffers vallen. Op dit moment zijn nog geen gevallen bekend van mens-op-mensbesmetting, maar er zijn zaken waarbij het onduidelijk is hoe de slachtoffers zijn besmet met het H5N1-virus. Zo zegt de Wereldgezondheidsorganisatie dat er in mei 2006 waarschijnlijk een kleine vorm van mens-op-mensbesmetting is geweest bij een gezin op Sumatra.
Ondanks dat niet iedereen in het bestaan van de vogelgriep gelooft, is de vraag naar kippenvlees sinds het decreet van de gouverneur met 50 procent gekelderd. Zo vertelt de 36-jarige Aslifah dat ze geen kippenvlees meer eet, uit angst voor de ziekte. „Ik eet nu alleen maar tempé en tofu, omdat mijn man bang is dat we besmet raken met vogelgriep.”
En dat is precies waar de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, de FAO, bang voor is. „Het is gevaarlijk als mensen bang worden om kip te eten. Kip is voor veel Indonesiërs een waardevolle bron van voedingstoffen,” meent James McGrane, leider van de FAO in Indonesië. De ziekte wordt niet door het eten van vlees, maar door de dieren zelf overgedragen.
Autoriteiten zeggen dat ze vanaf vandaag elk huis zullen bezoeken om achtergebleven vogels op te sporen en gedwongen te ruimen. Ondanks protesten hebben al veel Indonesiërs gehoor gegeven aan het bevel.
Toch bestaat er de vrees dat veel mensen hun dieren niet zullen prijsgeven, omdat ze niet veel anders hebben. Dieren kunnen makkelijk worden verstopt.
In andere landen worden bij uitbraken van vogelgriep grootscheepse ruimingen uitgevoerd en gebieden afgesloten. Dat wordt in Indonesië veel minder gedaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.