*

 

Roker kan zich niet verlaten op genen tegen longkanker

Sander Becker − 04/04/08, 00:00

Wie zit te wachten op de boodschap ’rookt u rustig door, uw DNA beschermt u tegen longkanker’, komt deze week bedrogen uit. Drie wetenschappelijke teams hebben vol overgave geprobeerd om de rol van genen bij het ontstaan van longkanker op te helderen, maar ze trekken volstrekt tegenovergestelde conclusies.

Op zich is het al bijna een halve eeuw bekend dat bij longkanker een zekere genetische aanleg meespeelt. Die erfelijke belasting maakt dat familieleden van patiënten twee tot drie keer zoveel kans op de ziekte hebben als een gemiddeld persoon. Maar een specifiek boosdoener-gen is nooit ontmaskerd. Zo’n gen bestaat ook niet. In werkelijkheid ligt de verhoogde gevoeligheid verspreid over meerdere genen. De opsporing van die geheime kongsi is werk voor een heel leger DNA-detectives.

Drie verschillende teams wetenschappers uit IJsland, Frankrijk en Amerika, hebben onafhankelijk van elkaar grote bevolkingsonderzoeken uitgevoerd om te kijken of mensen met en zonder longkanker genetisch van elkaar afwijken. Alledrie stuitten ze op dezelfde verdachte zone in het DNA: op het zogeheten chromosoom 15 ligt een gebied waarvan bepaalde varianten de kans op longkanker verhogen, in het ergste geval met bijna een factor twee.

Maar daar houdt de eensgezindheid direct op. De interpretatie van de teams loopt hemelsbreed uiteen. Zo denken de IJslanders dat de verdachte zone niet zozeer de kans op longkanker verhoogt, maar de kans op nicotineverslaving. Wie verslaafd is, rookt uiteraard meer. De verhoogde kans op longkanker komt daar als het ware per ongeluk achteraan.

Klinkt logisch, maar volgens de Fransen en Amerikanen zijn de verdachte DNA-varianten wel degelijk rechtstreeks betrokken bij het ontstaan van longtumoren. In hun onderzoeken bleek dat mensen met het riskante DNA ook kanker kregen als ze weinig rookten of nauwelijks verslaafd waren. Zo lijken de genen zelf al gevaarlijk, los van het gedrag.

Hoe is het mogelijk dat deskundigen op basis van vergelijkbare onderzoeken, gepubliceerd in de bladen Nature en Nature genetics, zulke verschillende conclusies trekken? Dat komt doordat we pas aan het begin van het DNA-tijdperk staan, schrijven twee commentatoren in Nature. De wetenschappers beseften al wel dat ze, voor het aantonen van een zwak verband tussen meerdere genen en één ziekte, tienduizenden mensen genetisch moesten doorlichten. Maar ze vergaten dat ze ook een nauwgezette verzameling van gegevens over het individuele rookgedrag nodig hadden. Hoeveel peuken rookte men per dag? En hoeveel jaar achtereen? Daar hebben de experts het, uit onwennigheid, laten afweten. Zodoende moesten ze met een incomplete dataset aan de slag. Dan kun je geen topbewijs verwachten.

Desondanks ruiken bedrijven geld. Ze bieden al genetische tests aan op basis van bovenstaande studies. Geruststelling kunnen rokers daar niet uit halen, want echte beschermende genen zijn nog steeds niet gevonden. Bovendien veroorzaken sigaretten niet alleen 90 procent van alle longtumoren, maar ook vaatschade. En die leidt weer tot hartinfarcten, impotentie, nierschade enzovoort. De sigaret blijft kortom een probleem, ook in het genetische tijdperk.

mailIcon print |