*

 

Absolute macht voor vorst én volk

Nico de Fijter − 01/03/08, 00:00

Dwergstaatje Liechtenstein is een van de rijkste landen ter wereld. Het uiterst geliefde vorstenhuis financiert er zichzelf en bezit de LGT-bank.

Een monarch met zóveel bevoegdheden, je zou hem haast een dictator noemen. De vorst van het dwergstaatje Liechtenstein kan het parlement ontbinden, de regering naar huis sturen, zijn veto uitspreken over wetsvoorstellen en zich intensief bemoeien met de aanstelling van rechters en ambtenaren. Schatrijk is hij ook nog. Maar als dictatuur staat het kleine alpenstaatje geenszins bekend. Wél als belastingparadijs en, in mindere mate, als vrij eenvoudig te verslaan landje in kwalificatietoernooien voor Europese of wereldkampioenschappen voetbal.

Prins Alois von und zu Liechtenstein maakt dan ook amper gebruik van zijn verregaande bevoegdheden. En, zo luidt het verweer telkenmale, het waren de Liechtensteiners zelf die de vorst van die bevoegdheden hebben voorzien. Liechtenstein is, met Zwitserland, een van de twee landen die directe democratie op nationaal niveau kennen. De Liechtensteiners mogen zich in talloze referenda over tal van zaken uitspreken. Absolute macht voor de vorst, absolute macht voor het volk: die in de Grondwet verankerde paradox is de Liechtensteiners net zo geliefd als hun vorstenhuis. Iedereen kent wel het verhaal van vorst Johannes II, die in de jaren twintig, toen het land nog bittere armoede kende, zijn kroonjuwelen in Zwitserland liet veilen om van de opbrengst zijn onderdanen te kunnen voeden. Dat het vorstenhuis de Liechtensteiners geen cent kost speelt daarbij wellicht ook een rol. De schatrijke vorstenfamilie financiert zichzelf. De familie heeft een gigantische kunstcollectie en is onder meer eigenaar van de LGT-bank, die wereldwijd vestigingen heeft.

De vader van Alois, prins Hans Adam II, was in 2003 aan de macht toen het referendum over het forse takenpakket van de vorst het land in twee venijnige kampen verdeelde. Een meerderheid sprak zich voor dat takenpakket uit. Democratischer kan het haast niet, vond Hans Adam. Dan nog: als het volk de vorst niet meer blieft, kan ook daartoe het referendum worden aangegrepen. „Ik doe het graag, zolang de bevolking het wil”, zei hij in een interview. „Mocht dat niet meer het geval zijn, dan heb ik daar geen enkel probleem mee.” In 2004 droeg Hans Adam zijn bevoegdheden over aan zoon Alois, maar aftreden deed hij nog niet.

Eens per jaar, op 15 augustus, viert Liechtenstein zijn nationale feestdag. Er wordt een mis opgedragen en het vorstenhuis zet de deuren van zijn op hoofdstad Vaduz uitkijkende kasteel open. In de tuin wordt gegeten en gedronken en de vorst maakt met jan en alleman een praatje.

Ons kent ons: zo gek is dat niet in Liechtenstein. Het vorstendom ligt tussen Zwitserland en Oostenrijk, en is begrensd door de Rijn ten westen en de Oostenrijkse Alpen ten oosten. Met zijn 160 km² is het kleiner dan Texel. Veel inwoners heeft het evenmin: nog geen 35.000. In de hoofdstad Vaduz wonen zo’n 5.000 Liechtensteiners. „Op straat, bij de kapper, in restaurants: je kunt leden van het vorstenhuis zomaar tegenkomen”, zegt Liechtenstein-kenner René de Winter. Net zoals ieder wel een parlementariër of regeringslid kent.

Het parlement van Liechtenstein telt vijfentwintig leden uit drie politieke partijen. De Fortschrittliche Bürgerpartei (FBPL) en de Vaterlündische Union (VU) vormen al decennialang de twee grootste spelers. De Freie Liste, een liberale partij, behaalde bij de laatste verkiezingen in 2005 13% procent van de stemmen.

„Liechtenstein is een tamelijk conservatief land”, vertelt De Winter. Dat blijkt wel uit de opmerkelijk late datum waarop het land het vrouwenkiesrecht invoerde: in 1984, 65 jaar na Nederland. Anderzijds: Liechtenstein was het eerste land ter wereld dat besloot de doodstraf niet meer in de praktijk te brengen (in 1798).

Het mag dan een klein landje zijn dat van grondstoffen gespeend is, Liechtenstein is een van de rijkste landen ter wereld. De Winter: „De levensstandaard is hoog, de belastingtarieven laag. Niet dat er geen sociale ongelijkheid bestaat, het is echt niet zo dat alle Liechtensteiners bijzonder gefortuneerde mensen zijn. Maar de werkloosheid is laag, de uitkeringen hoog. Er is sociale woningbouw, maar dat zijn geen kleine appartementjes maar woningen die in Nederland voor de middenklasse zijn weggelegd.”

Een derde van de bevolking is van buitenlandse komaf. Dagelijks forenzen ruim 13.000 Zwitsers, Oostenrijkers en Duitsers naar het land. Vooral de financiële sector en industrie zijn grote werkverschaffers. „De economie is voor een fiks deel afhankelijk van het buitenland”, zegt De Winter, „maar tegelijk hechten de Liechtensteiners sterk aan hun eigenheid. Vergelijk het met Monaco: daar wonen 25.000 buitenlanders en slechts 5.000 Monegasken. Ook Liechtenstein kent integratieproblemen. Er wordt integratiebeleid gevoerd, er zijn inburgeringstrajecten en je kunt niet zomaar Liechtensteiner worden. Ik schat dat een kleine 10 procent van de bevolking moslim is.”

mailIcon print |