Lieske schrijft mooie romans: coherent, soepel, niet ikkerig. Dat geldt ook voor ’Dünya’, dat zich afspeelt in Turkije. En toch bevredigt zijn laatste boek niet helemaal.
Tomas Lieske: Dünya. Querido, Amsterdam. ISBN: 9789021433172; 343 blz. euro 18,95
In 2001 won Tomas Lieske de Libris Literatuurprijs met zijn roman ’Franklin’. Een omstreden jaar, want vijf van de zes genomineerden kwamen uit de stal van uitgeverij Querido, onder wie Lieske. Maar goed, hij won wel en vorig jaar sleepte hij de VSB Poëzieprijs in de wacht voor zijn bundel ’Hoe je geliefde te herkennen’. Lieske is een gelauwerd auteur.
En daar is wel enige reden voor. Hij schrijft elegant en komt altijd goed gedocumenteerd voor de dag. Zijn romans spelen in andere tijden en verre landen en van navelstaren kun je hem niet beschuldigen. Kortom, hij zit in een aangename hoek van de literatuur.
Zijn nieuwe roman voldoet ook aan dat beeld. Twee Hollanders, Simon en Otto, nemen dienst in het Engelse leger wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Ze verliezen van de Turken en dan begint een lange zwerftocht door heel Turkije. Soms zijn ze krijgsgevangenen, soms vrijgelatenen, dat wisselt.
Op één van de tochten rooft Simon in een opwelling een baby van een moeder die meedoet aan het verbranden van haar Armeense buren. De mannen noemen het meisje Julia en voeden haar op alsof ze Simons dochter is.
Uiteindelijk komen ze aan in een dorpje met een fabriek, waar ze gedwongen worden te helpen bij de bouw van het eerste Turkse luchtschip. Daar leren ze Dünya kennen. Zij is een Turkse die in de betere kringen verkeerde, maar haar hand overspeeld heeft, verbannen werd en nu voor het leger de twee Hollanders moet bespionneren.
Er gebeurt erg veel en toch hangen alle kleine scènes samen. Dat is de grote kracht van dit boek. Zo pleit Simon ervoor een kip te delen met hun medegevangenen, omdat hun positie anders onhoudbaar zou worden; met een soortgelijke redenering stelt hij later dat ze Julia over haar afkomst moeten vertellen. Zijn koppigheid komt dan niet uit de lucht vallen, maar typeert hem.
Op dezelfde vanzelfsprekende manier laat Lieske de personages Oost met West verbinden. „Het was alsof de nieuwe republiek Turkije in mij persoonlijk tot stand kwam”, vertelt Dünya bijvoorbeeld tussen neus en lippen door in een terugblik op haar mondaine en promiscue leven. „Een deel dat modern, westers georiënteerd, vrij en tamelijk ontspannen leefde en een deel dat met afschuw sprak over die a-religieuze en verkwistende leefwijze en dat het liefst het oude sultanaat in ere had hersteld, opdat de Schaduw van God weer voor ons zou zorgen.”
Zo’n tweeslachtige identiteit heeft Julia ook. Ze is geboren uit Turkse ouders, maar wordt opgevoed door twee Nederlanders en is tweetalig. Simon en Otto blijven via die zogenaamde dochter voor altijd met Turkije verbonden; bovendien zal het ze nooit lukken om het land te verlaten.
Zelfs de zeppelin is een product van Oost en West. Het ding wordt gebouwd ter meerdere eer en glorie van het Turkse leger, maar er hangen Duitse motoren onder en de projectleider is een Duitse Jood. Lieske maakt het allemaal geloofwaardig, begrijpelijk, of zelfs vanzelfsprekend.
Misschien zelfs te vanzelfsprekend. Want de spanning tussen Oost en West loopt nergens hoog op en komt ook nergens tot ontlading, terwijl Lieske daar wel op lijkt te mikken. Dünya voelt de verwijten van wijlen haar conservatieve echtgenoot, Julia’s afkomst is een gloeiend geheim en de zeppelin mislukt, maar Lieske maakt dat allemaal zóvoorstelbaar dat hij de scherpe randjes ervan afslijpt. Julia moet bijvoorbeeld huilen als ze de waarheid heeft gehoord, maar de lezer komt er niet achter wat het nieuws nu voor haar betekent.
Het heftigste gevolg van de culture clash is eigenlijk dat de proefvlucht
van het luchtschip mislukt, doordat de Turken hiërarchie belangrijker vinden dan zorgvuldigheid. Attatürk komt kijken, dus wee je gebeente als het ding niet op tijd vliegt. Maar de gevolgen van de mislukking maken we niet mee: ze staan in een nawoord van de projectleider van de zeppelinbouw. Daardoor wordt het kookpunt van het drama van de buitenkant beschreven, en niet van binnenuit, zoals de rest.
Het boek is mooi, je hebt zin om de bladzijde om te slaan en de plot wordt keurig afgewikkeld, maar ’Dünya’ blijft een beetje vlak. Het zet de stap niet van goed naar indrukwekkend. Omdat ik daar wel op had gehoopt, bleef ik na het lezen toch enigszins teleurgesteld achter.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.