Dick Knook: Het Methusalem mysterie, Vergrijzing: zegen of bedreiging? Prometheus, Amsterdam. ISBN 9789044611953; 296 blz. euro 18,95
Dick Knook (1941) is emeritushoogleraar gerontologie.
’Over de vergrijzing wordt een hoop onzin verkocht, er bestaan veel misverstanden. Zelfs gerespecteerde instanties bezondigen zich er aan, zoals de Oeso. Die schreef onlangs dat Nederlanders tegenwoordig gemiddeld zes jaar langer leven, dus, zo was de conclusie: de AOW-leeftijd moet omhoog. Dat klinkt logisch. Maar die zes jaar is gerekend vanaf de geboorte; kijk je wat de extra levensverwachting is op je 65ste, dan is dat iets meer dan vier jaar. Dat maakt wel wat uit.
Ik schrik ook van berichten dat vier op de tien Nederlanders blijkens een opiniepeiling bang zijn dat de AOW niet meer bestaat als zij eenmaal 65 zijn. Die vrees is totaal ongegrond. Met dit boek wil ik zulke angsten en misverstanden wegnemen. Ik geef een genuanceerd, nuchter beeld van de vergrijzing. We moeten het niet alleen als een probleem zien, het is ook een uitdaging.
Voor de oudedagsvoorziening zijn er in Nederland zes pijlers: de AOW, het bedrijfspensioen, aanvullende verzekeringen zoals lijfrentes en koopsompolissen, het privévermogen – een eigen huis bijvoorbeeld –-, inkomsten door langer te werken, en bepaalde goederen en diensten voor ouderen, zoals ons uitstekende gezondheidszorgsysteem. Je moet het zien als een kruk: met zes poten zit je heel stabiel, misschien zelfs wat overdreven. Met drie poten valt de kruk nog niet om, maar twee is te wankel.
We moeten ons niet in de put praten, al zitten er aan de vergrijzing wel degelijk risico’s. Kijk wat er in andere EU-landen gebeurt met de pensioenvoorziening, Italië bijvoorbeeld. Anders dan bij ons worden daar de pensioenen uit de lopende belastingen betaald, terwijl dat land heel sterk vergrijst. Dat kan totaal spaak lopen, met alle gevolgen van dien voor de waarde van de euro. Die kan er door aangetast worden, en dat heeft ook gevolgen voor ons.
Het kabinet heeft de hele vergrijzingsproblematiek vier jaar voor zich uit geschoven. Er is wél een aparte minister voor jeugd en gezin, terwijl er steeds minder jongeren zijn, maar geen aparte minister voor ouderen terwijl die juist in aantal toenemen.
Ik snap het wel: het CDA heeft in de jaren negentig met de AOW geblunderd, en bij de laatste verkiezingscampagne zat de PvdA ermee omhoog – die regeringspartijen zijn bang hun vingers te branden. Maar je kop in het zand steken is geen optie. De overheid moet een langetermijnvisie ontwikkelen. Met zo’n visie kunnen we de problemen die opdoemen heel goed oplossen. Als we niks doen, is de vergrijzing een ramp.
Aan de andere kant: we moeten ook eens af van het idee dat bejaarden en problemen altijd met elkaar samenhangen. We moeten de positie van ouderen opwaarderen. Ze hebben zeeën van tijd en veel geld. Ze zijn heel belangrijk in het vrijwilligerswerk, dat mogen we niet vergeten. Ouderen fungeren vaak als oppas. Ik zeg wel eens: de babyboomers worden babycarers. En ouderen betekenen met hun koopkracht heel veel voor de economie. Kijk alleen maar eens naar het toerisme en de recreatie. Dat wordt de grootste bedrijfstak van de wereld. En dat allemaal door de vergrijzing.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.