*

 

Waarom is zo ? de publieke ruimte lelijk

Sebastien Valkenberg − 07/02/08, 02:26

Twee filosofen, Sebastien Valkenberg en Ger Groot, schrijven op deze plaats om beurten een polemische column. Reageer op www.trouw.nl/meer.

Het incident kreeg niet de belangstelling die het verdiende. Het vond vorige week donderdag plaats, toen de storm aan media-aandacht voor Joran van der Sloot opstak.

Wat was er gebeurd? Op 31 januari zou koningin Beatrix haar zeventigste verjaardag vieren. In de aanloop naar die dag had men bij Pauw en Witteman aan cabaretière Sanne Wallis de Vries, ’s lands meest begenadigde imitator van de majesteit, gevraagd of ze een miniserie over de jarige wilde maken. Aldus geschiedde. Maar na de vertoning van de eerste drie delen besloot de Late night show plotseling tot de annulering van deel vier. De maakster van de filmpjes was not amused.

De VARA noemde het besluit niets bijzonders – zoiets kwam wel vaker voor. Wallis de Vries zag er een knieval in voor de boze reacties op de eerste drie afleveringen. Ze zouden teveel ‘gedoe’ hebben opgeleverd. Vooral de scène waarin ‘Beatrix’ in bed kroop met een portretfoto van wijlen Prins Claus zette veel kwaad bloed.

De werkelijke drijfveren voor de abrupte stopzetting zullen we nooit weten. Feit is echter dat het voorval niet op zichzelf stond. Vers in het geheugen stond nog de aankondiging van onze vice-premier AndrĂ© Rouvoet eerder die week. Hij zou onderzoeken of een uitzendverbod van de pornoklassieker Deep Throat mogelijk was. Dat was de wens van christelijke politici, die het geplande avondje porno van BNN ’walgelijk en genant’.

De mens is het dier dat aanstoot kan nemen. We zijn in staat ons beledigd te voelen. De vraag is hoe we met dergelijke gevoelens om moeten gaan. Typisch voor deze tijd is dat ze in toenemende mate serieus genomen worden – zie de twee bovengenoemde gevallen, die deel uitmaken van een veel langere reeks. Is iets omstreden? Verbied het!

De roep om te verbieden wat je niet zint is zo langzamerhand een heel gewone reflex aan het worden. Ze is het gevolg van misplaatst causaal redeneren. Als we iets als beledigend ervaren dan moet dat komen doordat iemand ons heeft wíllen kwetsen. Een simpele kwestie van oorzaak en gevolg. Toch?

Begrijp me niet verkeerd: ik ben zeer voor een basale etiquette in het publieke domein. Sterker, ze is onmisbaar om het daar enigszins leefbaar te houden. Afval smijt je niet op straat en evenzo laat je iemand uitspreken en probeer je het ad hominem-argument te vermijden.

Maar de effecten van de juiste omgangsvormen moeten niet worden overschat, iets wat al te vaak gebeurt. Stel dat er sprake is van de hypothetische situatie dat iedereen een minimum aan hoofsheid in acht neemt. Dan is daarmee niet gezegd dat nooit meer iemand zich meer gekwetst voelt.

Uitspraken op de opiniepagina’s, programma’s op televisie, kunstwerken: ze kunnen informatief zijn, kritisch of provocerend – en daarbij de plank soms helemaal misslaan. Helaas vinden we dat steeds moeilijker voorstelbaar dat iets wat aanstootgevend blijkt níet als zodanig bedoeld wordt.

Een vitaal publiek domein laat zich echter niet terugbrengen tot een simpel universum van daders en slachtoffers, schuld en boete. Het lot van een publieke uiting is slechts deels afhankelijk van de intenties die er aan ten grondslag lagen. Eenmaal in de openbare arena leidt ze een eigen leven.

Wat voor de een onschuldig is, ervaart de ander als een diepe belediging. Daarom is het openbare ruimte – soms – lelijk: we treffen er nooit alleen zaken van onze gading. Ook het onwelgevallige vindt er onderdak. Het getuigt van een denkfout te veronderstellen dat in een gezonde publieke sfeer die onenigheid verdwenen is. Ze is er de raison d’être van, en daarom is de kunst te kunnen incasseren er even noodzakelijk als vormelijkheid. Dat zijn twee zijden van dezelfde medaille.

mailIcon print |