*

 

Rommel op een sokkel verheft zich tot kunst

Willemijn Rinnooy Kan − 11/08/08, 00:00

Beeldende kunst

Thorsten Brinkmann t/m 5 oktober in GEM in Den Haag. Bij de expositie is een boek uitgegeven: ’Thorsten Brinkmann’ door Uitgeverij Hatje Cantz. 35 euro. www.gem-online.nl

Op sokkels van gevonden planken staan voorwerpen in vrolijke combinaties als kleine standbeelden: een kerstlaars met een netje vol zaagsel, een gekleurde plastic tas als een bloemknop verfrommeld en een vrolijk knuffelkonijn. Gevonden voorwerpen, andermans afval, rommel tot kunst verheven.

Kunstenaar Thorsten Brinkmann (1971) is een verzamelaar. In zijn thuisstad Hamburg in Duitsland heeft hij een gigantische loods gevuld met planken, kussens, kandelaars en andere prullaria. Iedere week komt er wel wat bij. Mensen komen ook vaak langs met spullen ’die misschien wel leuk zijn voor een kunstwerk’.

Op de expositie in het GEM, een dependance van het Gemeentemuseum Den Haag, is een deel van zijn verzameling te zien. Niet alleen als losse objecten, maar ook op foto’s en een in een video.

In Brinkmanns vroegste werk is zijn verzameldrift al duidelijk terug te vinden. Op acht grote foto’s, gemaakt toen hij nog op de kunstacademie zat, zijn verschillende constructies van witgoed, een oude matras en een kast te zien. Als een grote, bleekgrijze massa passen ze elke keer anders in elkaar.

Ook op de zelfportretten spelen zijn spullen de hoofdrol. Zelf is hij onherkenbaar met een plantenbak of de oude hoes van een tennisracket op zijn hoofd en tweedehands kleren aan. Hij maakt de portretten met behulp van een zelfontspanner.

Op de plekken waar hij exposeert bouwt hij voor de foto’s een absurdistisch interieur. Volgens hem de ideale expositieruimte voor zijn werk: aan de muur zijn tapijten vastgemaakt en oude planken. De verlichting komt van schemerlampjes aan het plafond.

Vrolijk vertelt hij: „Ik maak op exposities die ver van huis zijn, een interieur wel eens van voorwerpen die ik vind in de buurt van de expositieruimte. In New York besloot iemand na afloop van de expositie dat hij een muur uit mijn installatie wilde kopen, maar die lag helaas weer uit elkaar gehaald op een vuilnisbelt.”

Op zijn portretfoto's werken zijn gevonden voorwerpen heel goed, en ook de ruimtes die hij bouwt zijn bijzonder. Maar zodra hij de spullen op een sokkel plaatst als kunst op zich, wordt het wel erg makkelijk. Zijn toegevoegde waarde is dan te beperkt.

Zelf vindt hij het democratisch aspect van zijn ’objets trouvĂ©s’ leuk; de kunst bestaat uit oude spullen van de mensen zelf en wordt niet iets ongrijpbaars of ingewikkelds. In de toekomst wil hij dan ook graag doorwerken aan zijn lopende projecten, knutselend in zijn loods vol rommel.

mailIcon print |