*

 

Alles is relatief

Robert Buijs − 10/03/08, 00:00

Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun persoonlijke motto, leefregel, of ultiem inspirerende zin.

’Het geeft volgens mij troost om het leven te relativeren. Wat nu zo is, kan morgen weer anders zijn. Je hoeft iets niet zonder meer aan te nemen: een verhaal heeft ook altijd een andere kant.

Het motto heb ik onthouden van mijn schooltijd bij de paters-jezuïeten in Groningen. Ik was toen een katholieke jongen van een jaar of vijftien. Tijdens de godsdienstles vroeg ik eens aan mijn leraar hoe Maria een kind kon krijgen, terwijl ze maagd was. ’Alles is relatief’, zei mijn leraar daarop.

Ik voelde mij bij die reactie in een hoek gezet, maar toch ook opgelucht. Want zelfs hij, een pater, kon geen antwoord geven en bleek wel eens aan zijn geloof te twijfelen. Dat heeft er wellicht toe bijgedragen dat ik later ook van mijn geloof gevallen ben. Het gaf mij in ieder geval een besef dat veel in het leven betrekkelijk is.

Ik realiseerde mij dat weer toen ik een tijd geleden een gedicht schreef over mijn moeder. Ik reed haar eens in haar rolstoel door het park. Toen we een moeder met kinderwagen passeerden, moest ik aan m’n motto denken. Eens liep mijn moeder achter mijn kinderwagen, en nu duwde ik haar voort. Het laat zien dat het leven voortdurend verandert.

Relativeren kan volgens mij een goed wapen zijn tegen wat je overkomt in het leven. Tot nu toe heb ik nog weinig ellende of diepe crises ondervonden, ik ben in dat opzicht een zondagskind. Maar als ik om mij heen zie wat er allemaal in de wereld gebeurt, en wat mensen in mijn omgeving soms meemaken aan ziekten of ongeluk, dan denk ik dat een besef van betrekkelijkheid kan helpen om met zulke gebeurtenissen om te gaan: morgen kan een situatie er weer helemaal anders uitzien. Die levenshouding wil ik ook in mijn gedichten uitdragen, het is misschien zelfs de reden geweest om de pen te grijpen en te gaan schrijven, eerst cabaret en later gedichten.

Ik heb er een hekel aan als iets als een absolute waarheid wordt gepresenteerd. Die bestaat niet, want je kunt alles van meerdere kanten bekijken. Het kan best zijn dat ik daarom aan de pater de vraag over Maria gesteld heb, om hem een beetje te plagen. Wellicht zag hij zijn antwoord ook als een spel.

M’n motto zegt waarschijnlijk meer over mijzelf dan ik zou verwachten. Het past bij mijn Groningse achtergrond. Groningers zijn geneigd te zeggen dat het beter kan als het goed gaat, of dat het altijd slechter kon. Tegelijk ben ik, met een moeder uit Brabant, ook een bourgondiĆ«r. Ik doe altijd mijn best om de leuke dingen uit een bepaalde gebeurtenis te halen. Het voorkomt dat je gaat verzuren, iets wat ik wel eens zag bij collega’s in mijn tijd dat ik nog leraar was. Het is leerzaam om ook te proberen op een andere manier naar jezelf te kijken.

Toch kan die houding ook tegen je werken, omdat er kans is dat mensen je niet meer serieus nemen. Dat moet je voorkomen. Voorlopig kabbel ik gewoon rustig door.”

Driek van Wissen (1943) is sinds drie jaar dichter des vaderlands. In oktober verschijnt van hem ’Wat een land!’, een inburgeringscursus op rijm voor kinderen.

mailIcon print |