Tiel is de plek waar Flipje van de Betuwe vandaan komt. Maar het is méér dan dat.
De jamfabriek De Betuwe werd gesloten in 1993. Hero had de fabriek overgenomen en verplaatste de productie naar Breda. Maar in Tiel zijn ze Flipje van de Betuwe nog lang niet vergeten. Het uit frambozen opgetrokken fruitmannetje met koksmuts heeft een standbeeld op het marktplein gekregen en er is een speciaal museum over het stripfiguurtje ingericht.
In het voorjaar lokt de Betuwe de wandelaar en Tiel is een aangenaam stadje om aan te doen. Het is een van de oudste handelssteden van Nederland. In 543 was er al sprake van een kleine nederzetting met haven, en in de periode 850-1100 groeide Tiel uit tot een klein stadje. Tegenwoordig komt Tiel ook in het nieuws vanwege de strijd tegen het hoge water. In de Waalkade zitten verschillende openingen, coupures, die bij hoog water gesloten kunnen worden. In de sleuven worden dan twee rijen balken geschoven die worden opgevuld met verse paardenmest, zoals dat al eeuwen wordt gedaan.
Vanaf het station lopen we eerst richting Waalkade, Stationsstraat uit, dan even rechts, links, rechts om bij de Oliemolenwal te komen. Hier stonden ooit de Oliemolens; onder bij stadsgracht loopt een voetpad. Aan het einde doorsteken naar de Havendijk. Vanaf dit punt kan eerst een stuk langs het brede water van de Waal worden gewandeld. Er is ook een voetveer naar de overkant. Het uitzicht over de brede rivier is altijd prachtig en hier ook levendig door al het scheepvaartverkeer.
Terug bij Tiel lopen we eerst langs de resten van de oude stadswal. Er staat nu nog een kanon dat niet meer wordt gebruikt. Vroeger stonden er twee, die de bevolking moesten waarschuwen bij kruiend ijs in de Waal. Via de Waalstraat en de Westluidenstraat steken we door naar de Koninginnestraat. Naast het stadsarchief is een klein steegje dat de toegang is naar wat ooit de synagoge van de stad was, en nu een moskee. Aan de andere kant van de steeg is in de muur het Joodse monument aangebracht ter nagedachtenis aan de Joden die in de Tweede Wereldoorlog werden omgebracht. De gehele Joodse gemeente uit Tiel werd op transport gesteld naar de concentratiekampen. Niemand keerde terug. Uit luidsprekertjes in de muur klinken hun namen, althans dat is de bedoeling want vandaag doen ze het niet.
De St. Agnietenstraat komt uit bij de geheel gerestaureerde St. Caecilia-kapel. Linksaf dan voor de St. Maartenskerk. Al in 1441 werd hier begonnen met de bouw van een turfstenen toren, die 83 jaar later werd voltooid. In het laatste oorlogsjaar werd de kerk kapot geschoten en het klokkespel werd naar Duitsland gebracht. Later werd dat weer teruggevonden en de restauratie van de kerk was in 1964 voltooid.
De Achterweg, de Eerste Achterstraat (rechts) lopen rond de Stadhuistuinen waarvan de ingang zich bij het oude stadhuis aan de Abtmanstraat (weer rechtsaf) bevindt. De Abtmanstuin en de tuinen van mevrouw Hoogendoorn zijn allebei ontworpen door Zocher, die ook verantwoordelijk was voor het Amsterdamse Vondelpark. De derde tuin is ontworpen door Wil Thijsen. Via de Kerkstraat en de Vleesstraat komen we op de Markt waar niet alleen Flipje een prominente plaats heeft gekregen. Tussen de ronde opstelling van banken staat een afwijkende bank met een straatlantaarn in de vorm van een schemerlamp ernaast: de bank van Hannes. Het is een eerbetoon aan de Betuwse columnist Hans van den Hatert, ook bekend als Hannes, die jarenlang een rubriek met Betuwse nieuwtjes verzorgde voor de vroegere dagbladen Tielse Courant en Dagblad Rivierenland. Naast de Markt liggen nog twee pleinen, de Varkensmarkt en Plein. Tot 1646 was Plein een binnenhaven en aan de rechterkant meerden de schepen af. Aan de korte kant van Plein staat een mooi pand met zuilengalerij ervoor, de voormalige Visafslag. Aan de andere kant bij de Waal staat de Waterpoort met ernaast het streekmuseum, waarin ook het Flipje & Jam museum is ondergebracht. In dit museum beweegt bijna alles.
Het figuurtje van Flipje werd bedacht door reclamebureau Van Alfen. De tekeningen werden eerst gemaakt door Daan Hoeksema en later door Henk Rotgans. Maar de echte bekendheid voor Flipje begon in 1936 met de tekeningen van Eelco ten Harmsen van der Beek. Zijn vrouw Freddie Langeler maakte de teksten. In het museum staan onder meer houten dozen met knoppen waarmee je tafereeltjes van Flipje en zijn vriendjes in beweging kunt zetten. Ook de jamfabriek zelf is aanwezig. Via de prikklok kom je binnen en daar worden allerlei onderdelen van het jam maken uitgebeeld door vaak de oude machines in een levendige opstelling. De potten jam vliegen de bezoeker nog net niet om de oren. Op zolder is ruimte gemaakt voor een kleine tentoonstelling met werk van andere illustratoren van kinderboeken van na de oorlog, zoals Lies Veenhoven die boeken als ’Echt weer Miesje Sandelwout’ en ’Dat is te bont Claudia’ illustreerde.
In hetzelfde gebouw is ook het streekmuseum ondergebracht met de ’canon’ voor Tiel. Ook hier kan weer lustig op knoppen worden gedrukt om van alles in beweging te zetten. Zo is er een filmpje uit 1970 van het eerste echte popfestival in Tiel (ook te vinden op Youtube), met de Golden Earring en Black Sabbath op de Waalkade. De weg terug naar het station is niet lang en terrassen zijn er in Tiel genoeg.
Het museum is open van dinsdag tot en met vrijdag van 13.30-17.00 uur. Zaterdag en zondag van 13.30-16.30 uur.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.