*

 

Helaas, ze had nog een tweede lijntje openstaan (opinie)

Felix Punt, psycholoog, op zoek naar een partner − 08/09/07, 01:00

Achter datingsites gaat soms platte handel schuil die niet alle verwachtingen waarmaken. En wie niet tegen een stootje kan, heeft op internet niets te zoeken.

Al geruime tijd probeer ik om via internet een partner te vinden. Ondanks lang ’parshippen’ heb ik nog steeds geen vrouw aan mij zij. Zal ik wel of niet voor een volgende termijn tekenen? Ik ben geschrokken van het geweld dat er soms gaande is op de datingsites. Bovendien begin ik door te krijgen dat mijn liefde zich niet organiseren laat.

Internetdaten lijkt zo’n hoopvol gebeuren. Zittend achter je computer beland je in een virtueel café, met voor de deur felgekleurde borden die je lokken met de belofte dat je dorst gelest zal worden en nog wel ’zo’ dat je ’voor de rest van je leven gelaafd zal zijn’. Je hoort opwindende muziek naar buiten komen en aan de achterkant zie je van tijd tot tijd mensen gearmd het pand verlaten. Aanlokkelijk. Spannend.

Daar had ook ik wel entreegeld voor over. En zo betrad ik anderhalf jaar geleden verwachtingsvol een van de vele datingsites. Binnen was het daar wat schemerig. Ik zag de contouren van honderden anderen om me heen – net als ik op zoek naar een partner voor het leven. Details, laat staan een gezicht, bleven vaag.

Juist dit gemis aan informatie werd voer voor een ongebreidelde invuloefening en wakkerde de veenbrand van mijn verlangen aan. Als je eenmaal via internet op zoek bent naar een relatie, vormen zich razendsnel heel aantrekkelijke beelden, op basis van niet meer dan lichaamslengte of haarkleur, beelden over iemands beroep, karakter, seksuele bedrevenheid, over het gewenste kindertal en de kans op een gezamenlijke toekomst.

Als je niet uitkijkt, gooit de passie je meteen van de sokken en doet je (eigen) hoop nieuwe intimiteiten gevaarlijk accelereren. Het wordt al snel brandstof voor een nieuwe, tijdrovende (haast dwangmatige) computerverslaving, waarbij je wel tien keer per dag je e-mailbox controleert. Zo verging het mij, en ik hoorde dat vele anderen dezelfde ervaring hebben.

Internetdating drijft geheel op mijn en ieders verlangen. De opzet is vriendelijk noch nobel, en aan het einde van de lijn spint iemand er veel garen bij. Achter elke site gaat gewone platte handel schuil, de exploitanten moeten het hebben van eenzame zielen op hun tocht door de woestijn. Die, dorstig, keer op keer de fata morgana voor een oase willen houden, hetgeen hun lijden maar groter en groter maakt.

Op de datingsites ben ik ook geschrokken van het geweld. De handelsgeest slaat soms over naar de betrokkenen, daarbij geholpen door de mogelijkheid tot anonimiteit. Opgebouwde vertrouwelijkheid kan wreed, maar o zo makkelijk verstoord worden door de koude letters dat de andere partij die nog ’een tweede lijntje open had staan’ en het contact met jou wil beëindigen. Nog erger is de schermmelding dat je ’gewist’ bent en dientengevolge geen enkele mogelijkheid meer hebt tot verhaal of vaarwel.

Het is alsof kruisraketten verpletterend op je neerkomen, al naar gelang je eigen ziel en zaligheid het entreegeld was betaald en je de liefde uit de grabbelton dacht op te kunnen diepen.

Ik zie nu in dat je het verlangen naar een partner maar liever heel zachtjes koestert en niet uitleeft, laat staan wilt stillen achter een computer. Liefde is geen handelswaar die op een marktkraam gretig bij elkaar gezocht kan worden, dat staat borg voor heel veel teleurstellingen en pijn. Mijn liefde is een tere aangelegenheid die de krachtpatserij van het internetdaten niet goed verdraagt en er door vermalen dreigt te worden. Ik draag haar maar het beste gewoon in het hart.

Ik besef tenslotte dat ik banger voor de liefde ben dan dat ik dacht. Druk doende om elders in den lande een partner te vinden heb ik het zwaartepunt ver buiten mijzelf gelegd en ben grof te werk gegaan. Nee, ik denk dat het pijn zal doen als ik op een dag door een ander mens gewoon gevonden word. Liefde kan denk ik alleen branden op de bereidheid en de moed om alleen te staan, in de zin van: ’het uithouden met jezelf’. Pas als je stil in de tuin durft te zitten, leunt de buurvrouw over de heg en zegt misschien wel: ik vind je lief.

Elk gericht zoeken naar een relatie is dus tot mislukken gedoemd. Je gaat niet op zoek naar een man of een vrouw. Het is misschien ook wel een troost dat de liefde zich niet organiseren laat.

mailIcon print |