De Egyptisch-Zwitserse theoloog Tariq Ramadan kiest er in zijn Mohammed-biografie voor om zijn bronnen niet aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Dat roept de nodige vragen op.
Het verhaal staat niet in het boek ’In de voetstappen van Mohammed’ van professor Tariq Ramadan, een biografie van de profeet van de islam. Maar de belangrijkste bron van Ramadan, de Arabische Mohammedbiografie van Ibn Hisham uit de 9de eeuw, beschrijft wel degelijk het treurige einde van een zekere Kinana. Het gebeurde (of zou zijn gebeurd) in de 7de eeuw in de oase Khaybar, in het Arabische schiereiland.
Mohammed en zijn strijders hadden afgerekend met Joodse vijanden uit de stam Banu Nadir. De moslims vermoedden dat Kinana wist waar zich een grote schat bevond. Mohammeds mannen vinden bij Kinana thuis inderdaad waardevolle spullen. Hij weigert de rest van de schat te verraden. De profeet geeft vervolgens een zekere Zoebair opdracht om Kinana te folteren.
Tenminste, volgens een Arabische uitgave van Ibn Hisham uit Egypte. Ramadan (filosoof, arabist, islamideoloog) heeft een andere editie gebruikt, uit Libanon. Beide edities verschillen op één belangrijke letter van elkaar, zo legt Ramadan uit in een werkkamer in de Rotterdamse Erasmus Universiteit, waar hij sinds een half jaar gasthoogleraar is.
In de Cairose editie staat joe’azzibahoe (met b: folteren), de Libanese editie heeft joe’azzilahoe (met l: isoleren). Maar die evolutie van een b in een l helpt Kinana weinig. Foltering of isolement, in beide gevallen blakert Zoebair Kinana’s borst met vuur. Een andere moslimstrijder, die nog een bloedwraakrekening heeft te vereffenen, slaat uiteindelijk Kinana’s hoofd eraf. Het pleit allemaal niet voor Mohammed als een rolmodel voor de hedendaagse samenleving. Toch is dat precies de functie die Ramadan wil geven aan de profeet.
In zijn voorwoord schrijft hij dat hij gelovigen en niet-gelovigen een spiegel wil voorhouden, wil laten zien welke lessen er ook voor de huidige tijd zijn te leren uit Mohammeds levensverhaal.
Vervolgens maakt hij een opmerkelijke keuze. Hij onderwerpt de historische bronnen niet aan een kritisch onderzoek. Heel anders dan bijvoorbeeld de Nederlandse arabist Hans Jansen, die in een recent tweeluik net als Ramadan aan de hand van vooral Ibn Hisham door het leven van de profeet wandelt. Maar Jansen vraagt zich wel bij elke anekdote af of die waar gebeurd kan zijn. Met als uiteindelijke conclusie dat Ibn Hisham geen betrouwbare historische bron is.
Historisch of niet, de oude biografieën van Mohammed zijn wel belangrijk. Volgens Ramadan bieden ze een goed inzicht in de gedachtengang van moslims, hun ethiek en kijk op de wereld. Waarbij dan meteen gezegd moet worden dat er in Mohammeds biografieën ook verheffender verhalen staan dan dat over Kinana.
Vaak lijkt Mohammed een relaxte persoon. Creatief is de taakstraf, die hij oplegt aan een krijgsgevangene. Om vrij te komen moet hij minstens tien moslims lezen en schrijven leren. Opvallend is de ruimte die hij aan vrouwen geeft. Slaven koopt hij op om ze vrij te laten. Onfeilbaar is hij niet. In het oorlogsbedrijf stelt hij wel eens strategieën voor, die zijn metgezellen verwerpen. Ze vragen hem wel of zijn voorstel een goddelijke ingeving is. In dat laatste geval volgen ze hem.
Een enkele keer tikt de Koran Mohammed op de vingers, bijvoorbeeld als hij geen tijd heeft voor een blinde man, die met hem over het geloof wil spreken. Mohammed poeiert hem af omdat hij een afspraak heeft met een invloedrijk stamhoofd. De Koran vindt dat fout.
Het levensverhaal heeft soms trekjes van een soap. Er is jaloezie in de eerste moslimgemeenschap, botsende ambitie. En er zijn zelfs affaires, zoals de verdenking van overspel tegen Mohammeds vrouw Aisha. Of de kwestie van Mohammeds stiefzoon Zaid, die van zijn vrouw scheidt, zodat Mohammed met haar kan trouwen. De Koran keurt dat goed.
Maar juist al dat gependel tussen de biografie en de Koran maakt een verdachte indruk. Tussen Ibn Hisham en het veronderstelde overlijdensjaar van Mohammed zitten twee eeuwen. Zijn die verhalen misschien ontstaan om onbegrijpelijke passages in de Koran te verklaren? Anders dan de Bijbel levert de Koran weinig eigen context. Er staan wel verhalen in de Koran, maar de manier waarop die worden verteld suggereert dat de lezers of toehoorders ze al kennen.
Korangeschiedenissen over bijvoorbeeld Mozes of Jezus zijn veel beter te begrijpen wanneer je ook de bijbelse versies kent. De Koran lijkt meer te verwijzen dan zelfstandig te vertellen. De moraal staat voorop, niet het verhaal zelf. De Koran biedt nauwelijks aanknopingspunten voor de biografieën van Ibn Hisham. De naam Mohammed komt maar vier keer voor in het heilige boek.
Kortom, zoveel vragen, en waarom dan het besluit van Tariq Ramadan om niet in te gaan op de historische betrouwbaarheid? Waarom is er binnen de islam niet zoiets als de christelijke bijbelkritiek? Is het ook niet hoog tijd om radicale jongeren eens wat gezonde twijfel bij te brengen?
Ramadan: „Pas op. Onderschat de intellectuele prestaties van moslims niet. De notie van twijfel bij Descartes is al eeuwen eerder te vinden bij Al-Ghazali. Het waren geen domme mensen. Het enige verschil tussen hen en jou is dat zij geloofden dat de Koran het woord van God is en jij niet. Mijn uitgangspunt is dat moslims in deze verhalen geloven. Ik ga vervolgens na wat ze kunnen betekenen voor onze tijd. Als je je bezig wilt houden met radicalen, doe dat dan niet op jouw manier, want dan luisteren ze niet meer. Ik zeg tegen ze: ’ga terug naar de bron. Wat jullie doen klopt daar niet mee. Jullie zeggen dat de bronnen geen ruimte bieden voor vrouwen in het publieke domein. Ik laat je zien dat dat niet klopt.
„Het werkt. Dit boek van mij is een jaar eerder uitgekomen in Engeland. Ik heb daar discussies gehad met radicalen. Ik kon ze overtuigen. Ik kan aantonen dat zij de islam verdraaien. Maar dan moet ik niet zeggen dat de bronnen niet deugen, want dan is het gesprek afgelopen.”
Sommige verhalen zijn inderdaad prachtig en zeker geschikt voor Ramadans doel. Maar wat moet je tegen Ayaan Hirsi Ali zeggen als ze Mohammed pervers vindt omdat hij trouwt met Aisha, terwijl die nog maar zes jaar oud is? Waarom laat Mohammed alle mannen van de stam van de Banoe Choeraiza doden? Is dat niet letterlijk wat de Servische generaal Mladic in 1995 deed met de moslims van Srebrenica?
„Je moet verhalen niet uit hun context halen. Wat de profeet met Aisha deed, was in de Arabische samenleving van toen normaal. Meisjes werden soms al bij de geboorte aan iemand als vrouw beloofd. Overigens heeft hij het huwelijk pas geconsummeerd toen ze negen was. Voor de Banoe Choeraiza geldt hetzelfde, ruk het verhaal niet uit zijn verband. Destijds was het de gewoonte dat je alle mannen van een verslagen vijandelijke stam doodde en de vrouwen tot slavinnen maakte. Mohammed was vaak heel clement geweest. Zijn vijanden legden dat uit als zwakte. Het verraad van de Banoe Choeraiza had aan alle toenmalige moslims het leven kunnen kosten.”
Bewijst het hele levensverhaal van Mohammed niet dat een profeet nooit een staatsman moet worden en een staatsman nooit een profeet? Is het niet een ijzersterk pleidooi voor scheiding van kerk en staat?
Ramadan: „Wat Mohammed deed, had niets met politiek te maken. Hij leidde een godsdienstige groep, die blootstond aan vervolging, en hij verdedigde zich. Wat de huidige tijd betreft: ik ben voor een onderscheid tussen het godsdienstige en het publieke domein maar tegen een scheiding. Ik wil geen klerikale kerk die aan het publieke domein haar normen oplegt. Maar we hebben wel normen en waarden nodig. Die kunnen worden ontwikkeld vanuit een agnostische achtergrond maar ook door de godsdienst. Daarom, wel een onderscheid, maar geen scheiding.”
Tariq Ramadan: In de voetstappen van de Profeet, Lessen uit het leven van Mohammed. Vertaald uit het Frans. Van Gennep Amsterdam. ISBN 978 90 5515 8829. euro 19,90
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.