*

 

Beperkt als je bent je leven ontwerpen

Peter Henk Steenhuis − 07/03/08, 00:00

Deugden zijn geen beperkende normen of vage waarden, maar kwaliteiten waarin je uitblinkt. Vandaag: de Vlaamse wielerfanaat en filosoof Marc Van den Bossche over zelfmanagement. „Als onze Belgische politici dat hadden beheerst, dan was het hier niet zo’n chaos.”

’Ik heb dat nog niet eerder op deze manier luidop durven zeggen, maar op 3 februari ben ik bij een ongeval om het leven gekomen. Een beetje toch.’’

Dit schrijft de Belgische filosoof Marc van den Bossche in zijn boek ’Wielrennen’, dat in 2005 verscheen. Daarin vertelt hij over zijn passie voor duursporten, hardlopen, wandelen, en vanzelfsprekend wielrennen. Van den Bossche was in zijn jeugd een zeer verdienstelijk hardloper, stopte, studeerde wijsbegeerte, begon pijp te roken, veranderde in een bevlogen journalist. „Toen ik op vrijdagavond 3 februari 1989 van de krant naar huis reed, was er één bocht te veel. Compleet overwerkt was ik. Mijn auto ging gewoon rechtdoor in die bocht, raakte een tegenligger – die er gelukkig heelhuids vanaf kwam – en ontwortelde vervolgens een naar verluidt stevig uit de kluiten gewassen knotwilg.’’

Van den Bossche raakte in coma, hield er een verbrijzelde voet op na, en moest eindeloos revalideren. Maar door zijn ongeluk ontdekte hij ook hoe belangrijk het begrip lichamelijkheid is voor zijn denken. „Als filosoof en als humanist’’, schrijft Van den Bossche, „zou ik voortaan graag de stelling willen uitdragen dat sportbeoefening leidt tot een geïntensiveerde vorm van de ervaring van eigen individualiteit, dat zelfontplooiing begint bij de eigen lichamelijkheid.’’

Niet verwonderlijk dat de deugd die hij over het voetlicht wil brengen met deze lichamelijkheid te maken heeft: zelfmanagement. Een lelijke term. „Ja, je zou het ook ’zelfsturing’ kunnen noemen, maar dat woord is niet veel fraaier. Lelijk of niet, zelfmanagement is een uiterst belangrijke deugd voor onze tijd.

Een paar weken geleden bracht een onderzoek onze tijd nog eens prachtig in beeld. Het maandblad Filosofie Magazine vroeg Nederlanders naar hun belangrijkste waarde. Wat bleek? De Nederlander, bij uitstek een individualist voor wie vrijheid heilig is, koos voor veiligheid. En wie moet voor die veiligheid zorgen? De overheid. Nederlanders willen vrij zijn, autonoom zijn, aangesproken worden als individu, maar zij willen wel dat de overheid zulke regels stelt dat zij zich veilig voelen. Die twee eisen gaan lijnrecht tegen elkaar in.’’

Waarom gaan die eisen tegen elkaar in, en vullen ze elkaar niet aan?

„Nederlanders willen dat de overheid hen normen oplegt – deze wens past binnen de plichtethiek waarin wij van alles moeten. Maar zij willen ook vrij zijn en hun eigen leven vormgeven – deze wens past binnen de deugdethiek. Dat zij de overheid vragen te zorgen voor hun vrijheid betekent voor mij dat zij niet in staat zijn zichzelf de wet te stellen.”

Misschien achten ze zichzelf hier wel toe in staat, maar anderen niet.

„Ja, dat kan ook, maar dat komt voor mij op hetzelfde neer.’’

Voor mij niet.

„Als wij spreken over vrijheid, over individualisme, over onszelf de maat nemen, over autonomie, om een aanverwante filosofische term te gebruiken, dan hebben we het steevast over onszelf. Daarbij betrekken we de ander niet, integendeel, de ander wordt zelfs gezien als een bedreiging voor die autonomie.

Een misvatting. Ik heb de vrijheid te zeggen dat ik een goed pianospeler wil worden. Dat is een formele vrijheid. Om het te worden heb je, behalve talent, ook anderen nodig: ouders die je aansporen te oefenen, een pianoleraar, een pianomaker, een componist, een uitgever van pianoboeken. Je hebt anderen nodig om je eigen vrijheid te verwerkelijken. Ook in de maatschappij zou het ’zelf’ eerder iets moeten zijn dat in relatie met anderen ontstaat, dan iets op zichzelf staands.’’

Dat geldt ook voor de deugd van het zelfmanagement?

„Ja. De Duitse filosoof Martin Heidegger noemde de mens een wezen dat enerzijds geworpen is, en anderzijds ontwerpend. Dat wij geworpen zijn, betekent dat wij te maken hebben met beperkingen, lichamelijke, intellectuele, maar ook contextuele – wij groeien bijvoorbeeld niet allemaal op in een gezin dat ons ruime mogelijkheden biedt. Toch kun je tegen dat decor van beperkingen weldegelijk iets met jezelf aangaan, een leven ontwerpen.

De deugd van het zelfmanagement leert om te gaan met die twee kanten van ons wezen.’’

Dat lijkt me een zegen, maar waaruit bestaat die deugd?

„Zelfkennis, zelfbeperking, zelfdiscipline, zelfverantwoordelijkheid.”

Met die opsomming ben ik nog niet veel verder.

„Zelfkennis betekent dat je jezelf probeert te verstaan. Wat is mijn natuur? Wat is mij gegeven? Dat heeft ook te maken met de job die je uitvoert. Daarbij word je geconfronteerd met wat je lichamelijk en psychisch aankunt.’’

U heeft in het verleden zo hard gewerkt dat u tegen een boom eindigde.

„Ja. Dat was een tamelijk harde manier om enige zelfkennis te verwerven. Maar na mijn revalidatie heb ik ontdekt hoe belangrijk sport voor mijn levensgeluk is. En voor mijn denken. Nu, terugkijkend kan ik zeggen, dat de jaren waarin ik niet aan sport deed bepaald niet de gelukkigste van mijn leven waren.’’

Hardloopschoenen kopen en op endorfinejacht.

„Natuurlijk niet. Dat geldt voor mij, ik heb weinig over anderen te zeggen. Maar ik denk wel dat we ons vermogen tot geluk deels in eigen hand hebben als we goed voor onszelf zorgen. Voor de één betekent dit een half uur wandelen per dag, de ander kiest voor massage, een derde beult zich in de striemende regen af op een racefiets.

De keuze berust op zelfkennis; de mate waarin je jezelf traint berust op zelfbeperking. Je zelf beperkingen opleggen, is misschien nog wel lastiger dan jezelf leren kennen. De deugd is een optimaal midden: zelfmanagement betekent in niets overdrijven. Dat gaat nauwelijks. Gisteren is het bij mij weer faliekant misgegaan. Ik wilde even stevig fietsen om vandaag goed te kunnen schrijven. Maar ik ging over de grens, kon niet meer slapen en voel me nu gebroken in plaats van fit.’’

Moet u ook niet zo overdrijven.

„Zo makkelijk is het niet. De maat is iets wat je altijd dient te bepalen in een context. Het is niet zo dat ik gisteren uitzonderlijk zwaar heb getraind. Ik ben ziek geweest, en wanneer je beter bent moet je je conditie opnieuw opbouwen. Goed mogelijk dat ik over twee weken een dergelijke training wel aankan. Maar dan moet ik wel de discipline kunnen opbrengen me deze weken in te houden.’’

Zelfmanagement is lichaamskunst.

„Nee, het is meer dan lichaamskunst. Zelfkennis, zelfbeperking, zelfdiscipline helpen je ook staande te houden in onze hedendaagse consumptiemaatschappij. Reclames vertellen ons wie we moeten zijn, wat we nodig hebben. Wie zich laat overdonderen door alle prikkels die over ons heenkomen, kan niet vrij zijn.’’

Ziet u veel vrije mensen?

„Als ik dat mag zeggen: veel te weinig.’’

Toch zei u dat Nederlanders vrij en autonoom willen zijn.

„Om dat te worden, moeten ze de deugd van het zelfmanagement leren beoefenen. En leren inzien dat de ander geen bedreiging hoeft te zijn voor mijn vrijheid. Hier in België worden politici nu bejubeld wanneer zij hun standpunt niet verlaten. Dat betekent dat men hier een goed politicus is als men weigert toe te geven. Maar wie de deugd van het zelfmanagement bezit, heeft zelfinzicht en weet dat hij de waarheid niet in pacht heeft. Wie de deugd van het zelfmanagement bezit, weet zich te beperken, dringt zijn mening niet constant op, en is in staat te luisteren.

Ik zei dat zelfmanagement uit vier elementen bestond. We hebben er drie behandeld: zelfinzicht, zelfbeperking, zelfdiscipline. Uit deze drie vloeit de vierde voort: zelfverantwoordelijkheid. Als onze politici de deugd van het zelfmanagement hadden beheerst, hadden ze hun verantwoordelijkheid genomen, en was er in België niet zo’n politieke chaos ontstaan. Vlamingen en Walen zijn beiden bang hun identiteit, hun autonomie te verliezen.

De Vlamingen betrekken de Walen niet bij de bepaling van hun identiteit. Andersom evenmin. Toch zullen we die twee vreemde culturen bij elkaar moeten houden. Dat kan alleen door zelfkennis, waarbij we erkennen dat we nooit op ons zelf alleen kennen. Door zelfbeperking omwille van de andere partij. Door je op het standpunt te stellen dat iemand anders morgen misschien met een beter idee kan komen, zoals de Amerikaanse filosoof Richard Rorty zijn pragmatische filosofie eens samenvatte. Je zo opstellen vergt moed en verstandigheid. Dat zijn kardinale deugden, die volgens Aristoteles voor elke deugd vereist zijn. Dus ook voor zelfmanagement.’’

mailIcon print |