In zijn jongste boek laat Al Gore weinig heel van het beleid van president Bush, de man die hem zeven jaar geleden uit het Witte Huis hield. Is het manifest de opmaat naar een nieuwe poging president te worden?
Al Gore: De aanval op de redelijkheid. Vert. door Jeroen De Keyser en Leen Van Den Broucke. Meulenhoff, Amsterdam. ISBN 9789029079877; 320 blz. euro 21,90
Als Al Gore de energie, geestdrift en overtuigingskracht waarover hij anno 2007 in ruime mate blijkt te beschikken zeven jaar geleden aan de dag had gelegd, hadden we nooit te maken gehad met ene George W. Bush. Want dan zou de Democraat destijds met groot gemak zijn Republikeinse tegenstander hebben verslagen.
Maar Gore kwam in de verkiezingscampagne van 2000 saai, ongeïnspireerd en zelfs bangelijk over. Hij maakte de fout krampachtig afstand te nemen van Bill Clinton wiens trouwe vice-president hij acht jaar lang was geweest, maar die door de Monica Lewinsky-affaire in opspraak was gekomen. Gore won overigens wel – hij kreeg meer stemmen dan Bush, maar minder kiesmannen. Dat kwam door een omstreden uitspraak van het Hooggerechtshof die de staat Florida aan Bush toewees.
De eerste jaren na zijn nederlaag hoorden we weinig van Gore. Vorig jaar kwam hij in het nieuws door zijn boek en film ‘Een ongemakkelijke waarheid’ over de gevolgen van de klimaatverandering. Nu heeft hij weer een boek geschreven: ‘De aanval op de redelijkheid’ (was ’rede’ trouwens geen betere vertaling van ’reason’ geweest?). Hij doet daarin een harde aanval op het beleid van Bush in de afgelopen zeven jaar.
Gore is politicoloog, afgestudeerd aan Harvard, maar hij is vooral bekend als politicus en tegenstander van de man die het in zijn boek moet ontgelden. Dat moet je als lezer voortdurend voor ogen houden. Al is de toon nergens wrokkig, objectief is het boek zeker niet. Toch bevat het een interessante analyse hoe de regering in Washington omgaat met de democratie..
Na de aanslagen van 11 september 2001 stond Gore onvoorwaardelijk achter de president: „Ik zal hem volgen, net als wij allemaal in deze barre tijden.’’ Maar met de inval in Irak begin 2003 was het afgelopen met die steun. Om draagvlak te krijgen voor haar Irak-beleid heeft de regering-Bush op grote schaal gebruik gemaakt van angst, aldus Gore. Vorig jaar nog, tijdens de campagne voor de Congresverkiezingen, zei Bush: ,,Als de Democraten het pleit winnen, dan winnen ook de terroristen.’’ Angst is niet alleen een slechte raadgever, ze staat ook haaks op de rede, en dat is een verworvenheid uit de Verlichting – en in Amerikaanse termen uit de tijd van de onafhankelijkheid – die Gore koestert. Regelmatig haalt de Democraat de founding fathers van zijn land aan om zijn betoog kracht bij te zetten.
Niet alleen angst, ook politiek en religieus fanatisme of fundamentalisme bedreigt de rede. En ook op dit punt komt Gore bij Bush uit. De gewezen vice-president – zelf een devoot christen – zegt er niet aan te twijfelen dat het geloof van de zittende president oprecht is. En Gore zal de laatste zijn om te beweren dat Bush zijn verwerpelijke beleid rechtstreeks uit de Bijbel haalt, hij doet dat omdat hij een rechtse ideologie aanhangt. Maar in de Verenigde Staten vallen (neo-)conservatisme en religieus fanatisme vaak samen. ,,Nu zien we, in de gedaante van radicaal rechts, een politieke factie vermomd als een religieuze groepering, en de president van de Verenigde Staten staat nota bene aan het hoofd ervan’’, constateert Gore.
En die president voert een politiek die ‘allesbehalve stichtelijk’ is, met minachting voor de sociale rechtvaardigheid. Armen worden armer, rijken juist rijker. Het sociaal-economische en financiële beleid van de Republikeinen is rampzalig, aldus Gore. Toen George Bush in 2001 aantrad, erfde hij van Bill Clinton een begrotingsoverschot van 5 biljoen dollar, nu is er een tekort van 4 biljoen dollar – levensgevaarlijk voor de Amerikaanse en wereldeconomie. Uit onverdachte hoek kreeg Gore deze week steun: Alan Greenspan, de voormalige voorzitter van het Amerikaanse stelsel van centrale banken en geestverwant van Bush, oefent in zijn jongste boek zware kritiek uit op de regering.
Er zijn nog meer bedreigingen voor de rede. Het klimaatbeleid bijvoorbeeld, een stokpaardje van Al Gore, dat bij Bush in slechte handen is, want die laat zich slechts adviseren door de oliemaatschappijen, aldus de auteur. En de privacy van de Amerikaanse burgers ligt onder vuur: hun telefoon en e-mails worden zomaar afgetapt, en dat is niet te verzoenen met de kerngedachte van de Amerikaanse grondwet.
De opstellers van die grondwet konden de razendsnelle ontwikkelingen op het terrein van de informatievoorziening natuurlijk niet voorzien, maar zij zouden zich in hun graf omdraaien als zij zouden zien hoe eenzijdig die overdracht is geworden. De televisie heeft de vrije uitwisseling van gedachten – basis van de Constitutie – geheel en al verdrongen. Amerikanen zitten dagelijks gemiddeld vierenhalf uur voor de buis. Ze laten de informatie gelaten over zich heen komen en hebben geen enkele mogelijkheid tot reactie, laat staan tegenspraak.
Het is een proces dat al decennia aan de gang is en waarvoor Bush niet verantwoordelijk kan worden gesteld, maar hij maakt er wel uitbundig gebruik van. Zonder publiek debat is besloten Irak binnen te vallen, er is met informatie geknoeid, de Amerikanen zijn misleid, vindt Gore. Kwaliteitskranten als de The New York Times en The Washington Post hebben wel aan de bel getrokken maar die kunnen nauwelijks tegenspel bieden. De tv is hét overheersende medium geworden. Gore hoopt dat internet de tegenspraak en het debat kunnen terugbrengen zodat er minder ruimte is voor manipulatie door de machthebbers. Overigens, dit langdradige hoofdstuk uit het verder leesbare boek is niet het sterkste.
De vraag is of ‘De aanval op de redelijkheid’ het politiek manifest is van de Democratische presidentskandidaat Al Gore. Er wordt in de VS druk gespeculeerd dat hij alsnog mee gaat doen aan de verkiezingscampagne om Bush op te volgen – dat zou de ultieme genoegdoening zijn. De 59-jarige Gore heeft een paar sterke troeven: veel ervaring, acht jaar vice-president, een paar gezaghebbende boeken, een bekroonde film, en een uitstekende reputatie en groot gezag.
Maar wat tegen deelname aan de campagne pleit is dat het Democratische veld met Hillary Clinton, Barack Obama en John Edwards al heel vol is. En Al Gore heeft toch de naam een loser te zijn. Het sterkste argument tegen een kandidatuur is misschien nog wel dat de man zichtbaar is opgeknapt sinds hij van de last van het politieke ambt is bevrijd en zich kan wijden aan het schrijven van interessante boeken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.