Een voortreffelijk leven komt dichterbij als wij ons oefenen in deugden. Ritueelbegeleidster Gijsje Teunissen probeert in haar werk de deugd van de orde te beoefenen. „Rond de dood zorgen rituelen voor saamhorigheid.”
Er hangt mist boven de omgeploegde akkers in de buurt van Schagen, Noord-Holland. Tussen de landerijen staat het crematorium Schagerkogge, omringd door gras en bomen die nu nog kaal zijn. In het rimpelloze water van een vijver duikt een eend kopje-onder.
Een rouwstoet komt het terrein op. Voor de lijkwagen uit loopt ritueelbegeleider Gijsje Teunissen. Ze draagt grijze leren laarzen, een zandkleurige rok en een donkere wollen jas. Met kalme tred geeft ze het tempo van de stoet aan. De lijkwagen stopt bij de deur van de aula. Teunissen opent de achterklep van de wagen en tilt een grote bruine teddybeer naar buiten. Ze wenkt vriendelijk naar de omstanders, moedigt ze aan om bloemstukken uit de auto te pakken en naar binnen te dragen.
Als alle bloemen uitgeladen zijn, strekken een jongeman en zijn vrouw zich uit. Elk aan een kant schuiven ze een kleine kist uit de wagen. Erin ligt hun dochter Bryannah. In het weekend kreeg ze buikpijn. Op donderdag, het was Valentijn, overleed ze – drie jaar oud.
In de aula zoeken familie en bekenden een zitplaats. Op verzoek van de ouders van het overleden meisje dragen de meesten iets wits of roze. Kinderen zijn verkleed als prins of prinses.
Gijsje Teunissen neemt het woord en richt zich tot de ouders. „Dit is het mooiste afscheidsfeest dat jullie je dochtertje kunnen geven. Een invulling van haar laatste uur op aarde, met liefde, aandacht en respect.”
Ze leest een fragment voor uit de roman ’Schaduwkind’ van P.F. Thomése, die handelt over het verlies van een dochtertje.
Een oom en tante halen herinneringen aan Bryannah op, terwijl op een videoscherm foto’s worden geprojecteerd. Het meisje op de schouders van haar vader en in de armen van haar moeder. In de speeltuin met haar zus. Achter een grote taart met twee kaarsjes. Ze hield zo van olijven, en van bellenblazen.
Teunissen vraagt de kinderen naar voren te komen, om te luisteren naar een verhaal. „En toen, zomaar opeens, ging ze dood. Wilde Bryannah dan niet bij ons blijven? Jawel, maar het lichaampje was kapot.”
De kinderen blazen bellen. Ze drukken zoentjes op meegebrachte zakdoeken, en leggen die bij hun vriendinnetje in de kist.
De dag ervoor, in een winkelpandje in Egmond aan den Hoef.
Van hieruit voert Gijsje Teunissen haar praktijk als ritueelbegeleider. In de etalage staat een lijkkist die gemaakt is van een uitgeholde boomstam – een idee van Teunissen zelf. Aan de andere kant van de zaak staat een baar van schroot, vilt en hooi. Een deksel is er niet, wel een doek die over het lichaam geslagen kan worden en dan met koorden ritueel dicht te rijgen is. Op een stelling tegen de muur staan spiritueel getinte boeken over sterven en rouwen, ook voor kinderen: ’Mama, Langoor wordt niet wakker’.
Teunissen draagt een zwierige zwarte rok, met rode laarzen. Aan haar halsketting hangt het portret van een baby. Ze is moeder van zeven kinderen, waarvan een heel jong stierf.
Een ritueelbegeleider, zegt ze, verhoudt zich tot de traditionele uitvaartverzorger als een artistiek directeur van een theater tot zijn zakelijk directeur. „Ik ben een sfeermaker.”
Teunissen (53) heeft kunstacademie gedaan, verdiepte zich in spiritualiteit, werkte als evenementenorganisator. „Dat smelt nu allemaal samen.”
Deze middag presenteert ze haar werkzaamheden aan een groep uitvaartverzorgers: voornamelijk vrouwen, en een paar mannen in pak – ’hier aanwezig namens de Nuvu’, dat is de Nederlandse Unie van erkende Uitvaartondernemingen.
„Rituelen voeren we elke dag uit”, zegt Teunissen. „Opstaan, douchen, ontbijten. Maar als je dat met aandacht doet, worden die handelingen heilig voor je. Het gaat niet zozeer om wat je doet, maar om de intentie waarmee je het doet.”
„Rituelen markeren een omslagpunt”, vervolgt ze. „Ze sluiten iets af en openen een weg naar iets nieuws.”
Voor rouwrituelen geldt volgens Teunissen dat ze een samenbindende functie kunnen hebben. Bijvoorbeeld wanneer familieleden betrokken worden bij het verzorgen van de dode. „Soms vraag ik een zoon om zijn vader te scheren”, zegt Teunissen. „Ik stel ook wel eens voor om de overledene in een doek in te bakeren. Elke dag een stukje verder. Als ze dat willen, kunnen familieleden briefjes of bloemblaadjes tussen de plooien steken. Dat laat mensen beseffen dat hun dierbare inderdaad dood is. Ze voelen zelf hoe het leven uit het lichaam wegtrekt, dat is heel goed. En door de nabestaanden zo mee te laten doen, probeer ik hun verdriet te verzachten.”
Een van de uitvaartondernemers in de zaal heeft een vraag. Die lijkkist in de vorm van een uitgeholde boomstam, wat kost die eigenlijk? Teunissen lacht. „Achthonderd euro”, zegt ze. „Valt mee hè?”
Bij de voorbereiding van een begrafenis of crematie, zegt Teunissen, krijgt ze vaak de vraag wat ’gebruikelijk’ is om te doen bij een uitvaart. „Niets”, zegt ze dan. En: „Het hoeft niet per se twee liedjes en drie sprekers te zijn.”
„Voor mij is alles bespreekbaar”, zegt Teunissen. „Ik heb weinig grenzen. Goed, als de dode met ontbloot bovenlijf in een open kist wordt vervoerd terwijl er vuurpijlen worden afgeschoten, kan dat aanstoot geven. Dat is een grens. En ik wil ook niets doen dat strijdig is met mijn esthetische gevoel. Maar ik heb mensen nog nooit hoeven inperken. Eerder aanmoedigen om wat méér te doen.”
Wordt ze bij een sterfgeval geroepen, zegt Teunissen, dan probeert ze ’intuïtief’ in te schatten welk ritueel past bij de nabestaanden en bij de overledene.
„Als iemand van de zee hield, stel ik voor om in de rouwbrief iedereen op te roepen een schelp mee te nemen naar de uitvaart. Of, in een ander geval: neem een lint mee in een kleur die je vindt passen bij het karakter van de overledene. Daarmee creëer je aandacht, mensen moet erover nadenken: wat zal ik precies meenemen, wat zou de bedoeling zijn? Die aandacht, dat nadenken, is een vorm van saamhorigheid.”
Nee, zegt Teunissen, grenzen aan de ’inhoud’ van een ritueel stelt ze nauwelijks. Maar een uitvaartritueel kent ook een praktische limiet. „In het rouwcentrum heb je een half uur of drie kwartier”, zegt iemand in de zaal. „En dan moet alles achter de rug zijn.”
„Dat klopt”, zegt Teunissen. „Dan kun je geen tientallen sprekers hebben.”
Een van de Nuvu-mannen staat op. „Dat is nu precies de stress waar ik al jaren mee werk”, zegt hij. „Ik vind dat een uitvaart op tijd moet verlopen. Anders worden mensen nerveus en krijg je chaos.”
Teunissen: „Ik zorg dat ik de dienst uitmaak, ik geef regieaanwijzingen. Maar ik zorg wel dat alles gezegd wordt. Dat kan soms best in drie minuten in plaats van vijf. Iemand netjes afkappen, dat kan ik wel.”
En dan moet er nog rekening worden gehouden met de concentratiespanne van de nabestaanden en belangstellenden. Als het langer duurt dan vijf kwartier is de aandacht weg, zo weten de uitvaartverzorgers.
Zeker, zegt Teunissen, door middel van rituelen probeert ze orde te scheppen in de chaos die mensen overvalt na het sterven van een naaste. Maar die orde gaat verder dan het praktische, is méér dan stipt op tijd arriveren bij het uitvaartcentrum. „Ik probeer voor rust en aandacht te zorgen. Als mensen hun overleden dierbare verzorgen, voeren ze die laatste handelingen voeren vaak heel zorgvuldig uit, bijna eerbiedig. Voor mij is dat orde.”
De ouders van Bryannah hebben een kaart gemaakt met een foto van het overleden meisje. De driejarige ligt ontspannen, alsof ze slaapt. Haar ouders hebben donzen vleugels naast haar schouders gelegd, zodat ze op een engel lijkt.
In de aula van het crematorium staan de mensen op van hun plaats, om nog een keer langs het kistje te lopen. Daarna gaat het naar buiten. Ieder krijgt een ballon in de handen gedrukt, men vormt een kring rond een beeldje van Nils Holgersson. Hij zit op de rug van een gans, klaar om weg te vliegen.
Iemand drukt op een knop en er klinkt muziek. Vierhonderd ballonnen worden losgelaten. Even kleuren ze de hemel boven Noord-Holland roze en wit. Maar binnen luttele tellen is er niet een meer te zien. Verdwenen, weg in de winterlucht. Een prinsesje met twee blonde vlechten begint hartverscheurend te huilen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.