*

 

Snoeiharde Medea als alter ego van Amy Winehouse

Peter van der Lint − 14/04/08, 00:00

Opera

Les Talens Lyriques, Koor van de Munt, solisten olv Christophe Rousset met ’Médée’ van Luigi Cherubini in een regie van Krzysztof Warlikowski op 12/4 in De Munt Brussel. Daar t/m 2 mei.

De titelheldin in Luigi Cherubini’s opera ’Médée’ (1797) heeft het niet makkelijk. We zijn al drie heftige muzikale kwartieren onderweg als ze haar opwachting maakt, en in de originele Franse versie is dat niet met vlammende zang, maar slechts met gesproken tekst. Nu stond de allereerste Médée (Julie-Angélique Scio) vooral bekend om haar declamatorische kunsten, maar kom daar tegenwoordig eens om.

Dat de opkomst van Medea in de Brusselse Munt zaterdagavond toch onvergetelijk was, kwam doordat zij als het alter ego van Amy Winehouse het nieuwe huwelijk van haar echtgenoot Jason kwam versjteren. De Duitse sopraan Nadja Michael gaf schitterend en loederig gestalte aan deze Medea/Amy en voorzag haar later van een werkelijk adembenemende, snoeiharde zangstrot.

De Poolse regisseur Krzysztof Warlikowski, hier onder andere bekend van zijn werk voor Toneelgroep Amsterdam en het Holland Festival, maakte zijn debuut in Brussel. Eindelijk kans om in deze contreien een operaregie van hem te zien. Nog vorige maand zette hij de Parijse Bastille op zijn kop met een tegendraadse ’Parsifal’, gedirigeerd door Hartmut Haenchen. Het tegen-de-burgerlijke-operaharen-instrijken viel in deze logische en steekhoudende ’Médée’ erg mee. Wel klonken er tijdens de trouwfilmpjes, voorafgaand aan de opera, Italiaanse schlagers uit de jaren ’50 en middenin de opera schalde ineens ’Oh Carol’ van Neil Sedaka uit de boxen: ’Darling I love you, though you treat me cruel’.

Warlikowski had de dialogen zelf herschreven in een modernere spreektaal, en declameren hoefde niet omdat iedereen microfoontjes opgeplakt had. Zo kon Michael huiveringwekkend stil fluisteren, soms zelfs in het Arabisch waarbij op de boventiteling de Arabische letters glinsterend meegeschreven werden. Het had iets ’Fitna’-achtigs, ware het niet dat Warlikowski juist de discriminatie van Medea, de vreemdelinge, aan de kaak wilde stellen. ’Jij en jouw soort zijn allemaal criminelen’, voegt Creon deze Medea toe.

Het is een sterke en beklijvende voorstelling, doorspekt met verwijzingen naar katholiek Vlaanderen in de jaren ’50, sterk gelijkend op Polen anno nu. Als ze haar kinderen vermoord heeft, komt Medea met een bolle buik het toneel weer op. Onder haar trui haalt ze de bebloede kinderkleren tevoorschijn; alsof ze opnieuw bevalt.

Na jaren van veronachtzaming is ’Médée/Medea’ ineens weer populair. Die populariteit gaat helaas hand in hand met toenemende wanhoopsdaden en gezinsdrama’s. De Nationale Reisopera opende met de Italiaanse versie in september het seizoen in een sterke regie van Dale Duesing en met Elzbieta Szmytka als deerniswekkende Medea. Dat het ook anders kan bewezen Warlikowski en Nadja Michael, die eigenlijk allebei even hard ’schreeuwden’.

Christophe Rousset leidt zijn geweldige orkest Les Talens Lyriques op heftige en prettig-hoekige wijze door Cherubini’s van spanning sissende partituur. De klank van de oude instrumenten zorgt voor extra ruwheid. Vooral de blazers (een raspende fagot in de aria van Néris) zorgen voor prachtige kleuren en Rousset weet keer op keer hoe hij tussen de dialogen en de gezongen gedeelten moet schakelen.

Naast de ijzersterke Michael zingen Kurt Streit (Jason), Philippe Rouillon (Créon) en Ekaterina Gubanova (Néris) overtuigend en meeslepend. Zij allen houden – hoewel ze de aloude declameerkunst niet machtig zijn – een sterk pleidooi voor deze originele ’Médée’; met veel dank aan enfant terrible Warlikowski.

mailIcon print |