Sinds de oorlog heeft het joodse leven in Berlijn nooit zo gebloeid als nu. Dat komt door de toestroom van joden uit de voormalige Sovjetunie. De integratie van die nieuwkomers is een pijnlijk proces. ’De Joodse Gemeente lijkt wel een Russische folkloreclub.’
’Het is een beetje een legende, maar er zit ook iets waars in”, zegt Eleonora Shakhnikova. „Elke samenleving heeft joden nodig, anders bloeien de kunsten en de wetenschappen niet.” Met die gedachte troost ze zich als ze denkt aan de vele joden die in Rusland achterblijven omdat ze niet meer naar Duitsland kunnen emigreren. „In Rusland stuiten ze op steeds hogere bureaucratische obstakels en in de Bondsrepubliek op een sinds kort verscherpte immigratiewet.”
Shakhnikova leidt in Berlijn de ’Integratheek’. Dat bureau maakt de vele joodse immigranten uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie wegwijs in de Duitse samenleving en in de ’Joodse Gemeente te Berlijn’. De 37-jarige lerares verhuisde zelf in 1997 van Sint-Petersburg naar Berlijn. Omdat haar diploma’s in Duitsland niet golden, moest ze naar ander werk uitzien. Dat vond ze in de Joodse Gemeente, waar ze zich met succes op het integratiewerk stortte.
Met haar Russische voorliefde voor getallen vertelt ze dat sinds de val van het communisme tussen de vijftig- en honderdvijftigduizend Russen naar Berlijn zijn gekomen, dat van hen negen- à tienduizend zich bij de Berlijnse Joodse Gemeente hebben aangemeld, dat ze per jaar vijftien- à zestienhonderd adviezen verstrekt over verblijfsvergunningen en inburgering, en voor twee- à driehonderd mensen cursussen organiseert in de Duitse taal, in computergebruik, in Hebreeuwse conversatie, in koosjer koken en wat al niet.
Daarnaast runt ze ook nog een banenbeurs, want samen met de Duitse taal is het vinden van werk het grootste probleem van de nieuwkomers. Jarenlang lag het werkloosheidspercentage ruim boven de zestig procent. Maar daar komt gaandeweg verbetering in, verzekert Shakhnikova. „Russen die wij geholpen hebben te integreren, zijn inmiddels eigen bedrijven begonnen en zoeken bij ons naar werknemers.”
Sinds de val van de Muur is het aantal leden de Joodse Gemeente te Berlijn bijna verdrievoudigd. De ’Russen’ vormen nu de overgrote meerderheid: driekwart van de ruim twaalfduizend gemeenteleden komen uit de voormalige Sovjet-Unie.
Die toeloop was een cultuurschok. De gevestigde joden kregen ineens te maken met leden die onbekende tradities uit verre landen meebrachten. Onlangs nog richtten joden uit Azerbeidzjan een Sefardisch gebedshuis op.
Maar de cultuurverschillen lagen niet alleen op het religieuze vlak. De West-Berlijnse joden keken raar op toen nieuwe leden op de herdenking van de val van Hitlers Derde Rijk trots hun onderscheidingen van het Rode Leger showden. Binnen de Gemeente zijn veteranenclubs opgericht die de sovjetmacht vereren als de enige echte overwinnaars van het fascisme. De historicus Julius Schoeps, een vooraanstaand lid, klaagde dat de Gemeente meer op een Russische folkloreclub begon te lijken dan op een religieuze gemeenschap. Hij riep medeleden tot afscheiding op en kreeg prompt 350 aanmeldingen.
Feit is dat de Joodse Gemeente te Berlijn dankzij de ’Russen’ lange tijd de snelst groeiende gemeente ter wereld was en zich inmiddels de grootste in Europa mag noemen. Ze beschikt over een budget van 25 miljoen euro, voornamelijk afkomstig van de deelstaat Berlijn. Met dat geld financiert ze scholen, bejaardentehuizen, kindercrèches, sociale instellingen en als enige in Duitsland ook een gymnasium.
De Joodse Gemeente is een zogeheten ’eenheidsgemeente’, waarin alle richtingen, van orthodox tot liberaal, zijn verenigd. Een ware ’jodenkerk’, waarin ruzies niet van de lucht zijn. De laatste jaren botsten vooral de gevestigde joden en de ’Russische’ nieuwkomers. In het democratisch gekozen bestuur vocht men elkaar soms letterlijk de tent uit.
„De democratische zeden waren nogal verwilderd”, erkent Moishe Waks, zelf jarenlang vice-voorzitter van de Gemeente. Hij heeft het over corruptie, intriges en machtsstrijd die het aanzien van de Gemeente ernstig hebben geschaad. „Dat heeft onze positie in de onderhandelingen met de regering van Berlijn niet sterker gemaakt. En dat terwijl we elkaar hard nodig hebben in de strijd tegen het antisemitisme.”
Waks klaagt dat de Berlijnse regering geen stelling nam toen de joodse voetbalclub Makkabi wedstrijd na wedstrijd met neonazistische relschoppers te maken kreeg. „En dat is nog maar de oppervlakte.” Waks, die in 1952 werd geboren in een opvangkamp voor joodse vluchtelingen uit Polen, zegt altijd met gepakte koffers te hebben geleefd. En hoewel hij die inmiddels heeft uitgepakt, wil hij zich nog altijd geen ’Duitse jood’ noemen maar een ’jood in Duitsland’.
Toch vormen de joden in Berlijn een breed gerespecteerde gemeenschap. Met instellingen als het spectaculaire Joodse Museum, het Centrum Judaicum in de Oranienburgerstrasse, het Gemeentehuis in de Fasanenstrasse en acht gebedshuizen is ze goed zichtbaar in de stad.
Hoorbaar is de joodse gemeenschap vooral via de Centrale Raad voor de Joden in Duitsland, die zijn hoofdzetel in Berlijn heeft. Woordvoerders van de Raad spelen een prominente rol in het publieke debat. Veel prominenter dan vertegenwoordigers van de Joodse Gemeente, maar dat komt door de interne verdeeldheid.
Na de bestuursverkiezingen van december jongstleden is het vechtbestuur van de Joodse Gemeente, dat door ’Russen’ werd gedomineerd, opgevolgd door een bestuur waarin de oude garde weer de boventoon voert. Met een beleid van verzoening en wederopbouw probeert het nieuwe bestuur de rust te herstellen en het rampzalige begrotingstekort van meerdere miljoenen euro weg te werken.
Veel geld is weggevloeid naar de prestigieuze restauratie van de grootste synagoge van Berlijn, die in de Rykestraat. Bezoekers van Berlijn kennen vooral de blinkend gouden koepel van de synagoge in de Oranienburgerstrasse, maar die is alleen nog maar een façade en herbergt geen gebedshuis meer. De synagoge in de Rykestraat ligt aan een binnenhof en onderscheidt zich door zijn klassieke baksteenarchitectuur nauwelijks van christelijke kerken.
Dankzij haar verscholen ligging heeft de synagoge de pogrom in de ’Kristalnacht’ van 9 november 1938 overleefd. Ze werd zelfs door de brandweer beschermd, vanwege de omliggende ’arische’ woonblokken. Tijdens de oorlog zou het leger hem als paardenstal hebben gebruikt, „maar dat is niet bewezen”, zegt Hermann Simon, de huishistoricus van de Joodse Gemeente.
Simon is een van de circa tweehonderd leden van de voormalige Joodse Gemeente in Oost-Berlijn, die na de val van de Muur met de West-Berlijnse fuseerde. Die leden waren merendeels nakomelingen van communisten die na de oorlog uit het ondergrondse verzet of uit buitenlandse ballingschap opdoken en voor het staatsburgerschap van de DDR kozen. Volgens Simon merendeels liberale joden voor wie hun juridische, wetenschappelijke of artistieke carrières belangrijker waren dan de joodse traditie en religie.
De goedgemutste Simon heeft een ontspannen kijk op de problemen van de Joodse Gemeente. Over de ’Russen’: „Vroeger werden we in de rug gesteund door tweehonderd geloofsgenoten, nu hebben we er twaalfduizend op onze nek.” Over de zware politiebewaking voor de synagoge in de Rykestraat en bij andere joodse instellingen: „Of ik geloof dat die ooit niet meer nodig zal zijn? Gelooft ú in het paradijs?”
„Die bewaking”, vervolgt hij, „weerhield de mensen hier uit de buurt er niet van om op 9 november jongstleden massaal naar de herdenking van de Kristalnacht in onze synagoge te komen. Het was de eerste keer na de renovatie. Er waren elfhonderd mensen.” Moishe Waks vertelt op zijn beurt over het onverwachte succes van de ’Lange nacht van de synagogen’, waarin alle joodse gebedshuizen voor iedereen open stonden. De integratie van de Joodse Gemeente in de Berlijnse samenleving lijkt geslaagd.
Nu nog de integratie van de ’Russen’ in de Joodse Gemeente. In haar ’Integratheek’ betoont Eleonora Shakhnikova zich optimistisch. De sobere cursusruimten met hun goedkope fineermeubels en kitscherige versierselen doen heel Russisch aan, evenals de eenzame, oude computer en Eleonora’s zware, donkere make-up. Geen wonder dat de ’Russen’ zich hier inmiddels thuis voelen.
„We zijn ons werkterrein zelfs al aan het verleggen”, zegt ze. „We worden steeds meer een interculturele instelling. Er komen de laatste tijd bijvoorbeeld veel joden uit Zuid-Amerika. Die geven hier tangolessen. En er zijn ook veel jonge IsraĆ«lische kunstenaars en intellectuelen die naar Berlijn verhuizen. Vooral omdat ze niet in het nationale leger willen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.