*

 

Muziek als vrijplaats

Anthony Fiumara en, Peter van der Lint − 29/12/07, 02:28

Rostropovitsj, Pavarotti en Stockhausen werden in 2007 in necrologieën uitgebreid herdacht. Het Beaux Arts Trio speelde voor het allerlaatst in Nederland, Ingo Metzmacher kondigde totaal onverwacht zijn vertrek bij De Nederlandse Opera aan. Pierre Boulez en Patrice Chéreau verbluften de verwende Holland Festival-bezoeker met hun interpretatie van Janáceks ’Uit een dodenhuis’.

Zomaar wat muzikale wapenfeiten uit 2007, het jaar van Dieterich Buxtehude en van Jean Sibelius. Vooral met die laatste heeft Kees Vlaardingerbroek in zijn eerste ZaterdagMatinee-seizoen eer ingelegd. Hij bouwde een serie rondom de symfonieën van de Fin en koppelde die aan nieuwe muziek van componisten die zich door Sibelius’ originele geest lieten beïnvloeden. Door juist voor iemand als Sibelius te kiezen, maakte Vlaardingerbroek een statement.

„De ZaterdagMatinee is een vrijplaats om mijn ideaal te verwezenlijken, namelijk de hedendaagse creativiteit verbinden met de klassieke traditie. Je kunt de klassiek muziekcultuur niet helemaal in een museum wegstoppen, los van de hedendaagse creativiteit. Een tijd moet ook van zijn eigen adem kunnen leven, zoals de schrijver Karel Alberdingk Thijm al zei. Het historisch bewustzijn is op dit moment zo groot, dat dat er soms bij inschiet.”

Vlaardingerbroek zegt zich gelukkig te prijzen dat hij in een tijd leeft waarin het woord traditie geen vies woord meer is in het hedendaagse componeren. „Ik ben geen nieuwe-muziekspecialist. Ik ben een generalist die steeds meer is meegegroeid met zijn tijd. Daarbij voel ik me verwant met hedendaagse componisten die een continuüm zien met het verleden. Niet zozeer met degenen die daarmee willen breken. Ik snap dat je als Duitse componist tussen de puinhopen van vlak na de oorlog niet meer kon spreken over ’Die Große Tradition’. Maar we zijn nu zestig jaar verder. Ik vind de vrijheid in onze tijd heel aanstekelijk.”

De functie van artistiek leider van de ZaterdagMatinee is een droombaan voor veel programmeurs: vanwege de status van de zestigjarige serie en de ongebreidelde mogelijkheden in de ruimste zin van het woord. Toch zegt Vlaardingerbroek zijn nieuwe baan niet te hebben nagestreefd. Aan carrièreplanning heeft hij nooit gedaan: „Ik geloof dat je het voor jezelf nodeloos onleefbaar maakt als je dat soort verre doelen nastreeft. Ik probeer altijd bij de dag te leven. Toen ik die baan kreeg dacht ik wel ’nu is alles mogelijk’. Dat heb je bijna nergens anders meer. Op veel plaatsen staat de klassieke muziek onder druk.”

Dat de Matinee door sommige modernisten in het Nederlandse muziekleven wel werd verdedigd als een bastion, heeft Vlaardingerbroek meteen al bij zijn benoeming aan den lijve mogen ondervinden. „Er was kritiek van een paar oudere componisten. Aan de hand van de brochure hadden ze me dit jaar kunnen uitleggen wat er niet aan de programmering deugt. Maar ik heb ze daar niet meer over gehoord. Mijn voorganger Jan Zekveld was aanvankelijk ook zeer kritisch over mijn benoeming. Maar naar aanleiding van de publicatie van mijn eerste seizoen schreef hij me dat ik ’de Matinee-traditie op fantastische wijze heb voortgezet’.”

Vlaardingerbroek zegt dat hij zich voor kan stellen dat de kritiek op zijn programmering nog steeds bestaat, want verbreding is precies wat hij voor ogen heeft. „Ik geloof niet dat kwaliteit verbonden is aan een bepaalde stroming. Binnen het Nederlandse componeren is iemand als Hans Kox lange tijd verketterd. Je kunt die man afdoen als neoromanticus die stukken maakt die allemaal al eerder geschreven zijn. Dat is niet waar. Ik vind dat Kox gehoord moet worden.”

Vlaardingerbroeks eigen muzikale jaar kent een paar duidelijke hoogtepunten. Toen hij net benoemd was bij de Matinee reisde hij als een razende over de wereld om dingen te horen. Nu is dat noodgedwongen wat minder, maar nog steeds worden veel concerten bezocht, waaronder zeker ook de meer reguliere van bijvoorbeeld het Concertgebouworkest en zijn chef Mariss Jansons – hogelijk door hem bewonderd.

Vlaardingerbroek begint zijn herinneringen met een voorstelling van Hündels oratorium ’L’Allegro, il penseroso ed il moderato’ in de Parijse Opéra. „Dit was een fantastische voorstelling met Les Arts Florissants onder leiding van William Christie en met de vocale ontdekking van dit jaar, de Britse sopraan Kate Royal. Wat de voorstelling zo bijzonder maakte, was het feit dat je er in drie lagen naar kon kijken en luisteren. De muzikale laag in de orkestbak, de choreografie van Robyn Orlin en een videofilm over Zuid-Afrika van Philippe Lainé. In eerste instantie zuchtte ik bij zo veel overdaad, maar het werkte uiteindelijk wonderwel. Voorstellingen met multimedia kunnen heel bijzonder zijn; ik heb Michel van der Aa, die zich op dat gebied al enorm bewezen heeft, gevraagd voor ons wat te maken voor het seizoen 2009-2010.”

„In Rotterdam hoorde ik een concert met muziek van Sándor Veress, typisch zo’n componist die overal tussenin gevallen is. Onbegrijpelijk dat die muziek hier niet vaker te horen is. Twee concerten van het altijd intrigerende Atlas Ensemble staan me ook nog bij. Een voorbeeld van hoe mensen elkaar kunnen versterken; échte wereldmuziek.”

„Indrukwekkend was ook John Adams’ ’Doctor Atomic’ bij De Nederlandse Opera. Geen perfecte opera, omdat het tweede bedrijf mij dramatisch niet overtuigt. Maar het blijkt maar weer dat de obsessie die onze tijd met opera heeft, voortkomt uit het feit dat het een ideaal medium is om de grote thema’s van deze tijd aan te pakken. Voor volgend jaar heb ik bijvoorbeeld de nieuwe opera ’The Tempest’ van Thomas Adès geprogrammeerd.”

„ En in juni hoorde ik in Venetië sacrale muziek van Vivaldi in de kerk van de Ospedale della Pietà, daar waar Vivaldi gewerkt heeft met het meisjeskoor van vondelingen. Men vroeg zich altijd af hoe die meisjes de vierstemmige zettingen, inclusief tenor en bas, hebben kunnen zingen. In Engeland is nu een koor opgericht waarin vrouwen de bas- en tenorpartijen zingen. Wederom een bewijs dat de standaard in de oude muziek omgegooid gaat worden. Er gaat daar nog heel wat veranderen, bijvoorbeeld met hoe we nu met het continuo omgaan.”

„Kunst heeft de kracht om een andere werkelijkheid te laten zien. Een maatschappelijke insteek is daarbij niet altijd nodig; het Beaux Arts Trio kreeg het zonder ook voor elkaar.”

mailIcon print |