– Zeg*
– Hmm?
– Die pan, in de keuken, met dat vlees*
– Ja?
– Waar is dat voor?
– Dat zijn biefstukken. Voor ons, om te eten.
– Maar ze drijven in water, in plastic.
– Klopt.
– Experiment?
– Ik ben moleculair aan het koken.
– Moleculair koken. Wat is dat? Héle kleine porties?
– Ha, ha. Nee, dat is een manier van voedsel bereiden die gebaseerd is op het gedrag van de moleculen.
– Ja, ja. Water kookt bij 100 graden, en zo.
– Ja precies, maar de aardappel, waneer kookt díe? Móet je die wel koken?
– Tja, rauw is er niet veel aan.
– Ja nee, precies, maar rauw, wat is dat eigenlijk?
– Eh* tja. Het tegenovergestelde van gaar?
– Oké, maar waneer is iets ‘gaar’?
– Tja. Ik kijk altijd op het pak.
– Dat gaat dus allemaal veranderen. Wist jij dat je een ei bijvoorbeeld het beste op 62 graden kunt koken?
– Wat dan dus geen koken meer is.
– Precies. Of biefstuk. Biefstuk bestaat voor het belangrijkste deel uit spiereiwit en dat wordt het beste gaar bij 50 graden. Maak je hem heter, dan wordt ie taai.
– Dus eigenlijk moet je hem stoven.
– Ja. Lauw stoven.
– Lekker. Dan heb je heel duur draadjesvlees.
– Ja nee, eerst maak je hem langzaam gaar op 50 graden, vacuüm verpakt, in water, en vervolgens schroei je hem nog even dicht in de pan, voor de Maillard-reactie.
– De wat?
– Dat is een niet-enzymatische reactie tussen reducerende suikers en aminozuren, ook wel de Maillard-reactie. Het bruine korstje, populair gezegd.
– Dus in plaats van een staafmixer had ik jou misschien beter een erlenmyer en een bunsenbrander voor moederdag kunnen geven.
– Nee hoor, de blender kan ook heel nuttig zijn bij het moleculaire koken, maar volgend jaar zou ik wel een röner willen. Da’s een soort au bain-marie met een thermostaat, zodat je dingen op een heel exacte temperatuur kunt houden.
– Ik zal het onthouden.
– Of een kidde.
– Een kidde?
– Zo’n sifon met een stikstofpatroon, weet je wel, waar je slagroom mee maakt.
– Ah, slagroom, dat ken ik.
– Ja, maar je gebruikt hem dus om allerlei schuimen te maken, espuma’s. Van geitebal, of mosselen, ik noem maar iets.
– Dus die stop je in die sifon*
– Ja nee, gepuréérd. En je moet zorgen dat het mengsel héél fijn is, anders ontploft ie. Dat had Martine laatst. Zat de hele keuken onder de verse pens.
– Goh.
– Het is een totáál andere benadering van het culinaire proces.
– Ik merk het. Zeg, die biefstukken, zal ik die dan even afbakken zo meteen?
– Nee, die zijn voor zaterdag.
– Zaterdag? Dat is over drie dagen!
– Ja, dan zijn ze gaar.
– Wel een kwestie van plannen, dat moleculaire koken. Wat zullen we dan vanavond doen voor het eten?
– Ik dacht ik laat een pizzaatje komen.
– En dan?
– Gewoon, opeten?
– O, gelukkig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.