Klassiek
Koninklijk Concertgebouworkest en solisten olv David Robertson op 28/2 in Concertgebouw, Amsterdam.
De speciale serie rond de muziek van Olivier Messiaen van het Koninklijk Concertgebouworkest is nu al geslaagd te noemen. Waarschijnlijk niet in publieksaantallen: want donderdag zat de grote zaal van het Concertgebouw maar halfvol. Het KCO mist na het vertrek van Riccardo Chailly als chef een duidelijk smoel voor zo’n serie met hedendaagse muziek: Mariss Jansons waagt zich amper aan dit repertoire.
Daarmee is overigens niks gezegd over David Robertson, de dirigent die het lichtknopje van het KCO moeiteloos vond in Messiaen en die een vloeiend-beweeglijke Boulez liet horen. Over de samenstelling van de serie tot nu toe ook niets dan lof: het orkest zet de vader van de na-oorlogse Europese muziek in een geschakeerd perspectief en combineert zijn werken met juweeltjes van Bruckner tot en met Benjamin.
Dat Messiaen al vroeg een genie moet zijn geweest, was te horen in ’Poèmes pour Mi’, de verbluffende liederencyclus die hij schreef toen hij 29 jaar jong was. Alle elementen van zijn soevereine stijl zijn al aanwezig: de eenvoudige twee- of driestemmigheid, de orgelachtige mixtuurklanken, de betoverende melodieën, de verblindende instrumentatie, het feilloze gevoel voor sfeer.
Maakte de rijke orkestklank het publiek donderdag al dronken, daar kwam dan ook nog eens het stemgeluid van sopraan Measha (spreek uit als ’miesja’) Brueggergosman bovenop. De zwarte Canadese zangeres met big hair won vier jaar geleden het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch en geldt sindsdien als waardige opvolgster van Jessye Norman, met eenzelfde oncategoriseerbaar en veelzijdig stemgeluid.
Het gemak waarmee Brueggergosman in Messiaens liederen schakelde en kleurde (van de wiegelied-achtige eenvoud in ’Paysage’ tot het wilde lage grommen van ’Les deux guerriers’) was verbluffend. Haar integere interpretatie en haar vervlechting met Robertson en het KCO waren al even adembenemend.
Mooi idee van Robertson om voor de orkestversie van het oorspronkelijk voor piano geschreven ’Notations’ van Pierre Boulez wat klinkende uitleg te geven met pianiste Patricia de la Vega (niet genoemd in het programmaboek). De verfijnd-lyrische De la Vega speelde vóór ieder orkestdeel het corresponderende pianodeel bij wijze van klinkende schets. Prachtig hoe Robertson vervolgens dat materiaal liet bloeien met het KCO: de rijke orkestraties (115 musici op het podium!) geurden naar het nieuwe elan van een hemelbestormer uit de jaren zestig. Hard vooruit hollen en dansen, met een koffer vol oud Europa als bagage.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.