*

 

Chinese stilte

Armand Serpenti − 07/02/08, 02:26

Terwijl de Chinezen vandaag met luidruchtig geknal hun Nieuwjaar vieren, begint het ’jaar van de rat’ in ons land met ’stiltemuziek’ van Chinese componisten.

Al twintig jaar is stichting Chime een platform voor iedereen die meer wil weten van Chinese muziek. Dankzij haar netwerk en expertise en de bereidheid van enkele grote podia om gewaagd te programmeren, kunnen we in Nederland goed kennismaken met muziek uit China. Ook dit jaar staan er weer tal van concerten en voorstellingen op het programma. Frank Kouwenhoven van Chime geeft een toelichting.

Met rusten ruimte creëren, of zoals de Chinese filosoof Lao Tse het verwoordde: „minder is meer”. Met die gedachte leidt Ed Spanjaard zijn Nieuw Ensemble met Chinese solisten in werken van Leilei Tian, Qu Xiaosong, Xu Shuya, Mo Wuping, Tan Dun en Chen Qigang, zes componisten die Chinese traditionele muziek vormgeven in westers avant-garde idioom.

Kouwenhoven: „Deze componisten zijn exponenten van wat men in China aanduidt als ’de nieuwe golf’. Ze hebben de culturele revolutie met haar verwoestende uitwerking op de Chinese traditionele muziek, aan den lijve ervaren. Zo is bij hen het besef ontstaan van de kwetsbaarheid van het culturele erfgoed.”

„Na hun conservatoriumstudies trokken ze naar het Westen, waar ze in contact kwamen met de nieuwe muziekpraktijk. Tegelijkertijd liet de afstand van hun muzikale achtergrond ze deze objectiever op hun eigen merites beoordelen. Van daaruit konden ze hun Chinese wortels een nieuwe plaats geven in hun werken, waarbij ze het experiment niet schuwden.”

Zo horen we bij Xu Shuya het Chinese mondorgel sheng in combinatie met een strijkkwartet en geeft Chen Qigang de tafelciter guqin een prominente plaats in een westerse ensemblesetting.

Vernieuwing typeert ook het werk van Guo Wenjing. Deze componist schreef muziek voor de operatrilogie over Chinese heldinnen, die tijdens het komende Holland Festival gaat. „Om voldoende publiek te houden zien we Chinese operagezelschappen steeds vaker experimenteren”, stelt Kouwenhoven. Veelal komen ze met musicalachtige producties, maar soms ook met traditionele muziek die allerlei theatrale vernieuwingen ondersteunt.”

„Wenjing, met Tan Dun de meest gerespecteerde componist van nieuwe muziek in China, is vooral goed in het orkestreren van percussie en zang. Samen met de experimentele theaterregisseur Li Liuyi en zangers uit de Peking-opera, creëert hij een spannende mengvorm van Chinese opera en westers muziektheater.”

Een heel andere vorm van theater komt uit de dorpscultuur van Noordwest China. De vertolkers van het schaduwtheater uit Huanxian in Gansu verlieten China vorig jaar voor de eerste keer om in Nederland op te treden. Ze oogstten zoveel succes dat ze dit jaar terugkomen.

De poppenmeester laat de transparante, van achteren belichte, tweedimensionale poppen, achter een scherm bewegen, waarbij hij zich helemaal in hun karakters inleeft. Zingend en pratend laat hij zijn poppen met gracieuze of juist woeste bewegingen allerlei avonturen beleven. Een orkestje met knieviool, fluiten en trommen begeleidt hem en zingt de refreinen.

„Zo maken we een reis door de hel”, vertelt Kouwenhoven met een grijns. „Op bloedige wijze worden mensen tot moes gemalen, doormidden gezaagd en onder stenen geplet. De verhalen hebben een moralistische inslag, maar de mensen komen vooral voor de actie. Dat maakt het ook voor het Nederlandse publiek en zeker ook voor kinderen spannend (er zijn ook kindervoorstellingen en er is boventiteling, red.).”

Met zijn vrouw Antoinet Schimmelpenninck maakte Kouwenhoven een dvd over dit schaduwtheater en zijn vertolkers, over hun harde bestaan in het droge landschap, waar het voordeel van de achterstand televisie nog op afstand houdt, maar waar de traditie niettemin lijkt uit te sterven met het ouder worden van de vertolkers ervan. De film draait ter introductie van de optredens. Ook de expositie rond het schaduwtheater in het Sinologisch Instituut in Leiden een aanrader.

In Chaozhou in Zuid-China trof Chime een groep vertolkers van dorpsmuziek die je nooit in het Westen hoort. Kouwenhoven: „Het Chaozhou ensemble brengt blues waar je op een prettige manier droevig van wordt. Door op de snaren te duwen creëren ze een soort bluenote, een buiging van een halve toon waar ze eindeloos op doorborduren.”

Geplukte snaarinstrumenten met virtuoze improvisaties horen we in het concert van Red Chamber, een in Canada residerend kwartet onder leiding van citerspeelster Han Mei.

„De vier vrouwen spelen net zo makkelijk repertoire uit alle windstreken als een stuk uit de Chinese Middeleeuwen”, zegt Kouwenhoven. „En als ze iets Oudchinees vertolken, willen ze ook laten horen waar het oorspronkelijk voor stond. Een goede zaak. Ik wrijf Chinezen graag onder de neus dat ze meer Chinese muziek moeten spelen. Maar daar is in China geen platform voor en de overheid wil het niet steunen. Die mensen zijn niet opgeleid om iets van cultuur te snappen, ze zijn opgeleid om die cultuur te verkrachten in naam van de politieke boodschap.”

„Modernisering naar Amerikaans model is begrijpelijk, maar kijk eens wat dat bij ons heeft opgeleverd. Wat hier aan muziektradities weg is, is in China nog wel aanwezig. Wij zien hoe waardevol dat is. Maak niet dezelfde fout! Gelukkig zien enkele kritische overheidsfunctionarissen in dat ze geen Chinees Disneyland willen, maar vooralsnog stroomt de commerciële modder door.”

mailIcon print |