Vanaf het moment dat Asif Ali Zardari in 1987 trouwde met Benazir Bhutto, waren de schijnwerpers op haar gericht. Hij wist het van tevoren: Als dochter van oud-premier Zulfikar Ali Bhutto was zij voorbestemd om groot te worden in de Pakistaanse politiek.
Zardari (1953) was zelf ook van goede afkomst, als zoon van een rijke landeigenaar uit de provincie Sindh. In de jaren tachtig stond hij bekend als een playboy, een verwende jongen die zich vooral onledig hield met polo en uitgaan.
Zijn huwelijk met Bhutto was een traditionele zaak: de twee werden gekoppeld door hun families en ontmoetten elkaar voor het eerst vijf dagen voor de aankondiging van hun huwelijk. Voor Bhutto had het vooral een zakelijke reden: als alleenstaande vrouw maakte ze in het conservatieve Pakistan weinig kans om het in de politiek te maken. Met Zardari aan haar zijde kwam daar direct verandering in: nog geen jaar later was ze premier.
De beweegredenen van Zardari waren minder duidelijk. Al snel gingen er geruchten over een mogelijk motief om ’echtgenoot van’ te worden: geld. Zardari kreeg in een mum van tijd de bijnaam ’Meneer Tien Procent’, naar het percentage dat hij in eigen zak zou steken bij grote overheidsopdrachten.
Ook zijn vrouw bleef niet buiten schot in de corruptiezaken, en al in 1990 werd zij als premier opzij geschoven. Zardari verdween de gevangenis in op verdenking van afpersing en bedreiging. Bewijzen kwamen er niet, en na ruim twee jaar voorarrest kwam hij vrij. Bhutto, net voor de tweede keer aangetreden als premier, maakte hem minister van milieu.
Maar de beschuldigingen van corruptie en erger bleven de familie en met name Zardari achtervolgen, zeker toen hij na verloop van tijd minister van investeringen werd. „Alsof je Al Capone directeur van de nationale bank maakt”, merkte een Pakistaanse columnist daarover op. De bewijzen dat hij meer geld had dan logischerwijs verondersteld kon worden, stapelden zich op.
Zo volgde er de aankoop van een optrekje in Engeland van 4,35 miljoen Britse pond – in eerste aanleg glashard ontkend door Zardari: „Wie denkt er zelfs maar over om een landhuis in Engeland te kopen als mensen in Pakistan niet eens een dak boven hun hoofd hebben?” Dat dit een leugen was, bleek al snel. Een Britse aannemer vertelde dat hij persoonlijk contact had gehad met Zardari over de inrichting van het huis: er lagen plannen voor een helikopterlandingsplaats, een golfbaan, marmeren badzalen en een slaapkamer die bestand moest zijn tegen een bomaanslag.
Pas in 2004, toen het huis al verkocht was, gaf Zardari uiteindelijk toe dat het inderdaad van hem was geweest. Zelf houdt hij tot op de dag van vandaag vol dat hij nooit de wet heeft overtreden, en dat hij slachtoffer is van politieke vervolging.
Enig recht van spreken lijkt hij wel te hebben. In 1997 belandde hij immers opnieuw in de cel, weer nadat zijn vrouw was afgezet. Bhutto ging in ballingschap in Londen en Doebai, Zardari draaide op voor de gevolgen. Dit keer hadden de aanklachten een nogal sinister gehalte: niet alleen was er een reeks aan corruptieverdenkingen, Zardari werd nu ook verdacht van het plannen van de moord op de broer van Bhutto, in de Shakespeariaanse slangenkuil van de Pakistaanse politiek een geduchte concurrent van zijn zus.
Zardari zat vast in voorarrest, acht jaren lang. Ook nu kregen de aanklagers de zaak niet rond; de laatste aanklachten in Pakistan werden eerder dit jaar (na een politieke deal) ingetrokken. Toen had Zardari al wel een groot deel van de jeugd van zijn drie kinderen gemist, en was zijn gezondheid verslechterd: door een aandoening aan zijn ruggegraat loopt hij met een stok.
Hij moet nu ook zijn vrouw missen, die haar triomfantelijke terugkeer in de Pakistaanse politieke arena in december met de dood bekocht. Zardari deed een stap naar voren: hij nam de leiding van Bhutto’s partij PPP op zich, en wordt nu zelfs genoemd als Pakistans nieuwe president, de opvolger van Musharraf. Eindelijk uit de schaduw.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.