*

 

Neerlands 1000 mooiste plekken

Jeannette van Ditzhuijzen − 29/12/07, 02:27

De mooiste plekken van ons land die bezocht kunnen worden en ook nog betaalbaar zijn.

Wel de Twentse Paasvuren, niet het Midwinterhoornblazen; wel de Overijsselse Vecht, niet het Gein. „Het blijft arbitrair”, erkent Flip van Doorn, auteur van ’Nederland - 1000 plekken die je écht gezien moet hebben’.

In navolging van de 1000 wereldplekken die je gezien moet hebben, bracht uitgeverij Terra onlangs een boek met Nederlandse topplekken uit. Van Doorn heeft er maandenlang aan gewerkt en vooral heel veel keuzes gemaakt. „In het boek met de wereldplekken staan veel exclusieve hotels en resorts. Wie de wereld rond wil reizen heeft misschien behoefte aan dat soort informatie, maar dit boek is echt geschreven voor de gewone toerist en lezer. Dat betekent dat alle plekken te bezoeken zijn en te betalen. Dus niet het Zeeuwse Manoir Inter Scaldes, een luxehotel met een helikopterplatform. Maar ik geef toe dat ik het Amstel Hotel er wel in heb gezet. Omdat het beeldbepalend is voor Amsterdam en er leuke verhalen bij te vertellen zijn.”

Dat is meteen het aardige van dit boek: de soms bijzondere verhalen die Van Doorn heeft opgeduikeld. Neem nou de Strontpaal in Brabant. Geen plek om gelijk naar af te reizen, maar de verhalen van de doodgeschoten smokkelaar en de schijtende veldwachters blijven je wel bij.

Of het voormalige drielandenpunt bij het Twentse Overdinkel. De grenssteen uit 1659 staat op de lokale monumentenlijst. Vroeger grensde Nederland hier zowel aan Pruisen als aan het koninkrijk Hannover, vandaar de drie landen. „Het gaat inderdaad om de verhalen”, bevestigt de auteur. „Dat de Efteling een achtbaan heeft en sprookjesfiguren weet iedereen wel. Maar dat het genoemd is naar een gehucht dat ooit op die plek lag, is minder bekend.”

Wie denkt dat Nederland veel te klein is voor 1000 plekken komt volgens Van Doorn bedrogen uit. „Nederland is niet eens in 1000 plekken te vatten.” Daar moet wel aan worden toegevoegd dat hij niet alleen plekken, maar ook evenementen zoals het Oerol Festival en de TT-races heeft opgenomen. Of de Arnhemse trolleybussen. „Ik ben op zoek gegaan naar dingen die karakteristiek zijn voor Nederland of voor een bepaalde regio.”

Amsterdam voert met 75 plekken de lijst aan. Bekende attracties als de Alkmaarse kaasmarkt, de Zaanse Schans en het Vrijthof zijn eveneens volop aanwezig. „Ik ben begonnen met het doorlezen van een heleboel reisgidsen. Daar stonden zo al 300 plekken in waar je niet omheen kunt. Dan houd je altijd nog 700 plekken over die minder bekend zijn en waar je zelf naar op zoek moet.”

Een deel daarvan schudde hij zo uit zijn mouw, omdat hij als reisjournalist menige wandel- en fietsreportage heeft gemaakt. „Dan focus je op een bepaald gebied en haal je de leuke dingen eruit. Zo kende ik de dorpjes Welsum in Overijssel, Leenderstrijp in Noord-Brabant en Barsingerhorn in Noord-Holland al van fietstochten. Het zijn dorpjes die niet in reisgidsen staan, maar wel de moeite waard zijn. Als je door Welsum fietst, besef je dat dat echt en authentiek is. Ootmarsum en Orvelte zijn natuurlijk ook mooi, maar die hebben door het toerisme toch wat van hun oorspronkelijkheid verloren.”

Een goede bron van informatie bleken de bekende Hollandse verjaardagsfeesten. Gevraagd naar zijn bezigheden, vertelde Van Doorn dan over het boek-in-wording en geheid dat er iemand met een tip kwam. Over de markt van het Brabantse Eersel bijvoorbeeld. Of de kleurige huizen in Drachten, ooit door kunstenaar Theo van Doesburg bedacht.

Ook natuur komt uitgebreid aan de orde. „Als je Nederland als geheel wilt beschrijven, hoort de natuur daarbij. Alle nationale parken staan erin, die vallen in de categorie Rijksmuseum, een plek die je niet mág missen. Maar daarnaast noem ik ook kleinere gebiedjes. De Maasheggen met hun karakteristieke vlechtheggen, of De Botshol bij de Vinkeveense Plassen. Opvallend is dat Flevoland veel natuurgebieden heeft. Die provincie wordt echt onderschat. Het Horsterwold bijvoorbeeld vormt het grootste aaneengesloten loofbos van Europa.”

Het boek laat je soms met andere ogen naar Nederland kijken. Van Doorn breekt op pagina 279 zelfs een lans voor de moderne windmolens, die meestal verguisd worden omdat ze het landschap zouden aantasten. Maar in de Flevopolder, zo schrijft hij, zorgen ze voor het verticale accent te midden van de strakke horizontale lijnen. Tips voor molenfietstochten zijn bijgevoegd. Elk onderwerp wordt overigens afgesloten met praktische (bezoek)informatie.

Waar hij bij het schrijven wel rekening mee moest houden was de balans van het boek. „In Gelderland en Limburg wemelt het van de kastelen, Drenthe heeft er maar één. Dat komt er dus in, maar bij Gelderland en Limburg moest ik keuzes maken. Die zijn altijd arbitrair. Daarom heeft de uitgever een wedstrijd uitgeschreven waarbij mensen hun eigen favoriete plek kunnen opgeven. Voor een volgende druk.”

Zijn eigen favoriet? Dat is plek 1000: een kleine poel bij de Kortenhoefse Plassen waar je alleen met een boot kunt komen. „Die plek is exemplarisch voor al het moois dat Nederland te bieden heeft.”

mailIcon print |