Door justitie is Joran van der Sloot niet veroordeeld, door het publiek afgelopen week wel. Velen, zelfs zijn eigen advocaat, spraken van een psychologische stoornis. In zijn eigen autobiografie lichtte Joran een tipje van de sluier op. Maar of dat klopt, weet ook niemand.
Zijn mooiste jeugdherinnering aan Nederland bewaart hij aan de dag waarop hij tijdens een vakantie, als zesjarige jongen, met zijn opa Park Sonsbeek in Arnhem bezocht.
Joran van der Sloot (20) heeft Nederland nooit prettig gevonden. Hij mist er de warmte die Aruba kenmerkt en dit niet alleen in letterlijke betekenis. Nederlanders, vindt hij, missen spontaniteit en zijn zelden aardig.
Arubanen zijn open, vrolijk en bovenal ontspannen. De cultuur van Aruba behelst een levensritme, waarin de voornaamste schaakspeler rond de verdwijning van Natalee Holloway in mei 2005 op datzelfde eiland, zich altijd meer heeft thuisgevoeld, zegt hij in het boek dat vorig jaar over de affaire verscheen.
De ontboezemingen van Van der Sloot over de Amerikaanse scholiere Holloway, zondag voor de verborgen camera’s van Peter R. de Vries, hebben deze week veel teweeg gebracht. Legde hij een bekentenis af over de dood en de verdwijning van het meisje, óf waren het zijn nieuwste hersenspinsels, leugens, is na de uitzending de kernvraag.
In de publieke discussie over hem staan zijn persoonlijkheidsstructuur en gedragingen centraal. Op internetsites wordt hij afgeschilderd als een monster, voor wie vrouwen een wegwerpartikel zijn.
Hij wordt verketterd, niet in het minst vanwege zijn amorele, anti-sociale houding, door ’gewoon’ te vertellen dat hij de bewuste meinacht een vriend vroeg het lichaam van Holloway in de oceaan te gooien.
Het ontbreken van compassie met het slachtoffer wordt hem even zwaar aangerekend. De enige zweem van bewondering die hij, zelfs van zijn grootste opponenten, krijgt, is die voor de wijze waarop hij nu bijna drie jaar de druk van politie, justitie en publieke opinie weerstaat.
Met als kenmerk dat hij, tot dusver, voornamelijk zwijgt in de verhoorkamers van politie, en voor het front van de media juist het tegengestelde nastreeft.
Het bijzondere in de zaak van Joran van der Sloot is dat hij, verdacht van moord op Natalee Holloway, niet binnen maar buiten de rechtszaal terecht staat. Dit proces is nog aanzienlijk versterkt door de reacties van leken én deskundigen op het werk van Peter R. de Vries en de burgerinformant Patrick van der Eem.
De raadsman van Van der Sloot, Bert de Rooij, voedde daags na de tv-uitzending van De Vries de stroom aan oordelen over zijn cliënt. Dat deed hij door hem in ’Nova’ als ’serieleugenaar’ neer te zetten.
Los hiervan was het verbazingwekkend dat De Rooij liet weten dat Van der Sloot bereid is om met de politie te praten. Àls hij dat doet, spot hij met de juist door hemzelf beoogde vrijheid. De Arubaanse rechter vindt immers dat alleen ondersteunend bewijs ertoe kan leiden dat Van der Sloot voor een derde keer kan worden opgepakt. Zijn relaas voor de verborgen camera is hiervoor onvoldoende.
De Rooij was niet de enige die met zijn uitspraken opzien baarde. Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie aan de Universiteit Maastricht, meende in Van der Sloot iemand te ontwaren met ’trekken van psychopathie’.
Dit terwijl een Amerikaanse psychiater met stelligheid beweerde dat de verdachte met twee van zijn vrienden Holloway eerst verkrachtte, daarna vermoordde en vervolgens in zee dumpte.
April vorig jaar verscheen van de hand van journaliste Zvezdana Vukojevic het boek ’De zaak Natalee Holloway’, waarin Van der Sloot zijn levensverhaal vertelt. Het is om meerdere redenen een opmerkelijk boek. In de eerste plaats kan worden vastgesteld dat de poging van Van der Sloot om met de verschijning van het boek persoonlijk een streep te zetten onder de zaak Holloway volledig is mislukt.
Dit laatste werd al duidelijk met zijn hernieuwde aanhouding, november vorig jaar, waarna zijn vertellingen voor de verborgen camera van De Vries de rest deed.
Meest bijzonder aan het ’eigen verhaal’ van Van der Sloot, zoals op de boekcover aangegeven, is toch dat achter iedere zin de vraag rijst of hij ook waarheid bevat. Dit vooral in het licht van de beweringen van Van der Sloot die hij deed in de periode na de boekpresentatie.
Veelzeggend is dat hij zijn voorwoord in ’De zaak Natalee Holloway’ begint met: ’Ik zie dit boek als mijn kans om open en eerlijk te zijn over alles wat er is gebeurd (...)’. Zijn laatste regel van het boek luidt: ’Ondanks alles zal Aruba’s goede naam en reputatie niet zijn aangetast, daar ben ik zeker van’.
In de bijna 350 pagina’s die daar tussen liggen, zegt Van der Sloot vooral veel tussen de regels door. Zo laat hij Vukojevic uit zijn mond de volgende passage over zijn ouders optekenen: ’Maar ze konden mij niet 24 uur per dag in de gaten houden, want vanaf mijn vijftiende trok ik in het appartement bij ons huis. Het had een eigen douche, toilet en keuken. Ik was erg blij dat mijn ouders mij mijn privacy gunden. Om eerlijk te zijn had ik dat best nodig, omdat ik vrij vroeg met puberen begon’.
Over zijn omgang met meisjes schrijft hij: ’Een meisje is voor mij heilig, net als mijn moeder en mijn vriendin. En als iemand ze iets aan zou doen dan weet ik niet wat ik zou doen’.
Drie zinnen verderop zegt hij: ’Ik heb meegemaakt dat ik echt van een meisje hield en toch vreemdging. Mijn vrienden zeiden: ’Dan hield je niet van haar’. Maar dat deed ik wel. Voor mij betekende zij toch heel veel’.
Over zichzelf: ’Omdat ik nu zogenaamd een public figure ben mogen mensen zeggen over mij wat ze willen, dus een privéleven heb ik niet meer’.
Uitvoerig beschrijft hij iets verderop hoezeer hij van gokken, en dan met name het pokerspel, houdt. Maar ook: ’Mijn ouders vonden dat ik niet goed met geld kon omgaan. Daar was ik het niet mee eens. Misschien spendeerde ik te veel geld tijdens het uitgaan, maar welke tiener doet dat niet’?
Omdat hij geld van zijn ouders had gestolen en hierover had gelogen, werd Joran van der Sloot begin 2005 naar een psychiater gestuurd. Op 14 juni dat jaar zou hij daar met zijn ouders een laatste gesprek hebben.
Maar zijn vader en moeder zaten alleen met de psychiater rond de tafel. Zelf was Joran vijf dagen eerder aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de verdwijning van Holloway, op 30 mei dat jaar. De psychiater vertelde de ouders dat Joran vooruit was gegaan, maar dat hij een ’duidelijke structuur’ nodig had.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.