Sinds de Oost-Europese grenzen open zijn, komen Polen in groten getale naar Nederland. Zullen deze vrome katholieken de Nederlandse kerk veranderen of zoeken ze het isolement? „Hollanders hebben hun eigen regels, wij gehoorzamen de paus.”
Het is al diep in januari, maar de kerststal en de kerstboom in de Poolse parochie OLV Sterre der Zee staan nog fier overeind. „Bij ons is kerst pas afgelopen op twee februari, met Maria lichtmis”, legt pastoor Slawomir Trypuc uit tijdens een rondleiding door de kerk. „Tot die tijd blijven we ook gewoon kerstliederen zingen.”
Het is niet het enige verschil met een Nederlandse parochie. Wie op zondag naar de Poolse mis in Rotterdam gaat, ziet een uitpuilende kerk. Daar waar een doorsnee stadsparochie dunbevolkt en vergrijsd is, zijn in de Sterre der Zee, ooit een zieltogende Nederlandse kerk, alle plaatsen bezet. Zelfs in de hal staan kerkgangers. „De gemiddelde leeftijd van onze gelovigen is zo’n 35 jaar”, zegt pastoor Trypuc (49) tevreden. „Je ziet bij ons ook heel veel kinderen. Op zaterdag doen 96 kinderen mee aan catechese en lessen Poolse taal. Het geloof zit ons Polen in het bloed.”
Maar zo vol als de kerk, zo gering is het aantal gelovigen dat ter communie gaat. En zij die de gang naar voren wél maken ontvangen de hostie geknield op de tong, iets wat al sinds het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) niet meer verplicht is. „Polen hechten aan traditie en eerbied”, legt Trypuc uit. „Trouwens, Nederlanders gingen vroeger ook zeer spaarzaam ter communie, maar sinds het biechten in onbruik is geraakt, gaat iedereen. Geen biecht, geen zonde.”
Hij denkt dat gemengd gehuwde Polen wel eens een Nederlandse kerk van binnen zien, maar voor de rest zal er, naar zijn inschatting, van integratie weinig sprake zijn. „Je hebt natuurlijk ten eerste het taalprobleem, maar veel belangrijker zijn de verschillen in kerkelijk gebruik. De Nederlanders vinden ons conservatief. Wij zeggen: we zijn consequent. Laten we eens kijken naar de sacramenten. Er zijn er zeven die allemaal even belangrijk zijn. Maar de biecht bestaat bijna niet meer in Nederland. Moet je bij ons eens kijken. Met Pasen moet ik de hulp van andere Poolse priesters, tot in Duitsland toe, inroepen om het grote aantal biechtelingen te verwerken. Ook wordt in lang niet elke Nederlandse parochie op zondag de eucharistie gevierd. Dat is bij ons onbestaanbaar. Een Pool wíl elke zondag een eucharistieviering. Woord- en communiediensten kennen wij niet.”
Zullen de naar schatting 100000 Polen in Nederland de Nederlandse kerk veranderen? Aarzelend: „Op kleine schaal misschien. Nederlanders kunnen door een huwelijk met een Pool hun eigen geloof verversen. Die invloed zou ook in de parochie kunnen doorsijpelen. Er zou meer aandacht kunnen komen voor gebed, regelmatige kerkgang, huwelijksvoorbereiding, enzovoort. Begrijp me goed: ik zeg niet dat de Nederlandse kerk slecht is, alleen ze is anders in gewoonte en sfeer.”
Irena Verbrugh-Bykowska, geboren in het Poolse Olstynek, vindt Nederlandse missen te modern. „Ik woonde in Hellevoetsluis en tijdens de kerstnachtmis kwamen vrouwen langs met de communie. Dat zijn wij Polen niet gewend. De hostie weigeren was bijna onmogelijk. Alsof het een snoepje is.”
Zelf gaat ze bijna elke zondag naar de Sterre der Zee, maar nooit ter communie. „Ik ben twintig jaar geleden na een echtscheiding voor de tweede keer gehuwd. Volgens het kerkelijk recht ben je dan uitgesloten van de communie. Nederlandse katholieken zullen me misschien uitlachen, maar ik houd me aan de regels. Hollanders hebben hun eigen recht, wij gehoorzamen de paus.”
Dat ze niet kan deelnemen aan de eucharistie is pijnlijk, beaamt ze, maar het is nu eenmaal de consequentie van haar handelen. „Ik houd van mijn man, maar mijn ziel is niet schoon. Dat is mijn persoonlijke opvatting. Ik ben ouderwets ja, maar ik geloof dat ik op deze manier wel rechtvaardig leef.”
Een aantal jaren geleden heeft Irena’s echtgenoot geprobeerd haar eerste huwelijk te laten annuleren door het Vaticaan. Hij schreef een brief aan paus Johannes Paulus II. Kardinaal Simonis antwoordde. „Ik begrijp uw moeilijkheden, maar zie toch geen mogelijkheden uw huwelijk nietig te verklaren”, citeert Irena (60) het schrijfsel. „Het zij zo”, zegt ze berustend.
De geest van de overleden Poolse paus is nog prominent in de Sterre der Zee aanwezig. Het is zíjn afbeelding die bij het altaar hangt en niet die van Benedictus XVI. „We bidden voor de heiligverklaring van Johannes Paulus”, haast priester Trypuc zich te verklaren. „Een foto van de nieuwe paus hangt in de sacristie.”
In die ruimte is het na de zondagsmis een drukte van belang. Gelovigen staan in de rij om hun priester te mogen spreken. De één geeft een kind op voor de doop, een ander wil een voorgenomen huwelijk bespreken, een derde vraagt aandacht voor een ziek familielid. De herder noteert de verzoeken geduldig in zijn agenda.
„Dat is ook een groot verschil met de Nederlandse praktijk”, legt Trypuc enkele dagen later uit. „In het Poolse pastoraat is het persoonlijke contact tussen priester en parochiaan heel belangrijk. Een Nederlandse priester concentreert zich vooral op de liturgie. Voor ziekenbezoek en dergelijke heeft hij meestal vrijwilligers. Een Pool wil een priester naast zijn bed zien als hij in het ziekenhuis ligt, geen vrijwilliger. Hij verwacht veel van zijn priester.”
Trypuc heeft het als priester steeds drukker gekregen. Toen hij in 1990, als lid van de congregatie voor Poolse emigranten, voor het eerst in Amsterdam de mis celebreerde, trok hij tachtig toehoorders. Bij zijn vertrek een jaar geleden was de hoofdstedelijk Poolse parochie al uitgedijd tot vijfhonderd gelovigen. Ook in zijn nieuwe parochie in Rotterdam ziet hij het aantal kerkgangers bijna maandelijks toenemen: nu al zo’n dikke vijfhonderd. „Er is ook veel doorstroming”, erkent de geestelijke. „Tachtig procent van mijn kerkgangers bestaat uit seizoenarbeiders, studenten en anderen die slechts tijdelijk in Nederland zijn. Illegalen ook ja. Vooral voor hen is de kerkgang belangrijk. Door de week voelen ze zich slaven met een loon van vijf euro per uur, op zondag krijgen ze geestelijke kracht om het leven weer aan te kunnen.”
Van de vier Poolse parochies in Nederland – er zijn er verder in Amsterdam, Arnhem en Meterik, met elk een Poolse priester – is Rotterdam volgens Trypuc de grootste. Het zal niet verbazen dat zondag voor Trypuc de drukste dag van de week is. Hij gaat dan niet alleen voor in zijn ’eigen’ Sterre der Zee, maar bedient ook Poolse gelovigen in Den Haag, Hillegom, en afwisselend Leiden en Goes. „Ik reis op een gemiddelde zondag zo’n vierhonderd kilometer”, zegt hij met een lach. „Nederlandse priesters vragen zich wel eens verbaasd af: hoe krijg jij je kerken toch zo vol?!”
Irena Verbrugh denkt dat dat vooral te danken is aan de traditiegevoelige Poolse ziel. „Door onze hang naar traditie zullen Nederlandse katholieken zich moeilijk in ons kunnen herkennen. Veel Polen zien religie als geschiedenis. Er verandert nooit iets, en dat is maar goed ook.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.