Het personeel in de OG Heldringstichting, een instelling voor jongeren met ernstige gedragsproblemen, komt door tijdgebrek en een verkeerde visie niet aan behandelen toe, zegt voormalig groepsleidster Edith Versluis (49). „Minderjarige kinderen zonder strafblad worden hier in feite als criminelen opgesloten”.
Acht jaar geleden was dat anders, weet ze. Zij werkte van 1995 tot 2000 al als groepsleider in deze instelling. „Toen was er nog aandacht voor de individuele jongere.”
In 2000 begon Versluis een eetcafé, dat ze later weer verkocht. Ze ging in 2005 weer als groepsleider aan de slag. Maar wat ze aantrof, schokte haar.
Ze somt de feiten op. Versluis werkte voorheen met negen kinderen in een groep. Dat waren er nu twaalf geworden. „Maar er waren en zijn nog altijd maar twee groepsleiders.”
Te weinig, zegt ze. „Het is heel druk, je moet veel regelen: van treinkaartjes bestellen voor verlof tot keukenbestellingen voor het eten, jongeren van school halen, jongeren begeleiden bij hun eigen taken, afwassen, afdrogen. En je bent maar met zijn tweeën: de één moet op de groep blijven, de ander jongeren wegbrengen naar activiteiten of ophalen. Voor persoonlijke aandacht is hier echt geen tijd meer.”
De jongeren zijn de dupe, vindt ze. Want om enige orde te houden, worden zij veel sneller dan vroeger gestraft. Er zijn zelfs een aantal isoleercellen gebouwd, waar de minderjarige jongeren ’heel regelmatig’ in terecht komen. „Vroeger had je tijd om iets uit te praten. Nu is het meteen: ga maar naar je kamer en komt er protest, dan kun je naar de isoleer.”
Ook draagt tegenwoordig iedere medewerker een pieper. „De collega die in de buurt is, krijgt een signaal als je in nood bent en is er dan snel. Jongeren worden dus ook veel sneller fysiek aangepakt en naar hun kamer of de isoleer gebracht.”
Voor 2000 had altijd één groepsleider slaapdienst. Die overnachtte dan bij de jongeren. „De slaapdienst is afgeschaft. Er zijn camera’s voor in de plaats gekomen en er zijn bewakers aanwezig, maar geen hulpverleners.”
Het gevolg is dat de sfeer veranderd is. „Het is met zijn allen tegen elkaar geworden. De jongeren tegen elkaar en tegen de groepsleiding, de groepsleiding tegen elkaar en tegen de jongeren.”
Ze kaartte haar onvrede aan bij de leiding. „Ik vond dat het wel wat minder streng kon. Maar ze zeiden: je bent er te lang uitgeweest. De situatie is anders, de jongeren zijn harder, ze liegen en bedriegen. Ze zitten hier niet voor zweetvoeten, was de uitdrukking.”
Versluis: „Ik ben niet naïef en weet ook wel wat ze kunnen doen. Maar je moet niet vergeten wat voor trieste dingen ze vaak meegemaakt hebben. Deze jongeren hebben hulp nodig, maar de omstandigheden zijn daar zo, dat ze die niet kunnen krijgen.”
Zij nam uit onvrede vorige zomer ontslag en werkt tegenwoordig parttime als pedagogisch medewerkster op een basisschool. Verder is zij actief voor de Stichting Misplaatst, die advies geeft aan ouders van kinderen die in een jeugdinrichting zitten. Ze heeft nog veel contacten met werknemers en ouders. Vooralsnog is er niks verbeterd sinds haar vertrek uit de De Heldringstichting, hoort ze van hen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.