Speciaal bij de begrafenis botsen moderne parochianen met hun conservatieve pastor. Die wil wel een mis celebreren, maar hij wil geen verhaal vertellen over de overledene.
Küthe Dohmen-Grohswardt uit Brunssum is vorig jaar met een katholieke uitvaart begraven, ze werd 87 jaar. Maar haar man heeft na haar begrafenis met de kerk gebroken, verbitterd en geschokt door het optreden van de pastoor rond die dagen van afscheid en rouw. Zo moest, volgens de pastoor, het collectegeld ten goede komen aan de kerk voor het noemen van de naam van de overledene tijdens de mis. Haar zieleheil zou anders niet gegarandeerd zijn. Ook zei de pastoor in het bijzijn van hun vader tegen twee van de volwassen kinderen dat die niet te communie mochten gaan wegens scheiding en boeddhistische overtuiging. Verder mocht de preek niet over de overledene gaan, omdat niet de overledene maar Christus centraal stond, volgens het kerkelijke protocol. Verontwaardigd over deze in zijn ogen formele en rigide opstelling schreef zoon René Dohmen twee brieven aan de pastoor. Teleurgesteld over het antwoord op de eerste en het uitblijven van antwoord op de tweede brief legde hij de zaak voor aan het bisdom Roermond. Namens bisschop Wiertz nodigde vicaris-generaal Schnackers René Dohmen na enig heen en weer geschrijf uit voor een gesprek, omdat een eindeloze briefwisseling volgens hem geen zin had. Van een afspraak is het niet gekomen.
Het gaat René Dohmen er niet zozeer om, een excuus te horen, vertelt hij nu, een jaar na het overlijden van zijn moeder. Hij wil dat het bisdom structurele maatregelen neemt om te voorkomen „dat er nog meer schade en leed wordt berokkend”. Het lukte hem niet om de kwestie hogerop aan de orde te stellen. De bisschoppenconferentie en zelfs de nuntius zijn niet verantwoordelijk voor het pastorale optredens van priesters. Dat is de bisschop. En die beschouwt de zaak als afgedaan.
Dat een gesprek over een katholieke uitvaart uitmondt in een botsing tussen de pastoor en de rouwende familie, is allang geen incident meer, zegt de Nijmeegse kerkhistoricus Peter Nissen. Hij staat bekend als loyaal, kritisch en onafhankelijk katholiek, vandaar wellicht dat gelovigen die ernstig teleurgesteld zijn in het pastoraat, wel eens bij hem aankloppen om hun verhaal te doen. De ervaring van de familie Dohmen uit Brunssum blijkt geen incident, maar tekenend voor de pastorale brokken die vaker gemaakt worden. Als klachten over die brokken bij bisschop Wiertz terecht komen, reageert die meestal met een uitnodiging voor een gesprek, zegt Peter Nissen. „Zo denkt hij de zaak te sussen.”
Nissen heeft thuis enkele dossiers liggen, opgestuurd door katholieke families die net als de familie Dohmen pijnlijk getroffen zijn in het contact met een pastoor.
Dagblad De Limburger verzamelde ervaringen van Limburgse katholieken, positieve en negatieve. In een bijlage van zeven pagina’s staan verhalen over de uitvaart van pasgeboren kinderen die niet in gewijde aarde begraven mochten worden, over nabestaanden die een kwartier voor de uitvaart te horen kregen dat ze niet te communie mochten. De ervaringen gaan tot vijftig jaar terug, maar er staan ook recente gebeurtenissen bij.
Zoon René Dohmen (52): „De kerk was voor mijn ouders allebei belangrijk, maar mijn vader stond al langer argwanend tegenover sommige geestelijken. Mijn moeder niet, die bleef vol ontzag voor het gezag van de kerk.” Wat dat betreft past de familie Dohmen in het profiel van Limburgse katholieken zoals de antropologe Kim Knibbe dat schetst in haar dissertatie Faith in the Familiar, die vorig jaar uitkwam. Zij deed veldwerkonderzoek in een Limburgse parochie. ,,Het gaat hier om de vertrouwdheid van het geloof. De pastoor, die meestal van elders komt, wordt gezien als een buitenstaander die de familie tegemoet moet komen in hun eigen dorpskerk. Dat is vooral sterk bij uitvaarten, want daarbij is geen tijd om een andere pastor te zoeken, wat bij doop of huwelijk wel gebeurt.”
Toen moeder Küthe overleden was, kreeg de familie Dohmen voor de uitvaart pastoor Ceriani toegewezen, een jonge dertiger uit Argentinië. Om het tekort aan priesters en religieuzen aan te vullen heeft bisschop Wiertz van Roermond in 2004 Argentijnse zusters naar Limburg gehaald en met hen zijn drie priesters meegekomen. De zusters en de priesters zijn recht in de leer. Kerkhistoricus Peter Nissen: „Het zijn meestal geen bevrijdingstheologen die naar Nederland gehaald worden, maar priesters van de Movimenti, nieuwe religieuze bewegingen die vrij orthodox zijn.” Het onbegrip tijdens de voorbereiding van de uitvaart is niet zozeer toe te schrijven aan een cultuurclash, maar aan de polarisatie: net als in Nederland zijn er ook in Latijns-Amerika spanningen tussen vooruitstrevende en traditionele richtingen.
Het gesprek met de pastoor verliep anders dan de familie verwacht had. „We hadden ons voorgesteld dat hij naar onze moeder zou vragen, zodat hij tijdens de preek over haar kon vertellen. Hij kende haar niet, en kende mijn vader ook niet”, aldus René Dohmen. „Hij zei meteen dat de preek conform het kerkprotocol slechts acht minuten zou duren, voegde daar aan toe dat ’de preek niet bedoeld is om een biografisch verslag van het leven van uw moeder te geven’ en dat alleen voorgeschreven gebeden toegestaan waren. Ik vond dat hautain en kwetsend. Mijn zus zei dat ze gescheiden was en zijn reactie was toen meteen dat ze niet te communie mocht. Toen ik zei dat voor mij het boeddhisme belangrijk is, kregen we te horen dat ik ook niet te communie mocht. Ceriani heeft niet één keer gevraagd wie mijn moeder geweest is. Dat alles in het bijzijn van mijn bedroefde vader. Zo kwetsend. Pastoor Ceriani had niet de geringste aandacht voor zijn verdriet.”
Door de ziekte van zijn vrouw had vader Dohmen veertig zware jaren gekend. In de jaren zestig had Küthe last gekregen van een ernstige dwangneurose. Al die jaren zorgde haar man voor haar, naast zijn werk bij de mijnen. Regelmatig moest ze worden opgenomen. De laatste vijf jaar bracht ze door in een instelling.
In deze jarenlange noodsituatie zou een bemoedigend woord van de pastoor wel op zijn plaats zijn geweest, temeer daar de kerk op nog geen honderd meter ligt van het ouderlijk huis. Eenmaal vroeg zoon René de toenmalige pastoor om eens bij zijn ouders langs te gaan. „Eén enkele keer maar is de pastoor vervolgens geweest, een kwartiertje. Daarna nooit meer, terwijl mijn vader wel elke week naar de kerk ging.”
Kerkhistoricus Peter Nissen: „Pastoraat, zielzorg voor gelovigen, is geen prioriteit meer voor de rk kerk. Alle bisschoppen hebben zich uitgesproken voor een sacramentele kerk, waarbij priesters belangrijk zijn. Dat gaat me aan het hart, ja. Als je bedenkt dat in de jaren vijftig geroepen werd dat de leek belangrijk was en dat er aandacht moest zijn voor pastoraat, dan lijkt het of we nu terug zijn tot voor die tijd. Het steekwoord bij het Tweede Vaticaans concilie was dienstbaarheid. Nu is het meer een kwestie van heersen.”
Na de mededelingen dat René en zijn zus niet te communie mochten, ging het gesteggel over de tweede collecte: als die niet naar de kerk zou gaan, die de naam van moeder zou noemen tijdens een aantal missen, kon de kerk niet haar zieleheil garanderen, zei pastoor Ceriani. René Dohmen: „Dat is pure chantage. De kerk verrijkt zich door mensen bang te maken en vervolgens te laten betalen voor angstvermindering. Ik noem dat machtsmisbruik.” Wat een pastoraal gesprek had moeten worden ter troost en bemoediging, ontspoorde zo in een mum van tijd in een grimmige schermutseling.
Zijn gelovigen te veeleisend, stellen ze zich op als consumenten die kunnen eisen? Dat is een te gemakkelijke verklaring, vindt antropologe Kim Knibbe. Een van haar thema’s van haar onderzoek naar het katholieke leven in Limburg is het ritueel rond een begrafenis. In dit ’emotionele mijnenveld’, in Knibbe’s woorden, ontploft er wel eens wat. Soms is dat omdat familieleden die nooit meer naar de kerk gaan, aan de pastoor een lijst van eisen en dringende wensen voorleggen. Maar in Limburg is ook iets anders aan de hand, volgens Knibbe. „De gehechtheid aan de katholieke traditie, aan vertrouwdheid, is groter dan het ontzag voor de kerkelijke hiërarchie. Het ingewikkelde is dat Limburgse families hechten aan de katholieke traditie, maar dat hun invulling van die traditie soms modern is. Dat zit iets tegenstrijdigs in, ja.”
Dat moderne is bijvoorbeeld dat de preek tijdens de uitvaartdienst ten dele een beschrijving moet zijn van de overledene. Vroeger gebeurde dat niet, het is een nieuwigheid. Maar wel een nieuwigheid die breed gedeeld wordt, die geldt als normaal en die een therapeutische betekenis heeft gekregen. De familieleden voelen troost als ze in een uitvaart kunnen uitdrukken hoeveel ze gaven om de overledene. Het is een vorm van pastoraat binnen de kerk, zou je kunnen zeggen. Maar van die vorm van pastoraat is een orthodoxe priester niet gediend, of die nu uit Nederland of uit Argentinië komt.
In de correspondentie tussen het bisdom Roermond en de familie Dohmen verdedigt bisschop Wiertz zich door een beroep te doen op de buitenlandse afkomst van pastoor Ceriani. Dat voedt de bezorgdheid van René Dohmen dat het bisdom geen oog heeft voor de in zijn ogen ernstige pastorale tekortkomingen van sommige priesters. Hij zoekt daarom de publiciteit. „Mijn vader is diep gekwetst en verontrust door de rigide, onbetrokken opstelling van pastoor Ceriani en de bisschop. Ik merk niet dat de bisschop er iets aan doet om priesters als pastoor Ceriani zo op te leiden of aan te sturen dat ze meer rekening houden met het verdriet van een familie. Er moet niet nog meer schade en leed komen. Ik wil dat het bisdom beleidsmatig iets doet om priesters te corrigeren die zo kwetsend zijn.”
Namens bisschop Wiertz laat woordvoerder Stan Hoen weten dat „iedere priester die bij ons is opgeleid op de hoogte is van de pastorale uitgangspunten”. Dat bijvoorbeeld de familie Dohmen ernstige pastorale brokken gemaakt zijn, is volgens de woordvoerder ’subjectief’. Ontevredenheid over het uitblijven van huisbezoek ondanks de situatie van moeder en vader Dohmen, is een ’zaak van de pastoor’. Ziekenpastoraat is een taak die iedere parochie zelf moet regelen.
Vader Dohmen is nu zo gekrenkt door de opstelling van de kerk, dat hij de band ermee volledig verbroken heeft, een zware stap voor een 85-jarige man die zeer gehecht was aan zijn kerk. Hij wil zelfs de gezinsbijdrage van 22,69 euro terug. Een kerkelijke uitvaart hoeft voor hem niet meer.
Zoon René: „Gelukkig heeft hij met een pastoraal werker goede gesprekken kunnen voeren over het verdriet over mijn moeder en de noodsituatie die er veertig jaar geweest is. Die gesprekken voert hij op de dagopvang waar hij tegenwoordig twee keer per week heengaat. Aan de kerk heeft hij niets gehad, integendeel, die heeft zijn leed alleen maar vergroot.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.