Een vrouw staat met twee kinderen voor de poort van een groot Frans huis. Waarom, wie is ze? Vanaf dit raadselachtige begin weet Julia Leigh een subtiel en spannend verhaal op te bouwen.
Julia Leigh: Uitgesteld afscheid. Uit het Engels vertaald door Paul van der Lecq. Cossee, Amsterdam. ISBN 9789059362017, 121 blz. euro 16,90.
Een vrouw, een jongen en een meisje staan voor een poort, midden in een kaal, nat landschap. De vrouw zoekt en vindt een bewakingssysteem, en drukt haar hand tegen de scanner. Er gebeurt niets. Dan loopt ze met de kinderen langs een hoge muur, totdat ze een deur ontdekt. Ze duwt er tegenaan, maar pas als het jongetje er een paar keer als een volleerde kungfu-vechter met zijn voeten tegenaan is gesprongen, geeft de deur mee. De vrouw en de kinderen lopen, ieder een koffer in hun hand, een grote tuin binnen.
Zo begint ’Uitgesteld afscheid’, het tweede boek van de jonge Australische schrijfster Julia Leigh – dit begin laat alles open, er valt nog van alles te raden. Misschien zijn de drie mensen hoofdrolspelers in een sciencefictionroman, of staan ze op het punt een geheime tuin te ontdekken. De vrouw en de kinderen zouden ook vluchtelingen kunnen zijn, op zoek naar een schuilplaats. Want de rechterarm van de vrouw zit in het gips, mooi verpakt in een zijden mitella weliswaar, maar toch: ze is gewond.
Het derde hoofdstuk lijkt de oplossing van het raadsel te geven. De vrouw is inderdaad met haar kinderen op de vlucht. Niet voor soldaten, maar voor haar man, die in Australiƫ is achtergebleven. De tuin, en het immens grote huis dat er bij hoort, staan in Frankrijk. Ze zijn van de moeder van de vrouw, die daar woont met haar zoon, haar schoondochter en haar personeel.
Heel langzaam, steen voor steen, bouwt Leigh vervolgens het verhaal op. De vrouw laat haar kinderen kennis maken met haar familie; de kinderen gaan op onderzoek uit; de vrouw haalt de banden met haar moeder en broer aan en regelt verblijfsvergunningen en een school. Maar net als je denkt dat je weet waar deze geschiedenis naartoe gaat, breekt Leigh haar net zo langzaam weer af. Hoe het precies met de man van de vrouw zit, blijft in het midden, en waarom het jongetje probeert weg te lopen, wordt ook niet duidelijk. Er gebeurt van alles, zonder dat je meteen begrijpt waarom.
Die raadsels wekken in eerste instantie irritatie op – het boek lijkt uit evenwicht. Maar dat is schijn. Leigh houdt het verhaal in balans door de ongrijpbare gevoelens van de vrouw en haar familieleden in te bedden in een solide omgeving. Ze mengt, om een uitdrukking van Virginia Woolf te gebruiken, graniet met regenboog. Het landschap maakt ze herkenbaar en de wereldvreemde familieleden omringt ze met mensen die met hun beide benen stevig op de Franse bodem staan.
Ook in Leighs verteltrant is die balans te vinden. In kleine, bijna vage schetsen tekent ze haar onzekere hoofdpersoon zoals die met volle aandacht voor de breekbaarheid van een porseleinen kopje thee schenkt, of hoe ze naar haar wijnglas reikt, ’alsof er een berg tussen haar en het glas stond die alleen met de grootst mogelijke moeite overwonnen kon worden’. En die dromerige, trage bewegingen wisselt Leigh af met abrupte en provocatieve kleuteruitspraken van het dochtertje en de alledaagse conversaties tussen de huishoudster en haar hulpjes. Daardoor worden de introspectieve gedachtespinsels van de vrouw nergens te veel. Integendeel: als haar aandacht voor details – de smaak van een cakeje, de ronding van een stoelleuning – botst met meer laconieke mededelingen over de dagelijkse gang van zaken in het huis voel je pas hoe ontheemd de vrouw zich voelt. Dat werkt ontroerend, of je wilt of niet.
Aan het eind van het verhaal herwint ook de vrouw zelf haar evenwicht. En de bewondering wint het van de irritatie: ’Uitgesteld afscheid’ is een wonderschone, spannende novelle, en Julia Leigh een fantastische stiliste. Monica Soeting
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.