Dans
’Mirage’ van Galili Dance. Tournee t/m 5/6, www.galilidance.com
Droeg het vorige programma van Galili Dance de titel ’Ignis Fatuus’, wat dwaallicht betekent; de afscheidstournee van artistiek leider Itzik Galili is ’Mirage’ gedoopt, ofwel luchtspiegeling. Sprekend; in Galili’s werk is de mens op zoek naar liefde en probeert hij vat te krijgen op de wereld - een dwaallichtje in strijd met zijn eigen fata morgana’s.
De choreograaf heeft het Groningse dansgezelschap in tien jaar tijd op de danskaart gezet en houdt het Noorden nu voor gezien. Er zijn plannen om met choreografe Krisztina de Châtel in Amsterdam een nieuw stadsgezelschap te formeren, zeker is dat niet. Het Groningse stokje is inmiddels wel al overgedragen aan Stephen Shropshire, een ex-danser van Galili, en sinds enkele jaren ook actief als choreograaf bij Station Zuid en Scapino Ballet. Hoe het gezelschap onder zijn leiding gaat heten, officieel per 1 januari 2009, is nog niet bekend.
Het siert Itzik Galili dat hij zijn afscheid niet met zijn bekende publieksknallers lardeert. De choreograaf heeft voor een intieme invalshoek gekozen: een selectie van werk uit de periode 1991-2006 die naar eigen zeggen als ’steppingstones’ zijn carrière markeren. Wat opvalt na de niet-chronologische presentatie, is hoe stijlvast Galili al die tijd is gebleven: de dansers in alle kwetsbaarheid met hun voeten stevig in de grond geplant, de armen soepeltjes richting voorzienigheid geheven.
Een schaarse belichting, vaak in directe straal op de dansers gericht, accentueert de weerbaarheid van aangespannen spieren, tegelijk vergroot het ook hun fysieke kwetsbaarheid: de dansers zijn bij de geboren Israëliër Galili worstelende woestijnprinsen, strijdende survivors - in een aards organische bewegingstaal. De mens is bij Galili een nietige druppel op de gloeiende plaat.
Dat gegeven is evident in het groepswerk ’Until.With/Out Enough’ (1997) waarin Galili zich toont als temmer van de ruimte. Zeven dansers wervelen in witte dwangbuisachtige kostuums in wisselende, altijd strakke formaties over het toneel. Dit zijn mensen op drift, pionnen in een duister spel. Soms breekt een enkeling los uit de door Górecki’s aangedreven dynamiek, zowel de weg als de controle kwijt.
In de internationale doorbraak ’The Butterfly Effect’ (1991) zijn drie dansers te zien die met bouwstenen letterlijk hun eigen weg banen, maar met dit gecreëerde pad ook hun eigen obstakels hebben opgeworpen. In het duet ’When You See God... Tell Him’ (1993) trekt Galili een volstrekt ongekunstelde parallel tussen de onrust in de liefde en de onrust in de wereld. Op band horen we de Amerikaanse schrijver I.F. Stone in een betoog over verzoening en verdraagzaamheid met betrekking tot de Israëlisch/Palestijnse kwestie: „Either we learn how to live together, or we die together.”
Met de relativerende kracht van de ironie laat Galili het hart van zijn werk altijd warm kloppen. Zo legt hij in ’Chameleon’ (1998) in een voortgaande stroom van schijnbaar betekenisloze gestes een liefdevolle loep op de onzekerheden van zes vrouwen: dames van wie je gaat houden. Zoals van alle Galili-juweeltjes in dit programma.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.