In de kersttoespraak sprak koningin Beatrix deze Kerst van ’individualisering die doorslaat naar puur egoïsme’. Ze sprak van ’een ontwikkeling die onze maatschappelijke verbondenheid bedreigt’. Als we de wereld op het Web beschouwen als deel van onze samenleving, dan lijkt deze uitspraak op z’n zachts gezegd misplaatst.
Individualisering is ver te zoeken, als we uitgaan van het interactieve karakter van het Web. Het nieuwe Internet, ook wel Web 2.0 genoemd, heeft juist elementen van gemeenschapszin die de dagelijkse werkelijkheid overstijgen. Gemeenschapszin pur sang zijn de virtuele communities, de weblogs, de you tubes en de face books. Het draait om participatie, meedoen met de massa, in groepen of getweeën in intieme chat-sfeer.
Online delen we graag van alles met elkaar: feitelijke informatie, persoonlijke ervaringen, meningen. In plaats van op zeepkisten te staan, zetten we ons online in voor hele groepen en roepen op tot de bestrijding van misstanden in de wereld. Zoals de Palestijnse kwestie waar oud-premier en digibeet Dries van Agt zich hard voor maakt. Hoewel de man geen enkele interesse heeft in digitale zaken, koos ook hij voor een presentatie op het Web om de gemeenschap te kunnen bereiken.
Maar ook foto’s en video’s delen we graag online, en niet te vergeten muziek. Wanneer bent u voor het laatst bij een vriend langsgegaan met een fotoboek onder de arm, of hebt u een brief geschreven aan een familielid in het buitenland? Nauwelijks, gok ik. Maar grote kans dat u wel een weblog bijhoudt of foto’s van uw laatste reis via een website heeft gedeeld.
In het begin van de internethype bestond de angst dat Internet zou leiden tot asociaal gedrag, tot wereldvreemde surfers op zolderkamertjes en tot ontspoorde jongeren. Tegenwoordig weten we beter. We gebruiken het Web om oude contacten nieuw leven in te blazen en om onze vriendenkring uit te breiden. Dat bleek deze week wederom uit een promotieonderzoek van een onderzoekster, verbonden aan de UVA. Hyves, zo blijkt uit haar gegevens, heeft niets dat op individualisering, of op een vorm van afkeer van de samenleving, duidt.
Natuurlijk kunnen we ook heel asociaal doen op Internet, ons bijzonder egoïstisch en intolerant gedragen, onze naasten niet respecteren en rotzooi achterlaten. Precies zoals we dat op straat kunnen doen. Maar het is nog maar de vraag of individualisering hieraan ten grondslag ligt, omdat individualisering zou leiden tot ’een maatschappij die in zichzelf gekeerd is en de ogen sluit voor de wijdere wereld’, zoals de Koningin dat verwoordt. En dit geldt voor de wereld ’offline’ en ’online’.
Individualisering is namelijk op zich niet een goede of een slechte ontwikkeling. Door de sociale wetenschappen wordt individualisering niet eens als een bron van zorg beschouwd. Of zoals de Nederlandse socioloog en directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, Paul Schnabel, het in het boek ’Individualisering en sociale integratie’ (online te lezen) schrijft: „[Individualisering is] zo alom aanwezig en zozeer verbonden met de manier waarop mensen leven en oordelen, dat een niet-geïndividualiseerde vorm van bestaan voor de meeste mensen niet eens denkbaar zou zijn, laat staan dat die hen gelukkig zou maken.”
Of wij nu individualisten zijn of kuddedieren, we kunnen niet ontkennen dat Internet voordelen heeft die het dagelijkse leven niet kent. De reikwijdte bijvoorbeeld. Maar ook de snelheid en het open karakter. Misschien moet web 2.0 niet gezien worden als een ’tweede leven’, zoals ik het in mijn vorige bijdrage ook wel noemde. Misschien moeten we web 2.0 meer gaan integreren in ons dagelijkse leven.
De ware betekenis van Internet voor de maatschappij is nog onduidelijk, want Internet is zowel massacommunicatie als individuele communicatie, en alle vormen daartussen. Eén ding is zeker: in de virtuele gemeenschap kun je in ieder geval, zeer individueel, erg veel informatie vinden over deze kwestie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.