De gele morgenster lijkt, net als zoveel andere gele composieten, op een paardebloem. Een duidelijk verschil is dat de omwindselbladen even lang of langer zijn dan de lintblaadjes van het hoofdje. De hoofdjes zijn niet groter dan van de paardebloem: anderhalve, hooguit drie centimeter. De gele morgenster opent zijn hoofdjes in de morgen, na het middaguur zijn ze weer gesloten. De gele morgenster heet ook boksbaard, omdat de vruchtjes sterk behaard, grijs pluis hebben. Als pluizenbol spreiden de vruchten hun parapluachtige pluis al uit
De gele morgenster groeit op open, droge, grazige plaatsen in wegbermen en langs spoor- en rivierdijken en is weinig te vinden in Noordoost-Nederland. Er zijn ook geel bloeiende morgensterren die tot een andere soort worden gerekend De oosterse morgenster, die alleen wat groter en meer oranjekleurige bloemhoofdjes en kortere omwindselbladen heeft, is wel te vinden. Hij groeit op dezelfde plekken en ook in vochtige hooilanden.
* Op plaatsen waar het landschap is versnipperd worden wildoversteekplaatsen gemaakt. Bij Crailose Brug bij Hilversum ligt de natuurbrug, die de Naarderweg en het spoor overspant. Ons land is doorsneden met autowegen, maar dieren zoals de edelherten van de Oostvaardersplassen moeten vrij kunnen trekken naar de Veluwe en de uiterwaarden van de Nederrijn. Uiteindelijk moet er een ecologische verbinding komen met de Duitse wouden over de grens. Een veilige oversteek naar het Ketelwald zal pas gereed zijn in 2010 en een groene verbinding tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe pas in 2015. Als je ziet hoe traag de Ecologische Hoofdstructuur verwezenlijkt wordt, kun je er niet optimistisch over zijn.
iwww.trouw.nl/groen voor eerdere afleveringen en vragen over inheemse natuur.© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.