Zweden is een parlementair onderzoek begonnen naar wat er fout is gegaan bij de invoering van ’zijn’ WMO. Van de beoogde integratie van mensen met een handicap blijkt weinig terechtgekomen. „In een prachtig huis zitten ze nu te verpieteren”, aldus psycholoog Peter Siebesma.
’De zorg was lang het paradepaardje van de Zweden. Dan ga je problemen natuurlijk niet meteen aan de grote klok hangen. Maar inmiddels kunnen ze er echt niet meer om heen.” Grootste probleem in Zweden is de verschraling van de zorg aan gehandicapten en ouderen met een beperking. Siebesma heeft staatssecretaris Ross al voor de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) gewaarschuwd voor overschatting van het Zweedse model. Met pijn in het hart ziet de psycholoog dat hij gelijk gaat krijgen.
In 1987 bracht Siebesma voor het eerst een bezoek aan Zweden, waar hij enthousiast raakte over de revolutionaire manier waarop de zorg voor mensen met een beperking daar werd gereorganiseerd. Grote instellingen voor gehandicapten en ouderen gingen op de schop, mensen verhuisden naar kleinschalige woonvormen. Op die manier, was de filosofie, kunnen zij een zo normaal mogelijk leven leiden.
Siebesma, oud-directeur van De Zijlen, een grote instelling voor verstandelijk gehandicapten in de provincie Groningen: „Ik was onder de indruk van de heel concrete manier waarop de Zweden de rechten van gehandicapten beschreven en in wetgeving vertaalden. De aandacht die ze aan privacy besteedden sprak me erg aan.”
Tegelijk zag hij een aantal valkuilen. „Er was veel aandacht voor de kwaliteit van woonvoorzieningen, maar weinig voor deskundige zorg.” Dat was deels een logisch gevolg van de visie achter de reorganisatie van de sector. „Er werd uitgegaan van een grote draagkracht van de samenleving. Er was een zeker wantrouwen tegenover deskundigheid, het was een beetje een vies woord geworden. Deskundigheid wordt algauw betutteling, was het idee, en staat een gewone relatie tussen mensen in de weg. Bovendien vonden beleidsmakers dat er voor veel zorg helemaal geen deskundigheid nodig was.”
In 1992 keerde Siebesma terug naar Zweden. De discrepantie tussen voorzieningen en zorg bleek geen tijdelijk fenomeen, maar een structurele kwestie. „De wetgeving was erg star. Er was veel geld voor vierkante meters, maar weinig voor professionele ondersteuning.”
„Mensen woonden in een mooi huis, maar zaten daar dan in hun eentje te verkommeren. Veel opleidingen in de zorg waren inmiddels geschrapt.”
Het tweede bezoek van Siebesma vond plaats aan de vooravond van de invoering van de Zweedse versie van wat in Nederland sinds 1 januari de Wet Maatschappelijke Ondersteuning heet. In 1993 werd alle niet-medische zorg in één klap uitbesteed aan de gemeenten.
Ook Nederland maakte zich op voor een omslag in de zorg. Toverwoorden werden het scheiden van wonen en zorg en langer thuis wonen. Verouderde verzorging- en verpleeghuizen worden inmiddels omgebouwd tot moderne woon-zorgcentra waar ouderen niet meteen verpleegkundige hulp krijgen aangeboden. Doel is de zelfredzaamheid van ouderen en gehandicapten te bevorderen. Nog beter is het, zo is de gedachte in Den Haag, dat ouderen en gehandicapten zo lang mogelijk thuis blijven wonen. De benodigde zorg moet daarom om het huis geregeld worden.
Deze nieuwe ideeën sloten aan bij het Zweedse model. De zorg wordt nu ook in Nederland zoveel mogelijk gedecentraliseerd. De gemeente staat het dichtst bij de hulpbehoevende burger, is het idee, en krijgt daarom steeds meer zorgtaken.
Siebesma is behoorlijk teruggekomen van zijn enthousiasme voor het Zweeds model. Hij maakte in 2004 een derde reis naar Zweden. Van zijn aanvankelijke begeestering is weinig over. Door de vergaande decentralisatie werd deskundigheid steeds meer het kind van de rekening. Voor de invoering van de nieuwe wet konden instellingen hun personeel laten ondersteunen door speciale provinciale teams van artsen, psychologen en andere deskundigen. „De Zweedse provincies hebben nu nauwelijks meer iets te maken met de dagelijkse zorg. Ze hebben nog wel specialisten in dienst, maar die worden nauwelijks meer ingeschakeld.”
En dat, zegt Siebesma, terwijl het idee dat al die deskundigheid eigenlijk ook niet zo nodig is, een misvatting is gebleken. „Als je mensen wilt ondersteunen zo zelfstandig mogelijk te zijn, vereist dat andere kennis en vaardigheden dan wanneer je hen alles uit handen neemt. Maar het blíjft een speciaal vak.”
Tekort aan ondersteuning betekent ook dat steeds meer en steeds vaker een beroep wordt gedaan op mantelzorgers. „De zorg is manifest verschraald. Er zijn te weinig middelen. Mensen moeten hun rechten voor de poorten van de hel wegslepen. Dat leidt tot veel rechtszaken. Mensen raken in een enorm sociaal isolement. En dat is nou juist het tegenovergestelde van wat de Zweden wilden bereiken.”
Inmiddels kunnen ook zij de ogen daar niet meer voor sluiten, aldus Siebesma. „Vorige zomer is besloten tot een groot onderzoek dat tot maart 2008 duurt, waarbij de zaak onder de loep wordt genomen.”
Nederland heeft vanaf de jaren zeventig zijn zorgvisie gebaseerd op het Zweedse model, beschrijft Siebesma. Ook de WMO is ervan afgeleid. Het lijkt zich echter nauwelijks bewust van de negatieve aspecten. „De WMO wordt in Nederland gestoeld op een visie die na ruim dertig jaar zorgervaring in Zeden ondeugdelijk blijkt te zijn. Terwijl de uitgangspunten van de Zweden in theorie meer garanties bieden voor goede zorg dan in Nederland.” De rechten van mensen met een handicap zijn er duidelijk omschreven, de overheid stelt zich verantwoordelijk. De gemeenten hebben er bovendien redelijk veel eigen middelen, doordat zij een aanzienlijk deel van de inkomstenbelasting heffen. „Dat is in Nederland heel anders. Bovendien stelt de WMO nadrukkelijk dat mensen primair voor zichzelf moeten zorgen, dat ze eerst maar eens goed om zich heen moeten kijken.”
Siebesma bundelde zijn Zweedse ervaringen in het boek ’De droom van Grunewald’ (Karl Grunewald was de grondlegger van het Zweedse zorgmodel) en bestookte daarmee de Haagse beleidsmakers. Mede daardoor is, denkt hij, anders dan in Scandinavië, besloten de WMO niet ineens te laten gelden voor alle niet-medische zorg, maar stapsgewijs in te voeren. Voorlopig zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor huishoudelijke zorg.
Wat Siebesma betreft blijft het daar voorlopig ook bij. „Laten we eerst kijken hoe het gaat. En laten we toch ook vooral kijken naar wat er in Zweden, dat grote voorbeeld, niet goed is gegaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.