*

 

Hij schrijft zo mooi over de liefde. Maar ik haal het niet.

Jan Greven − 12/02/08, 16:00

Eind 1980 schreef orthopedagoog Wim ter Horst een pleidooi voor eerherstel van de liefde. Hij kwam ertoe door zijn adviespraktijk.

Zijn toenmalige cliënten wilden dolgraag in de liefde blijven geloven, maar wisten niet hoe dat aan te pakken. Grote woorden als eeuwige liefde en trouw werden gewantrouwd. Bruiloften werden niet meer gevierd. Even samen naar het stadhuis. Zo was dat toen.

Maar de tijden gaan snel. Plotseling heeft zich een omslag voltrokken. Liefde mag weer. Bruiloften worden weer gevierd. Je ziet het ook in de media. Het tv-programma ’Boer zoekt vrouw’ zou vijftien jaar geleden onbestaanbaar geweest zijn. Wat is er nou truttiger dan een boer die een vrouw zoekt? Maar de aflevering van 3 februari trok 4.380.000 kijkers.

Voor Ter Horst was de omslag aanleiding voor een nieuw boek over de liefde.

Geen pleidooi, dit keer, maar een praktijkboek zonder filosofische of historische beschouwingen. Heel praktisch: hoe zorg je dat de zinnen gestreeld, het Ik verrijkt en het hart verwarmd wordt? En dat dan niet voor eventjes, maar levenslang.

Ter Horst geeft wijze raad, wijst op valkuilen, ziet soms meer in kappen dan in dooremmeren en komt tenslotte uit op toewijding als het ultieme bindmiddel van de liefde. Van toewijding is sprake als twee geliefden zich met lichaam en ziel aan elkaar toevertrouwen en elkaar plechtig uitroepen tot de ware voor altijd.

Dat is mooi gezegd en hoe kun je daar anders op reageren dan met ja en amen? En toch bleef ik zitten met iets ongemakkelijks. Het maakte me onrustig. Hoe kun je nou kritisch zijn over zo’n positief boek? Wat zat me dan dwars?

Het duurde even voor ik door kreeg dat mijn ongemakkelijkheid paradoxaal genoeg voortkwam uit het feit dat Ter Horst de liefde zo mooi beschrijft. Zijn geliefden zijn zo lief, zo attent, zo zorgzaam. Ze ’zien’ elkaar, ze praten en, nog belangrijker, ze horen ook wat de ander zegt.

Ze delen rituelen, symbolen. Kijken naar elkaars lichaamstaal en steken tijd in goede maaltijden. Ze geven attenties die ’niet nodig’ zijn. Ze gaan op reis, lachen samen. Ze doen het zo wonderschoon goed met elkaar.

En ik? Ik krijg een gevoel van zwaar tekort schieten. Ik haal dat niet. Hoe lief ik mijn vrouw ook heb en hoeveel ik ook herken in het ideaal dat Ter Horst neerzet.

Ik krijg er hetzelfde gevoel bij als in de kerk wanneer me daar het liefdesgebod wordt voorgehouden. Wie kan daar tegen zijn? Maar ik haal het niet.

Vroeger werden huwelijken gearrangeerd tussen families. De jonggehuwden moesten vervolgens zelf maar kijken of de vonk van de liefde nog zou ontbranden. Soms gebeurde dat, vaak ook niet. Zo is het niet meer. Het huwelijk uit liefde heeft gewonnen. Met als keerzijde, dat de verantwoordelijkheid voor de liefde nu geheel in handen van de huwelijkspartners ligt. Zij moeten er wat van maken.

Hoe? Dat beschrijft Ter Horst. Maar je voelt het: ondanks alle wijsheid en vriendelijkheid waarmee hij zijn raad omkleedt ligt de lat hoog. Te hoog. Het ideaal van de romantische liefde is niet een levenlang met één en dezelfde persoon vol te houden.

Stel dat van tevoren vast en maak er daarna het beste van. Misschien helpt daarbij het besef dat een huwelijk meer is dan het schilderij. De lijst er om heen hoort er ook bij: kinderen, familie, vrienden, sociale omgeving. Daarom zijn echtscheidingen zo pijnlijk. Ook de lijst gaat kapot.

Het hart heeft zijn redenen, die het verstand niet kent, zei Blaise Pascal over het geloof. Je kunt hetzelfde over de liefde zeggen. Met één verschil. Als de redenen van het hart zijn verdampt, is het voor het geloof over en uit. Maar de liefde kan terugvallen op het verstand. Soms is de lijst kostbaarder dan het schilderij.

Ter Horst beschrijft het schilderij. Tegenover zijn deskundigheidservaring zet ik mijn ervaring als ervaringsdeskundige: in een levenslange liefdesrelatie kan het lente zijn, of zomer maar ook herfst en soms zelfs winter en in de winter ben je blij dat er een lijst om het schilderij zit.

Ter Horst beschrijft lente en zomer. Dat is goed want zonder die jaargetijden overleef je herfststormen en winter niet. Maar niet alleen het jaar kent meer dan twee seizoenen.

Wim ter Horst: Liefhebben is een kunst. Uitgeverij Kok Kampen, 128 p., 12,90 euro, ISBN 9789043514613.

mailIcon print |