*

 

Alfred Brendel neemt waardig afscheid

Door: redactie − 24/06/08, 00:00

Klassiek

Alfred Brendel, piano. Concertgebouw Amsterdam, Grote Zaal, 22 juni.

„Ook zonder Brendel zal er altijd muziek blijven.” Met deze ’famous last words’ nam de 77-jarige Alfred Brendel zondag afscheid van zijn Nederlandse fans in zijn allerlaatste solorecital. Na zijn drie toegiften werd hij gehuldigd door concertorganisator Marco Riaskoff, die memoreerde dat Brendel sinds zijn Amsterdamse debuut in 1972 met 47 optredens de pianist is die verreweg het vaakst in de Grote Zaal van het Concertgebouw geconcerteerd heeft.

Was Brendel ooit een wel erg droge en onderkoelde pianoprofessor, tegenwoordig durft hij zijn emoties met zijn publiek te delen. Met name zijn Amsterdamse recital in 2006 was een hoogtepunt. Hooggespannen waren de verwachtingen of Brendel twee jaar later andermaal tot zulke artistieke hoogten zou kunnen komen. Aanvankelijk leek dat niet te gebeuren. Op de zeer gaaf en evenwichtig vertolkte variaties van Haydn, een prachtige binnenkomer, was muzikaal en technisch niets aan te merken, maar de dramatiek bleef overwegend onderhuids. Van Mozarts Sonate in F, boeide alleen het kleurrijke en lyrische gespeelde andante. Het openings-allegro had te lijden onder een flinke concentratiestoornis en klonk weinig bevlogen. Ook het op Bachs fugakunst geïnspireerde Rondo miste de nodige spitsheid en kernachtigheid.

Het kwam allemaal goed in Beethovens Sonate in Es. In deze onbekendere pendant van de Mondschein-Sonate onderging Brendels pianospel een ware metamorfose. Ademloos en nagenoeg kuchloos luisterde het publiek, dat twee jaar geleden van Brendel een verbale uitbrander had gekregen vanwege storend gehoest, naar deze onvergetelijke uitvoering. Zo’n wijze, milde, relativerende en verhalende vertolking van deze Sonate-fantasie, waarin vormbesef en spontaniteit met elkaar in balans zijn, hoorde ik niet eerder, van Brendel noch van enige andere pianist.

Schuberts Sonate in Bes is Brendels lijfstuk. Een passender zwanenzang was niet denkbaar. Hoewel de pianomeester in de finale hoorbaar vermoeid raakte en niet meer genoeg kracht en trefzekerheid in de octavenpassages bleek te hebben, was zijn diep doorleefde, rijkgeschakeerde en helder gestructureerde uitvoering een belevenis van de eerste orde. Een waardiger afscheid van deze pianoreus was niet denkbaar.

In zijn toegiften benadrukte Brendel zijn verknochtheid aan Schubert door met diens Impromptu in Ges te eindigen.Christo Lelie

mailIcon print |