In de reportage over de vernielde kerk in Eldoret (Kenia) wordt opnieuw de onjuiste vergelijking getrokken tussen wat onlangs in Kenia gebeurde en de genocide in Rwanda in 1994. „Terwijl in Rwanda soms priesters meehielpen met moorden, kwam in Kiambaa de pastor op voor zijn mensen”, schrijft verslaggever Roman Baatenburg de Jong. Hij stelt dat dat verschil onderbelicht is gebleven.
Trouw geeft daarmee de mythe weer die door het Rwandese regime van na de genocide in het leven is geroepen, en nog steeds in stand wordt gehouden: tijdens de genocide leverden de priesters hun parochianen uit aan de slachters. Ik kan verhalen vertellen van predikanten in Rwanda die voor hun gemeenteleden hebben ingestaan, en dat met hun leven hebben moeten bekopen. En verhalen van anderen, uit verschillende geloofsgroeperingen, die met gevaar voor eigen leven mensen hebben beschermd. Drie katholieke bisschoppen die de zijde kozen van de slachtoffers van de genocide, zijn in het vluchtelingenkamp door de bestrijders van de genocide vermoord.
Helaas kan ik ook vertellen vertellen van nog anderen, uit de Pinksterkerken en andere geloofsgroeperingen, die de mensen die hun waren toevertrouwd in de steek hebben gelaten.
Het verhaal van Rwanda is het verhaal van geweld, van intrige, van sterke mensen en zwakke mensen. Van slachtoffers en beulen. Geestelijken, protestanten en katholieken, waren in al die geledingen te vinden. Velen waren onder de slachtoffers.
De vergelijking van het optreden van een Pinksterpredikant in Eldoret tijdens één zondag met drie maanden genocide in Rwanda betekent daarom nog niet dat ’een verschil onderbelicht is gebleven’ tussen beide drama’s.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.