Het kabinet wil meer mensen aan het werk helpen. Geef werkzoekende gehandicapten een kans.
Alle ogen zijn sinds deze week gericht op Peter Bakker, de voorzitter van de gelijknamige commissie die gaat adviseren over een betere werking van de arbeidsmarkt. De TNT-topman en zijn club moeten het kabinet ideeën aanreiken voor het opkrikken van de werkgelegenheid.
Ook de ogen van de tienduizenden werkloze gehandicapten in Nederland zijn gericht op de commissie-Bakker. Het is te hopen dat zij ook mogen delen in de belangstelling van de commissie. Hun positie op de arbeidsmarkt schreeuwt namelijk om aandacht.
Want bij wie moet je te rade gaan, als je amper vijfendertig jaar oud bent en dan al afgeschreven voor de arbeidsmarkt? En toch is dit het lot van een gemiddelde arbeidsgehandicapte in Nederland.
Wie erin slaagt al op jonge leeftijd aan een baan te komen, heeft een grote kans om ook aan het werk te blijven. Wie echter iets langer nodig heeft om werk te vinden en rond de leeftijd van vijfendertig is, heeft een grote kans die arbeidsmarkt nooit te betreden.
Tienduizenden werkloze gehandicapten zijn hiervan de dupe. Zij staan al jaren aan de kant en er is geen enkel zicht op verbetering. In een land waar zo vaak gerept wordt over meedoen en participeren, is een grotere maatschappelijke schande nauwelijks denkbaar.
Er gebeurt wel wat, maar dat is niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Zo geldt er sinds 1 januari 2006 een wet die regelt dat discriminatie van mensen wegens hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap strafbaar is.
Maar de werkelijkheid is, zoals zo vaak, weerbarstiger. Ooit werd een wet ingevoerd om te zorgen dat meer arbeidsgehandicapten aan het werk zouden komen. Nog zo’n dode letter. En voor zover de regering nu over arbeidsgehandicapten praat, is dat omdat zij vindt dat Wajong-gerechtigden en mensen met een indicatie voor een sociale werkplaats te veel geld kosten.
De laatste keer dat ik staatssecretaris Aboutaleb hoorde praten over arbeidsgehandicapten, wilde hij ze koste wat kost aan het werk helpen. Hij had hiervoor een prachtig stelsel bedacht, waarin de schotten tussen verschillende instanties zouden worden opgeheven. Dat alles met maar één oogmerk: zoveel mogelijk arbeidsgehandicapten de arbeidsmarkt op.
Dat was vóór de begrotingsbehandeling. Na de begrotingsbehandeling blijkt er helemaal niets terechtgekomen te zijn van het weghalen van schotten. Integendeel, nu is minister Plasterk opeens verantwoordelijk voor de allochtone gehandicapten en minister Donner voor de andere gehandicapten in Nederland. En het onderscheid naar arbeidsgehandicapten wordt niet meer gemaakt. Er is verder niets dat wijst op iets van urgentie of verandering.
Het probleem is trouwens niet alleen van politieke aard, maar is iets dat veel dieper ingrijpt in de samenleving. Het probleem van de werkloze arbeidsgehandicapten in Nederland is vooral een acceptatie- en emancipatieprobleem
We zijn immers gewend om onze gehandicapten bij elkaar te stoppen, in plaats van hen te midden van de samenleving op te nemen. Voor hen is alles apart: van dagvoorzieningen tot vervoer, en van dagbestedingen tot scholing, om maar te zwijgen over de sport.
Alsof de samenleving wil zeggen: wij willen er niet mee geconfronteerd worden, dus subsidiëren we onze gehandicapten weg in een of andere hoek. Het is toch opmerkelijk hoe weinig gehandicapten er op straat te zien zijn. En dat komt echt niet alleen omdat de stoepranden te hoog zijn. Dit is des te opmerkelijker, omdat welhaast iedereen in zijn directe omgeving iemand kent die in meer of mindere mate gehandicapt is. Waar zijn ze dan?
Ons punt is dat de samenleving in al haar geledingen hier ook een taak in te vervullen heeft.
Met dit besef in het achterhoofd hebben onlangs diverse maatschappelijke organisaties de handen ineengeslagen om iets te doen aan de arbeidsmarktpositie van de gehandicapten. De Kamer van Koophandel en de vakcentrales FNV en CNV doen daaraan mee, evenals MKB Rijnmond. Verder zijn Agenda 22, het CWI en het UWV van de partij. Zij gaan werkgevers over de streep trekken om meer gehandicapten in dienst te nemen. Ook het Rotterdamse college wil in 2008 vijfhonderd extra banen voor gehandicapten scheppen.
Het is verre van genoeg, maar je moet ergens beginnen. Tegelijkertijd worden gehandicapten steeds vaker aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid, want ze zijn immers ook zelfstandige individuen.
Moet je het daarbij laten? Natuurlijk niet, want juist de emancipatie van deze groep vraagt veel aandacht en betrokkenheid. Wij moeten niet accepteren dat deze mensen geen kansen krijgen. Al deze mensen, die kunnen en willen werken, hebben ook het recht om hun talenten te ontwikkelen en hun bijdrage aan de samenleving te leveren. Daarom roepen wij de commissie-Bakker op: Gun ze die kans om mee te doen en geef ze die ruimte!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.