*

 

Utrecht mag niet echt kiezen

Thom de Graaf, burgemeester van Nijmegen en voormalig minister voor bestuurlijke vernieuwing en koninkrijksrelaties − 09/10/07, 02:26

Het gekozen burgemeesterschap is helaas fata morgana. Houd dus op, als in Utrecht, de burgers een recht voor te spiegelen dat ze niet mogen hebben.

In Utrecht is het burgemeestersreferendum in diskrediet geraakt. Aanleiding is dat de gemeenteraad de bevolking een keuze voorlegt die niet als een echte keuze wordt ervaren.

Twee keurige heren, de een wat meer juridisch en parlementair geschoold, de ander een door de wol geverfde bestuurder en alle twee lid van dezelfde partij. Vooral dat laatste is menig Utrechtenaar kennelijk in het verkeerde keelgat geschoten. Alsof je tussen Goudse en Edammer kaas mag kiezen.

Beide kandidaten zijn zeer gekwalificeerd. Maar dat geeft bij verkiezingen niet de doorslag. Een verkiezing wordt pas interessant als er ook echt wat te kiezen valt, als er tegenstellingen bestaan tussen stijl, voorstellen en persoonlijkheid van de kandidaten. En hun politieke kleur natuurlijk. Als dat onvoldoende uit de verf komt, staat de legitimiteit van de keuze onder druk. Dat kan nooit de bedoeling zijn geweest. Kandidaten die halverwege de wedstrijd de spelregels willen veranderen, maken het er overigens niet beter op.

Het probleem bij deze referenda is dat de burgemeester in de huidige benoemingswijze niet de politieke positie heeft om het leiderschap van het lokaal bestuur op te eisen. Zijn bevoegdheden zijn beperkt, hij is niet of hooguit zijdelings betrokken bij de opstelling van het program en de vorming van het college en heeft in het algemeen naast de veiligheid slechts politiek neutrale onderwerpen in zijn portefeuille. Bij een echt gekozen burgemeester zou dat anders zijn, die zou taken en bevoegdheden hebben die passen bij een lokale regeringsleider. Wie dan om het gekozen burgemeesterschap strijdt, kan een echte politieke campagne voeren, met actieplannen en vergezichten hoe het anders moet in de stad. In het huidige burgemeestersreferendum kan dat niet. In wezen kunnen de kandidaten alleen maar wedijveren om stijl en persoonlijkheid, nauwelijks om politieke inhoud.

Omdat de bevolking de burgemeester, ondanks diens geringe bevoegdheden en mogelijkheden, meestal toch als de belangrijkste bestuurder van de gemeente ziet, viel er de afgelopen jaren best iets te zeggen voor een burgemeestersreferendum, althans als de raad twee kandidaten voordraagt die echt tegenover elkaar kunnen worden gezet. Dat was in voorgaande succesvolle referenda in Best, Vlaardingen en Leiden het geval.

Het grote verschil met Utrecht is niet alleen dat hier partijgenoten onderling uitmaken wie de nieuwe burgemeester wordt, maar bovenal dat de gekozen burgemeester inmiddels achter de horizon is verdwenen.

Burgemeestersreferenda hebben alleen zin als het perspectief van de gekozen burgemeester wenkend is. Ze zijn immers een voorportaal daarvan, de eerste stap op weg naar de echte verkiezing. Dat was in 1998 voor mij als toenmalige fractievoorzitter ook de reden om het burgemeestersreferendum in het regeerakkoord te schrijven. Nu de gekozen burgemeester tot fata morgana is verklaard, moet je ook stoppen met burgers een recht voor te spiegelen dat ze niet echt mogen hebben.

Ik ben nog steeds een overtuigd voorstander van de rechtstreeks gekozen burgemeester, zoals overigens meer collega’s in grote steden. Ik heb geen moeite om te functioneren in het benoemde systeem en zie daarvan ook de meerwaarde. Toch blijf ik van mening dat de gekozen burgemeester een slagvaardiger en democratisch beter gelegitimeerd stadsbestuur oplevert. Burgers worden immers op een rechtstreekse manier betrokken bij de machtsvorming en het lokale bestuur krijgt een echte politieke leiding met duidelijk profiel en met, zoals dat tegenwoordig heet, doorzettingsmacht.

Het zal er alleen voorlopig niet van komen. Minister van binnenlandse zaken Ter Horst heeft in haar Burgemeesterslezing van 12 september de Last Post geblazen voor de gekozen burgemeester. Het was natuurlijk al evident dat er van dit kabinet niets kon worden verwacht, ook niet van de PvdA. Wouter Bos had de strijd in zijn eigen partij op dit punt al eerder verloren, zoals, zeker voor mij, pijnlijk bleek tijdens het avondje-Van Thijn in maart 2005.

Toch is het opmerkelijk met hoeveel enthousiasme Ter Horst in haar lezing pleit voor de terugkeer naar de burgemeester als klassieke regent: „Juist zijn status van benoemd zijn door de Kroon, geeft hem gezag en een externe legitimatie naar de burgers”, aldus de minister. Zij handhaaft de Kroonbenoeming omdat Nederland geen land is van grote leiders en er geen behoefte zou bestaan om de burgemeester die positie toe te dichten. Ik citeer: „Na Fortuyn dachten we even van wel. Ik ook, maar nu de rust – schijnbaar of niet – een beetje is teruggekeerd, doet het verstand dat ook.”

Tsja, daar valt moeilijk tegen te argumenteren. De minister heeft in ieder geval op één punt gelijk: de gekozen burgemeester lijkt voorgoed verdwenen, met dank aan haar partij. Er is een duidelijke beweging naar een meer regenteske invulling van het burgemeesterschap, met de nadruk op openbare orde en veiligheid. Dat is een legitieme keuze, al is het niet de mijne. Maar laten we dan ook consequent zijn. Als de Kroonbenoeming zo doorslaggevend is voor het burgemeestersgezag, suggereer dan niet dat de bevolking er over mag gaan. Laten we dan stoppen met referenda over wie het moet worden. De politieke mode van het moment is retro gericht en niet op de zeggenschap van individuele burgers. Het zij zo.

mailIcon print |