*

 

2000 keer toetsen op kennis

Jaap de Berg − 24/06/08, 00:00

De kruiswoordtests die dagelijks in de Gids verschijnen, roepen blijkens correspondentie soms vragen op. De verschijning van de 2000ste lijkt een goede gelegenheid om er tien te beantwoorden.

1. Waarom heet het rubriekje kruiswoordtést? Omdat niet alleen naar woordenboekkennis wordt gevraagd, maar ook naar vruchten van algemene ontwikkeling.

2. Wie zijn de oplossers? Hun brieven, kaarten en e-mails wekken de indruk dat de jongere generaties – net als onder dagbladabonnees in het algemeen – bepaald niet oververtegenwoordigd zijn. Vermoedelijk vormen vrouwen de meerderheid. De oudste oplosser is de negentig gepasseerd.

3. Wordt er geklaagd over de moeilijkheidsgraad? Een heel enkele keer. Overigens probeer ik – met wisselend succes – het niveau te variëren, door de week eenvoudig te beginnen en de opgaven per dag iets lastiger te maken.

4. Wekt de selectie van onderwerpen kritiek? Niet vaak. Eén klacht: ‘Te veel Tweede Wereldoorlog en archaïsche woorden’ (maar ook de kennis daarvan reken ik tot de algemene ontwikkeling).

5. Roept het rubriekje ook misverstanden op? Gelukkig wel. Zo was er een lezeres die meende dat een oplossing (te vinden in het woordenboek) alleen te achterhalen viel via raadpleging van pornosites. Iets wijder verbreid is misschien de misvatting dat het opnemen van een woord of uitdrukking impliceert dat de samensteller het gebruik ervan in de huiselijke kring of elders goedkeurt of zelfs aanbeveelt. Hij zou niet durven. Hij doet slechts unverfroren een beroep op ieders passieve woord- en zaakkennis . En die omvat ook elementen waarvan een Trouw-abonnee zich slechts zal bedienen, wanneer een puzzelmaker haar of hem het mes op de keel zet.

6. Wat is uw grootste zorg? Om me te beperken tot de kruiswoordtests: herhaling van opgaven vermijden. Dat lukt lang niet altijd. Het aantal geschikte woorden en namen van 5, 6 of 7 letters – de meest voorkomende lengtes – is verre van oneindig. En veel komt niet in aanmerking. De meeste oplossers zouden rap afhaken, en terecht, als detailkennis werd getoetst omtrent – pakweg – de molenbouw, de bijendans, de kerkvaders of het leven van Casanova. Ik zou er ook zelf te veel voor moeten opzoeken. Gelukkig laat woordherhaling zich vaak camoufleren met sterk variërende omschrijvingen en met lege plekken in poëziecitaten.

7. Registreert u de gebruikte woorden? Bijna altijd, en wel door ze te markeren of te noteren in een exemplaar van de Grote Koenen (een woordenboek dat de gemoderniseerde heruitgave verdient die het al een jaar of twintig niet gekregen heeft). Uit markeringen in verschillende kleuren valt af te leiden hoe lang het ongeveer geleden is dat een woord of uitdrukking in de tests werd opgenomen.

8. Wat verklaart de fouten die er soms in staan? Hier past het antwoord dat de 18de-eeuwer Samuel Johnson gaf aan een dame die deze vraag stelde over een omschrijving in zijn woordenboek: ’Louter onkunde, mevrouw’.

9. Alleen onkunde? Helaas, ook slordigheid – in de selectie van bijbelse figuren bijvoorbeeld – is er debet aan. En de omstandigheid dat de correctie van dagbladen haar bloeitijd achter de rug heeft.

10. Is nummer 2000 de laatste kruiswoordtest? Wie hem oplost, kan zelf het antwoord invullen.

mailIcon print |