Ik heb altijd willen weten hoe het smaakt, maar durfde toch nooit te proeven. Op de reclames zag het er lekker uit: hupse deernen met vrolijke hondjes openden het blikje en schikten de inhoud koket op een schoteltje. Maar het dan nog proeven ook, ja.
Tot de redacteur belt van dit katern. Die blijkt ook al jaren met die vraag te zitten – hij durfde er alleen niet over te beginnen, want ja. En toch. Zou ik er niet eens over willen denken? Nee, dat hoeft niet, ik denk er al jaren over, nu heb ik eindelijk een echte aanleiding. Op naar de supermarkt, met maar een item op het boodschappenlijstje: hondenvoer. Niet het gewone hondenvoer, ik ben niet van de straat. Nee, dat luxe spul dat toch het meest wegheeft van dierendelicatessen. En daar is nogal wat van, veel meer voor katten dan voor honden, overigens – ik vier soorten luxeblikjes voor honden en toch gauw achttien voor katten, van twee verschillende merken, ook nog.
Gadegeslagen door verbaasde klanten stapel ik drie blikken voor hijgende honden op de lopende band, genaamd Cesar, en acht voor likkebaardende katten, merknamen Sheba en Gourmet. Sheba kost euro 0,65 per blikje van een ons, Gourmet is zes cent duurder en levert slechts 85 gram. Cesar, voor de hond, is het goedkoopst: euro 0,82 voor een blikje van 150 gram.
Eenmaal thuis slaat toch de schrik lichtjes om mijn hart – wat als er nu vlees uit Tsjernobyl in zit, om maar wat te noemen? Maar de Voedsel- en Warenautoriteit, de VWA, meldt mij redelijk veilig: er zitten in elk geval géén akelige bacteriën in, die het op mijn gezondheid hebben voorzien, en ook andere risico’s zijn minimaal.
Zo is ook het laatste excuus weggenomen. Glanzend staan de blikjes in het licht van de late kerstboom. Ik begin onderaan, met de goedkoopste. ’Cesar in fijne saus met Kalfsvlees & Gevogelte’. Het deksel rolt gemakkelijk terug onder mijn trillende hand, en onthult een soort gelei met roodbruine brokjes. In ’Cesar met kip’ zit een lichtbruine paté, in ’Cesar met Rundvlees’ donkerbruine moes. Veel onderscheid kan ik niet ruiken, maar ik ben dan ook geen hond.
Geen van drieën is uitgesproken van smaak, al zijn ze alle drie wat leverig. Wat opvallend ontbreekt is zout. Niets om op een toostje te presenteren, in elk geval, tijdens een gezellig avondje met vrienden.
Een stapje hoger op de ladder van het kapitaal wacht Sheba. ’Paté met wild’, ’Met stukjes kip en kalkoen in saus’ en ’Met reepjes rund en kalkoen in saus’.
Wat voor saus staat er niet bij, onder de deksels zit precies hetzelfde als onder ’Cesar in fijne saus’. Het ruikt ook nog een keertje hetzelfde! Ook de smaak zit in dezelfde richting, al is het wat bitterder, en de saus wat lijmeriger. Opnieuw niets voor een leuke avond met mensen.
Mijn laatste hoop berust op de Gourmet. Gourmet doet alles in stukjes. Stukjes oriëntaalse tonijn, mini-filets met heerlijk rundvlees, stukjes zeebrasem en mini-filets met malse kip. Hier zijn de verkondigde vissen in stukjes te herkennen – inktvis, tonijn, maar kip en rund verschillen alleen in kleur. Aan de vis is te ruiken dat het vis is, de landdieren geuren amorf. En de smaak? Eerlijk is eerlijk, die zeebrasem is niet slecht, slechts wat flauw. De tonijn is nog beter. Kip en rund daarentegen onderscheiden zich niet van hun goedkope voorgangers.
Blij dat ik geen huisdier ben.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.