Dans
Gezien: Nederlands Dans Theater II met ’Dream Play’, choreografieën van Stijn Celis, Johan Inger en Medhi Walerski. Tournee t/m 16/4, www.ndt.nl.
In de dertig jaar dat de jongerenequipe van het Nederlands Dans Theater bestaat, is waarschijnlijk nooit eerder zo’n sterke generatie dansers tot 23 jaar op de bühne verschenen als nu. De dansers van NDT II anno 2008 zijn stuk voor stuk danspersoonlijkheden in de dop, hongerig om in alle facetten van het dansvak uit de kiem te breken. De ongebreidelde energie waarmee ze zich op de choreografieën storten, is een kijkfeest op zich.
Buitengewoon teleurstellend dus dat de choreografen van de twee premières in het nieuwe NDT II-programma zich zo weinig lijken te hebben aangetrokken van dat jeugdige esprit. In ’Skulls and Bees’ van de Belgische choreograaf Stijn Celis raken de jonge dansers de weg in vorm en inhoud volkomen kwijt. Acht dansers zijn cartooneske versies van Rembrandts Staalmeesters; witte kragen, zwarte tunieken, een getekend Frans Hals-snorretje onder clair-obscur belichting. Gerimpelde stoplappen van de coulissen refereren aan de rimpelingen des tijds: hiertussen bewegen de dansers soms uitgesproken ballettesk, dan weer robuust in gestrekte ganzenpas, maar altijd even doelloos op weg - de eigen vergankelijkheid tegemoet. Het leven is vluchtig (bijen) en wordt voortgedreven door de angst voor de dood (doodshoofd): in ’Skulls and Bees’, de titel verwijst naar stillevens van de Hollandse Meesters, wordt het gegeven uitgekauwd. Celis smeert er in het verlengde van de wijdlopige danstaal, boven op de al zo eclectische ’Chamber Symphony’ van John Adams, ook een geforceerd cartoonesk laagje overheen: teksten mee getorst op borden als aanduiding van een ’nieuwe tijdsronde’, een denkwolkje boven een dansershoofd. De totaalsom is een chaotische dansbrij waarvan het slotbeeld exact aangeeft wat er schort aan dit werk: honderden pingpongballen komen uit de lucht vallen en stuiteren alle kanten op.
Ook bij Medhi Walerski’s ’Mammatus’ is het slotbeeld onbedoeld exemplarisch voor de makke van de choreografie: tientallen windmolentjes laten alles in ijle wind vervliegen. ’Mammatus’ vangt aan met sterke beelden: het ensemble als shivafiguur opgesteld; als in een Muybridge-filmpje met korte sluitertijd waarin de bewegingen resoneren als echo’s van het leven - ook Walerski stort zich op de lotsbestemming van de mens. Waarmee Walerski al tijdens het NDT-programma ’Upcoming Choreographers’ opviel – rauwe en theatrale dans, de beweging fascinerend mentaal naar binnengekeerd en fysiek naar buiten exploderend – blijft in ’Mammatus’ overeind, maar verglijdt gaandeweg in nietszeggendheid. Ook hier raken de dansers ondanks de goede uitvoering verstrikt in een onbevredigend uitgewerkt concept.
Jammer dat de reprise ’Dream Play’ van Johan Inger hiermee automatisch het hoogtepunt van het programma is geworden. De choreograaf sneed zijn bewerking van het lenteoffer op Stravinsky’s ’Sacre’ in 2000 wél helemaal toe op het jeugdige elan van de groep. Ontluikende seksualiteit is ’in a wink of an eye’ teruggebracht tot een dagdroom vol overmoed, twijfel en verlangen. En ook de uitstekende nieuwe NDT II-generatie past het droomspel als een handschoen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.