Vijftien Noord-Koreanen werden vorige week in het openbaar geëxecuteerd omdat ze het land uit wilden vluchten of anderen daarbij hadden geholpen, zo hebben hulporganisaties bekend gemaakt. Blijkbaar heeft dat bezoek van the New York Philharmonic Orchestra aan de hoofdstad Pyongyang toch niet geholpen, dacht ik onmiddellijk. Dat bezoek moest helpen het isolement van Noord-Korea te doorbreken, zodat het regime daar wat minder kernbommen en raketten zou maken en wat meer aandacht zou hebben voor de rechten van de Koreaanse mens. Maar misschien waren ze wel van plan dertig mensen dood te schieten en heeft dat orkest ervoor gezorgd dat het er maar vijftien werden. Dat is dan toch een mooi succes, nietwaar? Vreemd eigenlijk dat je naar het ene deugnietenland géén mensen moet sturen om de bevolking te helpen en naar het andere juist wel. Of zouden die cabaretiers, die niet willen dat onze sporters naar China gaan, het wel goed vinden dat bijvoorbeeld het Amsterdamse Royal Concertgebouw Orchestra een mooie uitvoering in Peking zou verzorgen? Misschien verbroedert muziek veel meer dan sport.
Even goed een raar gedoe met Noord-Korea. De bevolking van dat land wordt voor een groot deel in leven gehouden door voedselhulp van de VN en westerse hulporganisaties, zodat het regime daar geen omzien naar heeft en zich kan toeleggen op het maken van bommen en zo. En het regime zorgt er voor dat het zelf niets tekort komt. Het lijkt wel een monsterverbond onder het motto: als jullie de mensen blijven voeden, kunnen wij ze blijven onderdrukken. En afmaken wanneer we willen. En dat kunnen we lang volhouden. Dictator Kim Jong-il en de zijnen lachen zich dagelijks tranen.
Johan ten Hove lezer te Sint Jansklooster
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.