*

 

Blijvend gebroken door de junta

Jann Ruyters, Jann Ruyters − 24/01/08, 02:27

Het filmfestival in Rotterdam opende gisteravond met de film ’Cordero de Dios’ ofwel ’Het Lam Gods’, het opmerkelijke, doordachte debuut van de 34-jarige Frans-Argentijnse filmmaakster Lucia Cédron.

De film vertelt het verhaal van drie generaties in Argentinië. Een man wordt in 2002 ontvoerd. Zijn kleindochter roept voor het losgeld de hulp in van haar moeder die in Frankrijk woont en die al lang het contact met haar vader heeft verbroken. De reden van de breuk ligt in het tijdperk van de Argentijnse junta. De film springt in tijd heen en weer tussen 1978, junta en wereldkampioenschap voetbal, en 2002, de economische crisis.

Regisseuse Lucia Cédron kwam zelf in 1976 als tweejarige naar Frankrijk samen met haar ouders, die het regime ontvluchtten. Haar vader Jorge, ook filmmaker, stierf in 1980 onder nooit opgehelderde omstandigheden in Parijs. In 2001 keerde Cédron terug naar Argentinië. „De beste beslissing van mijn leven”, zegt ze de avond voor de première aan de telefoon. „Maar ik weet nooit of ik het over terugkeren moet hebben. Ik ben geheel opgenomen in beide culturen, niet gespleten.”

’Cordero de Dios’ is niet autobiografisch maar het is wel ook Cédrons verhaal, ofwel het verhaal van haar generatie en dat van de twee generaties boven haar. Drie verschillende levensstijlen en overtuigingen. De jongere generatie apolitiek, de middelste generatie geëngageerd, de oudste generatie opportunistisch.

De moeder verwijt haar vader de gewelddadige dood van haar man in 1978. De kleindochter verwijt haar moeder haar verzet, waarmee ze niet alleen het leven van haar dochter bepaalde, maar ook bijna dertig jaar later nog dat van haar (groot)vader in gevaar brengt. „Al die verspilde ideologie en ondertussen gaat er iemand dood”, roept de kleindochter uit als de moeder weigert voor het losgeld te bedelen bij een oude vriend van de grootvader die in de jaren tachtig betrokken was bij de junta. Na de kloof tussen de junta en haar slachtoffers blijkt er zo alweer een nieuwe kloof gerezen: die tussen de juntaslachtoffers en hun kinderen.

Cédron: „Net als de dochter in de film heb ook ik mijn ouders hun politieke keuzes verweten, zeker. Ik was machteloos in wat wel mijn leven bepaalde. De generatie van mijn ouders is een erg trotse generatie. In de jaren zeventig dachten zij de wereld te kunnen verbeteren. In hun idealisme zetten ze ook heel veel kinderen op die wereld zonder na te denken over de consequenties. En vervolgens stierven er heel veel mensen. En verloren die kinderen hun ouders.”

Voor iemand die je zelf als een (tweede generatie) slachtoffer van de junta kunt zien, neemt Cédron in haar film een verrassend humaan standpunt in. De kracht van ’Lam Gods’ is dat de film – zo kort na de historische gebeurtenissen – niet kiest tussen ’goed’ en ’fout’; maar het ’grijs’ van ieders keuze binnenuit belicht.

Cédron: „Ik zie mijn film als een liefdesgeschiedenis. Ik ben niet religieus opgevoed maar de symboliek van het ’Lam Gods’ of ’Agnus dei’ herken ik en die wilde ik noemen in de titel. Wij zijn allemaal zondaars. Als er niets te vergeven is, is er ook geen verlossing.”

mailIcon print |