*

 

Waarom is zo ? links slecht

Sebastien Valkenberg − 24/01/08, 02:26

Twee filosofen, Sebastien Valkenberg en Ger Groot, schrijven op deze plaats om beurten een polemische column. Reageer op trouw.nl/meer.

Vorige week werden tijdens een betoging tegen Wilders drie internationale socialisten opgepakt. Aanleiding was de poster die ze verspreidden: die verbeeldde een sigarettenpakje (in de beroemde Marlboro-kleuren) met een portret van Wilders en daaronder de tekst ’Extremist – brengt u en de samenleving schade toe’.

Toen ik de poster zag moest ik terugdenken aan een bericht van afgelopen najaar. De Aarhus School of Business uit Denemarken had onderzoek gedaan naar het verband tussen politieke overtuiging en persoonlijk welzijn. Maar liefst 90.000 mensen uit zeventig landen waren geïnterviewd.

Wat bleek? ’Hoe linkser de ondervraagden, hoe ongelukkiger ze waren, en andersom.’ Ofwel: linkse sympathieën brengen de gezondheid schade toe.

De uitkomst van het onderzoek sloot elegant aan bij conclusies die de Franse denker Alain Finkielkraut eerder al had getrokken in ’Dubbelzinnige democratie’. Onder die titel sprak hij in september 2003 de Thomas More-lezing uit in de Amsterdamse Rode Hoed.

Onthullender dan de titel is de ondertitel: ’De opmars van radicale politiek’.

Wat is radicale politiek? Het korte antwoord luidt: de opvatting dat de politiek uiteindelijk in staat is alle sociale misstanden op te lossen. Het lange antwoord bestaat uit een kritische exegese van Karl Marx, maar vooral van Jean-Jacques Rousseau. „Alles is goed wat voortkomt uit de handen van de schepper”, schreef de auteur van Emile. „Alles raakt verdorven in de handen van de mens.”

Onderschat de strekking van deze boude uitspraak niet. Finkielkraut laat zien dat ze niet minder dan een revolutie betekende in het denken over goed en kwaad. Tot dan toe werd dit namelijk beheerst door de bijbelse gedachte van de erfzonde. Het kwaad, of op zijn minst het talent daarvoor, werd bij onze geboorte meegeleverd.

In het nieuwe schema is leed getransformeerd in maatschappelijk leed. Domme pech bestaat niet meer. Honger, armoe en ander verdriet: de ene mens doet het de andere aan. Dit is een pijnlijke maar tegelijkertijd hoopvolle constatering. Misstanden hoeven we niet langer te accepteren als een vaststaand gegeven; ze kunnen worden rechtgezet – mits de juiste politiek bedreven wordt. Laissez-faire, zoals de liberalen bepleiten, is een doodzonde. Er is immers werk aan de winkel!

Het wekt weinig verwondering dat menige revolutie vanuit deze gedachte is geïnitieerd (Rousseau maakte Robespierre mogelijk, aldus Finkielkraut). Het oorspronkelijke socialisme is erin geworteld en ook in de ideeën van hedendaags links, zoals die van de antiglobalisten, klinkt ze door.

Terug naar het Deense onderzoek. Dat leerde dat een linkse inborst zijn weerslag heeft op het gemoed. Dankzij Finkielkraut begrijpen we waarom. Wie links angehaucht is, ervaart de realiteit – in meer of mindere mate – als een trauma. Het socialisme in zijn meest zuivere vorm zal nooit accepteren dat er een kloof bestaat tussen de werkelijkheid zoals die is en zoals die zou moeten zijn. Zolang die kloof bestaat, is er weinig reden tot lachen.

Wereldverbeteraars als ze zijn, zou je denken dat er ter linkerzijde van het politieke spectrum ook het gulst wordt gegeven aan goede doelen. Dat valt tegen. Uit onderzoek, waarvan de resultaten vorig jaar zijn verschenen in de Scientific American, is gebleken dat mensen met rechtse denkbeelden 30 procent meer geld weggegeven.

Een voor de hand liggend weerwoord is dat zij doorgaans beter verdienen. Dat erkennen ook de onderzoekers. Maar dat verschil hebben ze gecorrigeerd. Hoe de relatieve gierigheid van links dan te verklaren? Een eenduidig antwoord is lastig te geven. Feit is dat deze matige belangstelling voor filantropie in overeenstemming is met het betoog van Finkielkraut.

Immers, wat maakt een individuele bijdrage uit als het systeem niet deugt?

mailIcon print |