*

 

Neofascisme in het naoorlogse Italië als de keuze voor een voetbalclub

Jann Ruyters − 07/02/08, 02:27

Eigenlijk zou regisseur Daniele Luchetti vier jaar geleden het publiekssucces ’La Meglio Gioventu’ gaan regisseren, maar hij kreeg een zoon en dat ging voor. Nu neemt hij revanche met ’Mio Fratello e Figlio Unico’, wederom de geschiedenis van twee broers in de protestjaren. De hoofdpersoon is een zoon uit een linkse familie in het zuidelijke Latina. Deze Accio kiest voor het neofascisme, zijn oudere broer sluit zich aan bij de communisten. Luchetti was afgelopen week in Rotterdam om zijn film in te leiden.

In vergelijking met het nostalgische ’La Meglio Gioventu’ is uw film cynischer en luchthartiger. Is de Italiaanse politiek niet meer dan een spel?

„Na de Tweede Wereldoorlog kwam de strijd tussen links en rechts in Italië lang niet veel verder dan wat schermutselingen. Italiaanse jongeren zien de politieke kleur ook vooral als een keuze waarmee je je kunt onderscheiden, vergelijkbaar met de keuze voor een bepaalde voetbalclub of muziek of kleding. Het neofascisme van Accio moet je ook zo zien. Bovendien deed de neofascistische partij in die jaren ook een appèl op breed gedeelde gevoelens als ’eer’, ’vaderland’, ’gehoorzaamheid’. Er is in 1968 ook oprecht gedebatteerd in de neofascistische partij of men al dan niet mee zou doen aan het jongerenprotest, dat was een breed gedeeld protest, geen politieke beweging. Toen bleek dat de marxisten ook meededen zijn de neofascisten toch afgehaakt. Let wel, mijn film stopt voor de radicalisering in de jaren zeventig. Als ik ook de jaren van het linkse en rechtse terrorisme had opgenomen was de toon heel anders geweest.”

De toon wordt ook gezet door het voortdurende gestoei van de broers. Ze rollen in kluwen de film door.

„Dat voortdurende stoeien is welbewust gekozen. De jongens komen uit de generatie die nog met klappen is opgevoed. Ze zijn ook niet in staat om hun liefde anders te uiten. Ik heb het de acteurs ook als regieaanwijzing meegegeven: geef elkaar klappen alsof je van elkaar houdt.”

De film is gebaseerd op een autobiografie van Antonio Pennachi, ’Il Fasciocommunista’. Waarom wilde u dit boek verfilmen?

„Pennachi’s autobiografie bood de gelegenheid om over de protestjaren te vertellen vanuit het perspectief van iemand die niet meedeed aan het protest; een buitenstaander. Het dagboek is vrij sec en onbevangen opgeschreven, het bevat geen ideologische boodschap.”

Hoe kwam u aan de acteur Elio Germano, die Accio speelt?

„In het boek is Accio een beetje dom, veel spieren weinig hersens. Zo iemand ben ik ook gaan zoeken op sportscholen. Maar toen stuitte ik op Elio, die een heel ander type is; meer studentikoos, intellectueel. Hij leek perfect en hij maakte het verhaal interessanter; iemand die fouten maakt en toch slim is, interessanter dan een dommerd die fouten maakt. Hij is eigenlijk een kwetsbare jongen ook. Het is nu het drama van het begaafde kind dat niet begrepen wordt door zijn omgeving.”

Het verhaal speelt in Latina. Heeft die stad een speciale reputatie in Italië?

„Latina is een van de nieuwbouwsteden die door de fascisten zijn gebouwd. Oorspronkelijk was het een moerasachtig gebied waar de adel uit Rome zijn jachtgebied had. Toen is het geconfisqueerd door de regering, is er landbouwgrond van gemaakt en zijn de arme boeren uit het noorden ernaartoe gehaald. Vandaar ook dat de reputatie van Mussolini er lang goed was; hij had hun huizen en brood gegeven.”

U vermengt in uw film broederstrijd met politiek strijd. Is het meer een familiedrama of een politiek drama?

„Een familiedrama. Het gaat me om de complexe verhouding tussen de broers, en om een jongen die na dwalingen met beide benen op de grond belandt en dan als enige in staat is tot een echt, zeer concrete, politieke daad, die los staat van ideologieën.”

mailIcon print |