*

 

Liever het debat van nu dan het zwijgen van toen

Youssef Azghari − 09/10/07, 02:26

’Nederland debatteert zich suf’, was dit weekeinde de stelling in het televisieprogramma ’Rondom Tien’. Ik was zelf een van degenen die deelnam aan de discussie, en beweerde juist het tegenovergestelde: er wordt te wéinig gedebatteerd. Natuurlijk bereiken ordinaire scheldkanonnades tussen fanatieke dogmatici en grove uithalen à la Wilders, bedoeld voor onder de gordel, dagelijks de media. Toch verdienen ze niet het etiket ’zinvol debat’. Ik noem ze hier voor het gemak roep-maar-wat-wilds-monologen. Als we die even niet meetellen houden we bar weinig debatten over die het democratisch denken helpen aanscherpen.

Een debat is te vergelijken met een bokswedstrijd. Je tast elkaar af, gaat de confrontatie aan en deelt klappen met woorden uit. Hoe beter je je standpunt beargumenteert en voor het voetlicht brengt, hoe meer punten je scoort. De kijkers scherpen zo hun mening over een onderwerp dat ze na aan het hart ligt. Bij een debat dagen mensen met passie, kennis en ervaring elkaar uit om hun opvatting te verdedigen. Na zo’n bokswedstrijd ben ik soms ook uitgeteld.

Maar je terugtrekken in je schulp, zoals ik teveel mensen in mijn omgeving zie doen, zet geen zoden aan de dijk. Daarmee lossen we het probleem van bij voorbeeld het aantal jongeren dat radicaliseert niet op. We moeten nooit te moe zijn ze te bespreken.

Om het tij te keren is het nodig om te kijken waar die debatmoeheid vandaan komt. Er is de afgelopen tijd onder het mom van vrijheid van meningsuiting veel kapotgemaakt tussen verschillende bevolkingsgroepen. Angst en wantrouwen domineren in de samenleving. Vrijheid van meningsuiting is verlaagd tot kunst van beledigen. Er worden allang niet meer alleen meningen en feiten uitgewisseld. Steeds vaker spuugt men beledigingen in elkaars gezicht en dat noemt men tot overmaat van ramp een debat.

Toch moet zeker de klok niet een kwart eeuw worden teruggedraaid in de tijd. Toen was het gewoon om problemen met de mantel der liefde te bedekken. Jongeren die in groepjes voor overlast zorgden in grote steden bestonden niet, terwijl ze wel bij de politie bekend waren. Het verschil van wat er op de televisie te zien en in de pers te lezen was enerzijds, en wat zich op straat afspeelde anderzijds, was levensgroot. Sommige Nederlandse media vertoonden in die tijd zelfs trekjes van de Burmese staatsmedia van vandaag: wat niet paste in hun verzuild straatje en visie op hun gedroomde samenleving werd genegeerd.

Dankzij Fortuyn, met wie ik het vaak oneens was, zijn we daar van genezen. Sindsdien is er meer ruimte voor debatten waar het vuur van af spat. Dat is beter dan elkaar met fluwelen handschoenen te bejegenen. Ik was het zat om kritiek op bijvoorbeeld de komst van asielzoekers wel op feestjes aan te horen en niet in openbare debatten.

Het is goed dat we nu alles gezegd kan worden. Zwijgen is pas echt schadelijk voor de democratische rechtsorde. Het gevolg van deze grenzeloze vrijheid is wel dat we ook kwetsende uitspraken die geen enkele toegevoegde waarde hebben, voor een zinvol debat op de koop toe moeten nemen. Een goed voorbeeld zijn de oppervlakkige statements van Ehsan Jami over de profeet. Om te voorkomen dat door deze barbaarse toon van debatteren meer mensen afgeschrikt worden en hun mening niet laten horen is het nodig dat politici zich actiever bemoeien met het debatklimaat. Premier Balkenende moet Wilders niet telkens negeren als die hem voor ’lafaard’ uitmaakt, maar hem van repliek dienen. In contact met radicale moslims die mij proberen te diskwalificeren voer ik mijn geweldloze djihad, in de hoop dat ze daar iets van opsteken. Theo van Gogh zou nog zou leven als Mohammed B. had geleerd te debatteren.

mailIcon print |