*

 

De etnische vereniging groeit wel

Nanda Millenaar − 08/09/07, 02:27

Brallen met een biertje is niet voor iedere student even leuk. Allochtone studenten in het hoger onderwijs, een groeiende groep, sluiten zich niet aan bij de reguliere studentenverenigingen. Ze richten eigen verenigingen op.

’Alle lof zij Allah, de heer der werelden’, klinkt eerbiedig door de collegezaal van de Hogeschool InHolland. De Studenten Unie Nederland (SUN), een multiculturele studentenvereniging voor moslims, opent in Diemen een nieuw dispuut en het academisch jaar. Door het grauwe weer en de regen is de opkomst laag. De telefoon van secretaris Harun Yilderim rinkelt met enige regelmaat. „Weer iemand die in de file staat.” Het mag de pret niet drukken. Na de recitatie luisteren de aanwezige studenten aandachtig naar Rasit Bal, bestuurslid bij het Contactorgaan Moslims en Overheid. „Maatschappelijk actief zijn en netwerken, dan kom je na je studie in de juiste omgeving terecht”, weet hij uit ervaring. Na de bijeenkomst wordt er bijgepraat onder het genot van een glas cola.

Waar de reguliere studentenverenigingen steeds meer moeite hebben nieuwe leden vinden, neemt hun allochtone tegenhanger de laatste tien jaar een spurt in aantal en omvang. „Er is niets mis met reguliere verenigingen”, zegt Yildirim duidelijk. Hijzelf is vierdejaars student Management, Economie en Rechten aan de Hogeschool InHolland. „Het verschil is dat er een grote groep allochtone studenten in het hoger onderwijs is, die worstelt met zijn identiteit. Die mensen bieden wij een platform, waar ze in contact komen met gelijkgestemden.”

Bij een reguliere vereniging is geen ruimte voor die identiteitsworsteling, simpelweg omdat autochtone studenten die worsteling niet hebben. „Ze zitten niet met dezelfde vraagstukken”, nuanceert Yildirim.

Nederland kent rond de negentig allochtone studentenverenigingen, waarvan de meeste zijn opgericht langs etnische lijnen. Aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam werd tien jaar geleden Kaseur opgericht, de Koepelorganisatie Allochtone Studentenverenigingen. Die vertegenwoordigt elf verenigingen, met een totaal van 1500 leden. „Het belangrijkste verschil is dat allochtone verenigingen vaak een combinatie zijn van een gezelligheidsvereniging en studievereniging. Ze organiseren uitjes en borrels, maar houden zich ook veel bezig met maatschappelijke thema’s en debatten”, zegt Jason Li, student-coördinator van Kaseur.

„Er zijn zoveel studentenverenigingen, maar bij SUN voel ik me thuis, mijn identiteit wordt hier vertegenwoordigd.” Ismihan Egilmez is vierdejaars studente tandheelkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Met haar zwart-witte hoofddoek en doorknoopjurk tot over de knie heeft ze weinig te zoeken bij een gewone studentenvereniging. Egilmez hoeft de kroeg niet in om het gezellig te hebben en wil niet altijd haar normen en waarden hoeven te verdedigen. „Neem bijvoorbeeld de mannen hier, die hebben meer respect voor vrouwen, die hoef je niet uit te leggen dat ze niet aan je moeten zitten.”

SUN organiseert voor haar 400 leden vooral debatten en maatschappelijk georiënteerde bijeenkomsten. „We organiseren ook uitjes, etentjes en sportevenementen hoor”, vult Yildirim snel aan, „maar dat voert niet de boventoon. En natuurlijk hebben we het gezellig, alleen niet op een kroeg-manier.”

Het debat over de evolutietheorie, vorig jaar, die samen met joodse, christelijke en boeddhistische verenigingen werd georganiseerd, was een groot succes. „Daar waren bijna tweehonderd mensen die geen van allen in de evolutietheorie geloven. Dat was een geweldige discussie”, vertelt algemeen bestuurslid Kübra Kaya enthousiast. Ook het politieke debat rond de verkiezingen begin dit jaar was een groot succes. De volgende activiteit op de kalender is een diner tijdens de ramadan.

Het aantal allochtonen in het hoger onderwijs groeit snel. Was in 1992 één procent van studenten van niet-Nederlandse origine, vorig jaar was dit aantal gestegen tot twaalf procent. Ook op de arbeidsmarkt maken hoogopgeleide allochtonen een opvallende inhaalslag, concludeerde de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) vorig jaar. Maar toch blijft de achterstand groot, volgens het RWI doordat allochtone studenten tijdens hun opleiding minder bezig zijn met bouwen aan hun cv en netwerken. De nieuwe studentenverenigingen bieden daarin uitkomst.

„In netwerken bouwen kunnen we met Kaseur inderdaad een belangrijke rol vervullen”, meent Li. „Vooral belangrijk is dat een vereniging een aanspreekpunt kan zijn voor instanties en bedrijven die de diversiteit binnen hun onderneming willen vergroten. Die hebben nu een platform waar ze aan kunnen kloppen”, weet Li uit ervaring. En de allochtone studentenverenigingen organiseren, net als reguliere verenigingen, regelmatig bedrijfsrondleidingen en informatiedagen. Bij SUN heeft een oud-lid, werkzaam als leraar, wel eens iemand aan een stageplek geholpen, weet Yildirim.

Toch is het RWI niet onverdeeld positief over de etnische verenigingen. Allochtone studenten zouden zich juist moeten begeven in gemengde netwerken. Dat geeft ze meer aansluiting met de arbeidsmarkt, grotere algemene ontwikkeling en kennis van de Nederlandse samenleving. Want allochtone hoogopgeleiden hebben nog altijd een grote achterstand op hun autochtone collega’s. Onzin, vinden Ismihan en Kaya. „Het is heus niet zo dat ik niet met autochtone studiegenoten praat en ik ga ook naar interessante bijeenkomsten van de studievereniging tandheelkunde, maar hier voel ik me echt thuis”, zegt Ismihan.

Dat allochtone studenten elkaar opzoeken is logisch, vindt Mary Tupan, directeur van het ECHO, het Expertisecentrum Allochtonen in het Hoger Onderwijs. De groei van de verenigingen is inherent aan de groei van het aantal allochtone studenten in het hoger onderwijs, denkt ze. Wel ziet ze een verandering optreden. „Veel verenigingen zijn tien jaar geleden opgezet langs etnische lijnen, maar zijn nu meer multicultureel en niet langer exclusief voor allochtone studenten.” Daar komt bij dat de verenigingen steeds vaker contact zoeken met andere verenigingen.

Harun Yildirim is het ook niet eens met het RWI. Deze generatie allochtonen is vaak van huis uit slecht toegerust voor het hoger onderwijs, denkt hij. „Ze hebben steun en voorbeelden nodig. En bij een allochtone vereniging spreekt toch iedereen dezelfde taal en word je beter begrepen.”

Ook Li vindt dat het RWI overdrijft. „Mijn lidmaatschap van een allochtone vereniging sluit niet uit dat ik niet lid kan zijn van een studievereniging of van een aparte gezelligheidsvereniging. Juist het combineren is een verrijking”. Zelf is hij oud-bestuurslid van de Chinese Student Association. „Als Chinees ben ik opgegroeid met een bepaalde cultuur en bepaalde gebruiken. Dat deel je met andere leden, zonder dat je elkaar persoonlijk kent, dat is gewoon prettig”. Je thuis voelen is volgens hem bepalend voor je keuze. „Dat is toch ook de overweging voor autochtonen die ergens lid worden.”

mailIcon print |