Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun persoonlijke motto, leefregel of ultiem inspirerende zin.
’Om eerlijk te zijn had ik geen idee waar ik aan begon toen ik in 1990 voorzitter van de Evangelische Omroep (EO) werd. Ik weet wel dat ik het toen al belangrijk vond om twee dingen te bereiken: het evangelie uitdragen en zoveel mogelijk mensen bereiken. En volgens mij is dat best goed gelukt. Van een kleine omroep zijn we een serieuze speler geworden in omroepland. Ik weet het niet zeker, maar misschien zijn we wel de grootste omroep. Ik denk dat de EO ook meer geaccepteerd is in de samenleving. Vroeger moest je jezelf bijna verdedigen als je zei dat je lid was van de EO. Nu is dat gelukkig niet meer zo. Het is heel gewoon als je lid bent van onze omroep.
Dat zie je steeds duidelijker in de maatschappij. Kijk naar het ichthusvisje dat je op veel auto’s ziet. De EO is daar mee begonnen. We hebben talloze visjes naar onze leden gestuurd en die hebben ze gebruikt, meestal zijn ze op auto’s geplakt. Het onderstreept de oecumene van het hart. Eigenlijk zou ik die zin ook wel willen kiezen: de oecumene van het hart. Ik denk dat de EO daar goed in geslaagd is. We zijn niet gebonden aan een kerk. We kijken juist over kerkmuren heen. Dat is de kracht van de EO en daardoor bereiken we steeds meer mensen. We benadrukken wat ons als christenen bindt in plaats van het steeds maar over de verschillen te hebben. Op die manier proberen we dichtbij mensen te staan én te blijven. Dat zie je, denk ik, ook terug in onze programma’s op radio en tv. In de jaren zeventig en tachtig was het gemakkelijker om televisie te maken. Je deed bijvoorbeeld een bijbelstudie voor de lezer. Nu kan dat niet meer. Niet alleen vanwege de profilering naar doelgroep op de publieke zender, de kijker is ook veeleisender geworden. Eind jaren tachtig moest de EO zich bezinnen op wat we wilden als omroep. Dus de vraag ’hoe brengen wij het evangelie’ en ’hoe koppelen we dat aan mensen’. Anders gezegd: hoe verenigen we christenen rond het evangelie. Daarom maken we verschillende programma's. Zo ook programma’s voor jongeren op Nederland 3, de jongerenzender. De serie ’Veertig dagen zonder seks’ is een voorbeeld van onze verschillende programmering. Het programma laat duidelijk zien dat een leven met wisselende seksuele contacten vaak eigenlijk helemaal niet zo leuk is. Op die manier willen we nu ook jongeren bereiken.
Op straat wordt ik regelmatig herkend. Mensen spreken me dan wel eens aan. Vaak levert dat fijne gesprekken op. Ook met mensen die niet per se bij een kerk horen.
Ik denk dat de slogan geboren is in het hart van Henk Binnendijk, een EO-presentator. Waarschijnlijk heb ik de zin toen bij toeval eens gehoord en heb ik hem toen onthouden. Ik ben dankbaar als ik terugkijk op mijn tijd bij de EO. Het woord trots wil ik liever niet gebruiken. Het was echt een uitdaging om over kerkmuren heen te kijken en zo bij elkaar te komen.
Voorzitter Van der Veer mag dan wel vertrekken, maar dominee Van der Veer blijft programma’s maken. En dat wil ik zelf ook. Zo blijf ik dicht bij de mensen.”
Ds. Arie van der Veer (1942) is sinds 1990 voorzitter van de Evangelische Omroep. Per 1 september wordt hij voorzitter van de Raad van Toezicht van de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle. Hij woont in Zwolle waar hij predikant van de christelijke gereformeerde kerk is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.