Om bijstandsfraude te voorkomen, zouden alle persoonsgegevens openbaar moeten worden voor handhavers van de sociale dienst. Maar zij mogen al veel: registreren, observeren, huiszoekingen en aanhoudingen doen, en soms zelfs afluisteren.
Een grote auto rijdt langzaam langs een volle parkeerplaats. De sociaal rechercheur kijkt links en rechts en ziet een grijze auto. Ook herkent hij een lichtgroen autootje. „Mooi, dat kan betekenen dat ze allebei thuis zijn.”
De grijze auto is van een Arabische man die tien jaar in zijn eigen flatje in Utrecht staat ingeschreven, maar al jaren bij zijn vriendin in Hilversum woont. En dat terwijl hij nog steeds bijstand als alleenstaande ontvangt. Hij ontvangt al vijf jaar lang 1200 euro per maand, wat neerkomt op een totale fraude van 72.000 euro. Althans, dat vermoedt de sociale recherche die deze ’grote vis’ al enkele weken in de gaten houdt. Het doel van de observaties is bewijs vinden dat deze man niet op zijn eigen adres woont, maar inwoont bij zijn Nederlandse vriendin. Elke dag rijdt een rechercheur langs dit adres. Soms gebeurt er niets, dan blijft het stel gewoon thuis of zijn ze al gevlogen. Maar bij eerdere observaties bleek al dat de man zijn vriendin elke ochtend naar haar werk brengt en daarna weer terugkeert naar haar appartement.
Vanmorgen staan beide auto’s naast elkaar in het parkeervak. Klokslag half negen komt de vriendin van de verdachte naar buiten. „Zou ze vandaag alleen zijn?”, vraagt de rechercheur zich af. Hij zit in zijn auto op een parkeerplaatsje zo’n tien meter verderop. Vanaf die plek neemt de opsporingsbeambte elke beweging van de entree naar de geparkeerde auto’s waar. Nee, haar partner loopt gauw achter haar aan om het rechterportier voor haar open te doen. De Hilversumse stapt in en de Utrechter rijdt met haar weg. Al bij het instappen start de rechercheur zijn wagen en rijdt achter de grijze auto aan. De Arabische man brengt inderdaad zijn vriendin naar haar werk en draait weer om naar haar huis. Daar parkeert hij zijn auto en gaat op zijn gemak naar binnen. „Alsof het zijn eigen huis is.”
Zouden ze in de gaten hebben dat ze worden gevolgd? „Nee”, zegt de sociaal rechercheur. „Bij zoveel verkeer valt het niet eens op. Ik krijg bij aanhoudingen altijd verbaasde gezichten van mensen die zich afvragen hoe wij aan al die informatie komen. Mensen letten er ook niet echt op.” Na deze observatie rijdt de rechercheur naar zijn volgende klus in Utrecht. „Binnenkort vallen we bij deze twee binnen, houden ze aan en verhoren we ze op het politiebureau, zonodig met politieassistentie.”
De volgende rit van de sociaal rechercheur is naar een klein woonwagenkamp in Utrecht. Daar staan drie woonwagens, alle drie van alleenstaande vrouwen. Toch staan daar elke dag drie grote auto’s voor de deur. Volgens de tip van een ’wraakzuchtige’ burger zijn die Mercedessen en de BMW van de partners van die bewoonsters. De tipgever zei dat de vrouwen hun partners hebben inwonen en dat die mannen uitkeringen krijgen terwijl ze elders staan ingeschreven. Die mannen moeten dan – mits er voldoende bewijs is – al het geld dat ze onterecht ontvingen, terugbetalen met misschien ook nog een boete of straf via justitie. De vrouwen worden bij aanhouding gepakt op heling, want ze maken gebruik van gestolen goed, te weten een onterechte uitkering van de sociale dienst. Een snelle klus voor de rechercheur: hij rijdt met zijn auto langs het kamp en spreekt de kentekennummers van de auto’s in in zijn memorecorder met daarbij de datum en tijdsaanduiding. En zo zullen dagelijks rechercheurs langs deze woonwagens rijden om te zien of er een patroon is te ontwaren.
De informatie die de rechercheur verzamelt, wordt ingevoerd in de computer. Die informatie wordt verkregen uit observaties, controles, tips van (anonieme) burgers, de sociale dienst zelf en via bijzondere opsporingsmethoden als het afluisteren van de telefoon of het opvragen van de gevoerde telefoongesprekken bij KPN. Die bijzondere middelen worden alleen toegepast met toestemming van het Openbaar Ministerie (OM).
Dat de handhavers continu in contact staan met het OM vinden ze geen ramp, want dat is ’goed geregeld’ na de uitkomsten van de parlementaire enquête over opsporingsmethoden.
Wat het werk van de fraudebestrijders frustreert, zijn de privacywetten waar ze tegenaan lopen. Zodra ze persoonsgegevens in andere bestanden dan de hunne binnen of buiten de gemeente willen inzien, moeten ze toestemming vragen aan de betreffende gemeentelijke dienst en aan de persoon in kwestie zelf. Zo kan diegene vóór een eventuele aanhouding al weten wie welke informatie zoekt. „Dat maakt ons werk ingewikkelder. We willen om fouten te voorkomen een zo compleet mogelijk beeld van een cliënt of verdachte. Nu moeten we daarvoor een hele omweg maken om alleen even te checken of iemand schulden heeft of verzekerd is”, stelt handhavingschef Bakker.
Zijn baas, de Utrechtse PvdA-wethouder Marka Spit, is het eens met haar teamleider. „Uitkeringen en minimaregelingen zijn bedoeld voor mensen die het echt nodig hebben en er recht op hebben. Fraude wordt daarom stevig aangepakt. Door de gemeentelijke bestanden te koppelen kunnen we nog meer geld besparen en de opsporingsmogelijkheden verder vergroten. Dan kunnen we meer geld terugvorderen en weer in de pot stoppen voor diegene bij wie het thuishoort. Maar dat mag niet.”
Het College Bescherming Persoonsgegevens vindt dat het koppelen van bestanden met persoonsgegevens ’inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer’. Er moet volgens het college ’noodzaak’ zijn die bestanden te mogen inzien. Als er andere manieren zijn om aan die gegevens te komen, zonder de privacywetten te overtreden, geeft het CBP daar de voorkeur aan.
Utrecht heeft in 2006 ruim 4 miljoen euro teruggevorderd, met dien verstande dat er nog veel meer terug te halen valt. Maar soms zijn er twijfelgevallen, zoals de controleurs deze middag ervaren. Twee vrouwelijke controleurs bellen aan bij een Nederlandse vrouw met twee kleine kinderen. De ambtenaar bij de sociale dienst gaf aan dat deze vrouw misschien wel bij haar ex-man woont en daarmee sinds een paar maanden fraudeert. Bij binnenkomst wordt het hele huis – met toestemming van de cliënt – in de Utrechtse wijk Ondiep gecontroleerd. Kledingkasten worden bekeken, administratie wordt op tafel gelegd en er worden vragen gesteld. „We tellen écht geen tandenborstels zoals iedereen denkt. Ik woon alleen en heb misschien wel acht borstels rondslingeren, dat zegt dus helemaal niets”, vertelt één van de controleurs.
Maar bij deze cliënt is niets te vinden. „Het is hooguit bedenkelijk waarom ze weinig kleding in huis heeft, dat kan betekenen dat ze haar kleren bij haar ex heeft. Maar het kan ook zijn dat ze gewoon weinig kleding bezit. Dus deze zaak laten we maar voor wat het is en we gaan vrolijk verder, uiteraard met respect voor wie of wat we ook aantreffen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.