’Hallo meneer!’
’Dag meisje.’
Ik stond bij in de supermarkt, in de straat van de olie, azijn, sauzen en dergelijke. Condimenten heet dat, geloof ik. Achter me stond een meisje van een jaar of zes. Ze had lang blond haar, sproeten en blauwe ogen. Ze droeg vrolijke, bonte meisjekleren, kleren waaraan je kon zien dat haar moeder waarschijnlijk een spijkerbroek droeg. Het meisje keek me strak aan.
’Mag ik u iets vragen?’
’Jawel hoor.’
’Waarom heeft u geen karretje?’
’Als ik maar een paar boodschappen heb neem ik nooit een karretje.’
’Mijn moeder wel.’
’Sommige mensen vinden dat prettig.’
’Wat is dat?’ ze wees op een zakje in mijn mandje.
’Dat is mozzarella.’
’Wat is dat?’
’Een soort kaas. Hele zachte witte kaas. Kun je op je brood doen.’
’Mijn moeder koopt nooit mozzorello.’
’Eet je wel kaas?’
’Ja, hoe heet het. Milner.’
Het meisje was inderdaad vrij mager, met van die beentjes die op bamboe lijken, met de knie als knoop. Ik kon me niet meer herinneren waarom ik bij de condimenten stond, en liep door. Het meisje volgde me. ’Waar gaat u nu heen?’
’Eens even kijken, naar de melk.’
’Die weet ik.’ Ernstig beende ze voor me uit. Ik nam een halfje halfvolle melk.
’Zo, da’s ook weinig!’
’Dat komt omdat ik geen karretje heb.’
Wantrouwend keek ze me aan. Ik liep door.
’Ik volg u gewoon hoor!’
’Gezellig.’
Even dacht ze na.
’Bent u alleen?’
’Ja.’
’Mijn moeder is ook alleen.’
’Die is toch met jou? Trouwens, weet zij waar je bent?’
Alsof ik op een knop gedrukt had boog ze een beetje voorover, zette haar handen op haar knieën, als om zich te stabiliseren voor wat komen ging, hetgeen een ongekend harde kreet was.
’MüüüüM!’
Het verbazendst van kleine kinderen die heel hard gillen is niet dat ze zoveel geluid kunnen produceren, maar dat ze daarna niet proestend en rood aangelopen staan te wankelen, maar doorgaan alsof er niets gebeurd is.
Uit de verte klonk de stem van een vrouw.
’HIER!!!!’ riep het meisje, ’BIJ DE CHJIPS EN DE NACHO’S!’
Ik was benieuwd wat er nu zou gebeuren. Het bleef stil.
Terwijl ik glazig naar de condimenten staarde, die naast de chips en de nacho’s zijn, verscheen een vrouw, achter een karretje. Overduidelijk de moeder, hetzelfde lange blonde haar, dezelfde ogen. Ze droeg inderdaad een spijkerbroek. En open schoenen met gelakte teennagels. Ze was alleen niet mager, zoals ik onwillekeurig had aangenomen, door die Milner en de spillebeentjes. Maar alles is betrekkelijk, misschien was ze voor haar eigen doen wel mager, dankzij de Milner.
’Waar was je nou?’, zei de moeder, maar ze was niet boos. Ze wist blijkbaar dat ze haar dochtertje wel kon vertrouwen in deze supermarkt.
’Bij deze meneer’, zei ze, met een knikje in mijn richting. Ik glimlachte beleefd naar de moeder.
’Die meneer is ook alleen.’
’Nou já!’ Abrupt draaide de moeder zich om, waardoor haar blonde haren even werden opgetild, en ik zag nog net het rood naar haar hals schieten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.